De Weimarstraat in de jaren ’50 en ’60

In 1884 begon de aanleg van de Weimarstraat. De woningen in de straat zijn in een periode van zo’n acht jaar gebouwd in een fraaie neo-renaissancestijl en tellen meestal drie verdiepingen en een zolderverdieping. In de jaren ’50 en ’60 was de Weimarstraat een florerende, gezellige en levendige winkelstraat. Graag neem ik u mee voor een ‘wandeling’ langs de winkels van weleer.

De totale winkelstraat is 1,5 km lang, maar omdat mijn ouderlijk huis zich in het gedeelte van de Weimarstraat tussen het Regentesseplein en het Koningsplein bevond, ken ik dat deel het best. Beneden ons huis, op de hoek van de Franklinstraat, was de kruidenierszaak van de heer en mevrouw Teuwen, twee rustige en vriendelijke mensen. Later begon een jong stel uit Limburg, Ans en Hein, er een artistieke winkel in woonaccessoires en sieraden in. Op de andere hoeken van de straat zaten een kruidenierszaak van VéGé, een paardenslager en een melkboer. Lex Schoenmaker, de destijds bekende voetballer van ADO, was de zoon van de melkboer. Even verderop overigens was de winkel in huishoudelijke artikelen van Sjaak Roggeveen, een voetballer die bij Holland Sport had gespeeld.

My beautiful picture

In de winkel naast die van Teuwen was de ijzerwarenwinkel van Schrijver. De hele wand achter de toonbank bestond, tot aan het plafond, uit allemaal laatjes waarin ontelbare soorten schroeven, spijkers, pluggen, schroefogen, haakjes en nog veel meer losse artikelen zaten. Niks blisterverpakkingen, je kocht gewoon het aantal schroeven dat je nodig had en die gingen vervolgens in een bruin zakje. Als Schrijver bij de bovenste laatjes moest zijn, gebruikte hij een soort ladder die op een rails langs de kast kon glijden.

In de winkel naast Schrijver was een filiaal van de manufacturenhandel Iserief, een begrip in die tijd. Iserief, die in totaal 7 winkels had, vierde in 1950 het 100-jarig bestaan. Hoewel ik toen pas 4 jaar was, denk ik me te herinneren dat er op een bepaald moment in het kader van dat jubileum een koets met daarin passagiers in ouderwetse kleding bij de winkel stopte. Er is toen ook een jubileum pannenlap uitgebracht, waarvan in het textielmuseum in Tilburg nog een exemplaar te zien is. Hoe kom je op het idee om voor zo’n gelegenheid een tuttige pannenlap uit te brengen!

Drogisterij Neomagus
Vervolgens kreeg je een filiaal van bakkerij Hus en de winkel in schuimrubber en lederen jassen van Graswinkel. Daarnaast was drogisterij Neomagus, waar ik zoethout en staven laurierdrop (beide per stuk te koop uit een glazen pot) kocht. Daar weer naast was een herenkapper. Ik kwam er tot mijn verdriet altijd met een vreselijk kapsel vandaan. Als laatste winkel in dit blok, op de hoek van de Van Bylandtstraat, was een sigarenzaak met twee sigarettenautomaten aan de gevel. Daar zaten sigaretten in als Miss Blanche, Golden Fiction en Chief Whip (op ieders lip). Op de volgende hoek was de snackbar van Baggerman. Baggerman was een beetje een norse man, die iedere bestelling apart afwerkte en dan pas aan de volgende begon. Lastig als je patat wilde hebben en er klanten voor je waren die ook patat hadden besteld! In de Van Bylandtstraat was overigens een snoepwinkeltje waar je voor een cent losse snoep, gekleurde vellen ouwel en spekkies kon kopen.

Verderop, over de brug van het Verversingskanaal, op de hoek van de Weimarstraat en de Conradkade, was de zuivelhandel van De Sierkan. Naast de winkel werden flessen melk op een lopende band gevuld. Het was er een lawaai van jewelste met al die flessen die op de band tegen elkaar stootten. Gekoeld werd er met grote staven ijs, prachtig om te zien. Op de hoek van de Suezkade zat een filiaal van drankenhandel Henri Vlek, waar ik tijdens mijn middelbare schooltijd een zakcentje bijverdiende met het bezorgen van bestellingen. In de volksbuurten kreeg ik altijd meer fooi dan in de rijkere buurten! Naast dranken van landelijke merken had Henri Vlek ook sterke drank onder hun eigen naam, met als reclamespreuk ‘Even een Vlekje wegwerken’.

Aan de andere kant van dat straatgedeelte zat een filiaal van Jamin, met een uitgebreid assortiment snoep, koekjes en chocolade. Ik herinner me vooral de kletskoppen, kersenbonbons en pindarotsjes. Ik kocht er soms voor tien cent een in papier verpakt blok vette roomijs.

Ter hoogte van de Koningin Emmakade/Waldeck Pyrmontkade gaat de Weimarstraat over in de Prins Hendrikstraat. Tussen beide kades liep een gracht, die in 1959 werd gedempt. In de gracht bleek erg veel vis te zitten. Toen er bijna geen water meer in de gracht stond, hebben leden van een visvereniging veel vis uit het water gehaald om ze elders weer uit te zetten.

Richting het Regentesseplein was het zwembad annex badhuis De Regentes, met een fraai art-deco-interieur. Bij de kaartjesverkoop verkochten ze ook snoep, ik kwam er regelmatig om er drop of kauwgom (Bazooka, inclusief klein stripverhaaltje)) te kopen. Je kon er ook naar toe om er een bad of een douche te nemen. In veel huizen, waaronder in die van mijn ouders, was toen nog geen badkamer. Bij de bouw van De Regentes in 1920 was dit de grootste zwem- en badinrichting van Europa! In 1997 is het pand omgebouwd tot buurttheater, het theater De Nieuwe Regentes.

My beautiful picture

Naast het zwembad stond, op de hoek van de Regentesselaan, een grote Nederlands Hervormde kerk, de Regentessekerk. De kerk is in 1974 gesloopt om plaats te maken voor een wooncomplex voor ouderen. Aan de Weimarstraat 60 was muziekhandel Douw. Het was een ouderwetse platenzaak waar je in de serre, met de deuren gesloten, langspeelplaten kon beluisteren, voordat je besloot ze te kopen.

Zoals gezegd was de Weimarstraat in die tijd een gezellige straat waar mensen uit de wijde omgeving kwamen winkelen. Vooral op de zaterdagen was het er druk, vaak speelde er dan ook een draaiorgel. Winkel aan winkel waren het echte ouderwetse speciaalzaken. Behalve bakkers, groenteboeren, slagers, kruideniers, een poelier en een kantoorboekhandel, waren er ook een paar opvallende zaken zoals een winkel met modieuze dameshoeden, een modelbouwzaak, dames- en herenmode zaken, een winkel van de befaamde banketbakkerij Krul (geen gelul, gebak van Krul) en van Kok, een speciaalzaak voor o.a. thee, koffie en sukadevruchten. Kok had een eigen koffie- en pindabranderij achterin de zaak. Het rook daar altijd zo lekker! De geïmporteerde thee werd aangevoerd in grote kisten van dun triplex. Mijn vader kocht de lege kisten op om ze op ons ‘plat’, eigenlijk een groot balkon tussen twee panden in, te laten vullen met kolen voor de kachels. Dan liepen mannen van kolenhandel Van Bussel in zwarte kleding en gezichten die zwart van het kolengruis waren, met zo’n 60 volle jute zakken over de schouder in sneltreinvaart de trap op en de achterkamer door om de theekisten te vullen. Toen de kolenkachels plaats maakten voor oliekachels werden de theekisten vervangen door een groot oliedrum, die de olieboer vanaf de straat met een lange slang naar boven vulde.

De etalages van de winkels waren veelal mooi opgemaakt, vooral met de feestdagen. Ik herinner me vooral de banketbakker op de hoek van het Regentesseplein, waar de mooiste figuren van marsepein in de etalage lagen. De winkeliersvereniging zorgde jaarlijks voor een imposante sinterklaasoptocht. Vanuit de erker konden we de uitgebreide stoet, waaraan ook veel muziekkorpsen, ruiterverenigingen en pieten op scooters deelnamen, mooi gadeslaan.

Door de Weimarstraat reden de trams van lijn 2 en lijn 5, die van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat veel herrie maakten. Je raakt aan die herrie gewend, maar visite verbaasde zich altijd over de herrie. Tijdens de ochtend- en avondspits kwam er veel woon-werkverkeer door de straat van mensen die in het centrum werkten. Dat verkeer bestond voor het merendeel uit fietsers, auto’s waren er niet zo veel. Paard en wagens reden er ook af en toe door de straat, bijvoorbeeld van de schillenboer en een wagen met onder andere bezems, borstels en schoonmaakmiddelen. De scharensliep en de olieboer kwamen eveneens regelmatig in de straat.

Geleidelijk aan verloor de Weimarstraat haar glans. De zaken gingen minder goed en veel eigenaren bereikten de pensioengerechtigde leeftijd. Door de komst van supermarkten raakten kleine kruidenierswinkels, groenteboeren, bakkers, slagers, melkboeren en sigarenwinkels veel klandizie kwijt. Veel van die winkels sloten daardoor hun deuren. Wat er voor in de plaats kwam, had weinig kwaliteit, zoals snackbars en toko’s. Zijstraten als de Franklinstraat en de Van Bylandtstraat waren van oudsher al mindere straten, maar verpauperden verder. Door de toename van het autobezit werd het straatbeeld ook rommeliger. In 1963 zijn de tramlijnen 2 en 5 opgeheven. Later werden de rails verwijderd en de straat opnieuw ingericht voor eenrichtingsverkeer. Hierdoor was aan beide zijden van de straat ruimte voor de aanleg van een fietspad, parkeerhavens en het aankleden met plantenbakken en bomen. De Weimarstraat was, samen met het Regentessekwartier, stadsvernieuwingsgebied geworden.

Met de komst van designwinkels, speciaalzaken en galeries werd de uitstraling van de Weimarstraat sterk verbeterd, met als gevolg een revival van de straat, alsmede van de zijstraten. Het doet me goed dat de Weimarstraat weer wat van z’n oude glorie heeft teruggekregen!

Hans Boers
hansboers@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann