Verzamelen in de jaren zestig

Enige tijd geleden stond er een klein stukje in De Oud-Hagenaar over verzamelen. In de jaren vijftig en zestig was verzamelen heel normaal: iedereen verzamelde wel iets.

Postzegels, speldjes, sleutelhangers, munten, allerlei plaatjes die werden verstrekt bij beschuit, koffie, thee en koekjes zoals auto- vliegtuig- en botenplaatjes en sigarenbandjes.

In mijn omgeving ken ik geen kinderen meer die tegenwoordig nog iets sparen. De mobiele telefoon en spelcomputer nemen alle vrije tijd in beslag en zo is er al vele jaren geleden een einde gekomen aan het sparen van de jeugd, een verdwaald spaarvarken wellicht daargelaten.

Op verzamelaarsbeurzen zijn het vooral de oudere verzamelaars, herkenbaar aan vale regenjas, plastic of linnen tas voor de buit, een briefje in de hand met aantekeningen van de nog aan de collectie ontbrekende stukken, en een tweede tas met ruilobjecten. De focus op de tafels met uitgestalde koopwaar en een totaal gebrek aan omgevingsbewustheid kenmerken de verzamelaar. Zo wil een van mijn vrienden alles van Suske en Wiske hebben, waardoor hij zich genoodzaakt ziet zich voort te bewegen in een stokoude Volkswagen Golf uit de vorige eeuw, omdat sommige zeldzame uitgaven het uit te geven budget regelmatig overschrijden. Thuis wacht dan moeder de vrouw die via het trappenhuis naar zolder ongezien moet worden gepasseerd om lastige vragen als “Wat heeft die troep nou weer gekost?” te vermijden.

Terug naar toen: in de ouderlijke woning aan de Meppelweg heeft mijn vader aan de eettafel een vaste plek voor het beleven van zijn hobby: postzegels verzamelen. Zijn specialiteit Oost-Duitsland, en met militaire precisie – de leesbril voor op de neus – steekt hij met een pincet de kostbare, zojuist verworven frisse stukken in de insteekmappen. Zelf zit ik op de grond en verzamel mijn Batman-plaatjes, want ook ik ben als jongen van 12 behept met het verzamelvirus. Nadat de serie Batman op tv was verschenen in 1966 kwamen de plaatjes: het waren foto’s uit afleveringen van de tv-serie met op de achterzijde een beschrijving en op de voorzijde, naast de helden Batman en Robin, de vreemdsoortige vijanden van het illustere koppel; de Raadselman, de Joker en de Pinquin. In tegenstelling tot de gangbare plaatjes die mee werden verpakt in levensmiddelen, werden de Batman-plaatjes via de speelgoedwinkels verkocht in gesloten pakjes van vijf. Euforie als je vijf nieuwe plaatjes had en ruilen met vrienden als je dubbele exemplaren aantrof. Omdat ik als kind de beschikking had over een collectie Dinky Toys, werd daar het tegenwoordig zeer gewilde model van Corgi-Toys van de Batmobiel aan toegevoegd. Waar alle verzamelingen zijn gebleven, is mij onbekend. Waarschijnlijk heeft mijn moeder de verzamelingen geschonken aan familieleden na mijn vertrek uit de ouderlijke woning. Bij een achterneef heb ik ooit mijn verzameling Dinky Toys nog een maal mogen aanschouwen.

Naast Batman-plaatjes was ik ook gek op speldjes. Via de Haagsche Courant werd voor vijf gulden een speldjesalbum aangeschaft, een uitkomst want daarvoor was het gebruikelijk de verzameling in een stuk schuimrubber te steken van 50 bij 50 cm. Dit werd als snel een stofnest, en de speldjes, waarvan de afbeeldingen met een klodder lijm aan het speldje waren bevestigd, hadden de onhebbelijke gewoonte op enig moment los te laten, waarna het plaatje onder het bed verdween en het kansloze speldje met klodder lijm op het speldenkussen achterbleef.

Elke, zichzelf respecterende fabrikant bracht speldjes uit ter promotie van hun product. Uiteraard niet een speldje, maar een serie, zodat de familie zich ongans at aan bijvoorbeeld Blue Band-margarine om de serie compleet te krijgen. Ook was er een groot verschil in kwaliteit: de van gegoten plastic vervaardigde speldjes stonden in schril contrast met de vaak fraai uitgevoerde automerken, zoals de zilveren Jaguar van het gelijk genaamde voertuig. De oplettende lezer weet waarschijnlijk wel dat ik als kind een trouwe hulp van de plaatselijke melkboer was (zie artikel van Van Grieken) en deze neringdoende beloonde mijn inzet vaak met speldjes van Brinkers, Croma, Riedel of Exota. Naast de collectie speldjes was ook het sigarenbandje een gewild verzamelaarsobject. In de familie rookte oom Freek de welbekende bolknak, en als we daar af en toe op visite waren en er weer een sigaar uit zijn hoofd hing (zoals de Hagenaar placht te zeggen) dan vervoegde je je onderdanig bij de oude genieter in de hoop dat hij het bandje aan je overhandigde. Zo kwam de collectie van la Paz, Agio, Ritmeester, Karel I, Willem II en Velasquez in mijn bezit. Topstuk van de collectie was de sigarendoos- brede sigarenband die sommige fabrikanten in de kist bijsloten.

In het plakboek van sigarenbandjes was ruimte genoeg voor andere collecties. Zo waren ook suikerzakjes heel gewild. Tegenwoordig wordt in de horeca een kop koffie voorzien van een saaie suikerstick, maar in de vorige eeuw werden er prachtige suikerzakjes ontworpen, soms met alleen de naam van het etablissement, maar vaak met mooie afbeeldingen, waarbij ik de stationsrestauraties het meest kon waarderen. Sommige restauraties maakten zich er met een Jantje van Leiden vanaf en gebruikten allemaal dezelfde afbeelding van een treinstel van NS, meestal een stroomlijnvoertuig zoals daar zijn de hondenkop en muizenkop. Maar anderen hadden een fraaie afbeelding van hun station en die waren uiteraard zeer gewild.

Dan waren er nog de luciferdoosjes. Ook daar was een grote variëteit te zien: maakte een bekende fabrikant zich het makkelijk met een zwaluw, andere detaillisten zagen ook hier een markt in en brachten o.a. series uit met automerken, boten, vliegtuigen, artiesten en bloemen. Dankzij dit soort acties leven in de plakboeken lang verdwenen merken als De Gruyter, Simon de Wit, Edah en Vege voort.

Uiteraard speelden fabrikanten handig in op de in de jaren vijftig en zestig heersende verzamelwoede: ze brachten albums uit waarin de vergaarde plaatjes konden worden geplakt. Zo zag je in een oogopslag welk plaatje nog ontbrak zodat er nog meer beschuit, koffie of thee werd ingekocht. De mooiste albums waren die van Van Nelle (Piggelmee) en Verkade, die ook nog een educatieve rol speelden door de boeken voor te bedrukken met educatieve informatie. Van dit soort boeken zijn feitelijk alleen de voetbalplaatjesboeken overgebleven, die een aardige greep in het budget doen.

Helaas is het door ruimtegebrek niet mogelijk alle verzamelingen in dit artikel te noemen, zo zijn er uiteraard ook nog verzamelingen autootjes, vrachtwagens, speelgoedtreinen, treinkaartjes, ansichtkaarten en ga zo maar door. Wellicht kom ik daar dan later nog eens op terug, mocht u dit een leuk artikel hebben gevonden!

Ruurd Berendes
r.berendes@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann