Oeroude Vleeshal in centrum verdween in 1860

Het centrum van Den Haag is altijd een wirwar van straatjes en steegjes geweest. Groots triomfeerde immer de Jacobskerk met in de Middeleeuwen oude huisjes er tegenaan gebouwd. Daarnaast is het oude prestigieuze stadhuis gelegen. Nog een andere kerk sierde eeuwenlang de Groenmarkt: de immense Sint Nicolaaskapel, die later als Vleeshal dienst deed en verdwenen is.

Tot 1860 is op oude foto’s, prenten en schilderijen van het Haagse centrum een hoog kerkachtig gebouw te zien, ongeveer, op de plaats waar nu kledingzaak The Sting te vinden is. Schuin tegenover restaurant ’t Goude Hooft. Het is de buurt van de Drie Hoekjes en de oudste bewoning van Den Haag moet hier geweest zijn. Wellicht nog vóór de tijd dat Het Binnenhof werd gebouwd, werd er simpel gewoond en geleefd door deze pre-Hagenaars op deze hoge zandrug.

Gasthuis
De Sint Nicolaaskapel was onderdeel van het gelijknamige gasthuis. Aanvankelijk waren kapel en tehuis één gebouw, doch in de loop der eeuwen zijn ze door verbrekingen en verbouwingen los van elkaar komen te staan. Naar wordt aangenomen is het gasthuis in 1385 gesticht door Albrecht van Beieren (1336-1404), die de noodzaak van een dergelijke opvang inzag. De plaats was niet alleen een toevluchtsoord voor zieken, maar ook zwervers en bedelaars vonden er onderdak.

Het was uniek gelegen in hartje dorp, pal naast het Buitenhof, alleen gescheiden door de Gravenstraat. Het gasthuis had in de 19e eeuw nog de bestemming van school, doch in 1908 is het monumentale, maar weinig grandeur uitstralende pand met de grond gelijk gemaakt. Het stond vrijwel op de plaats van de Drie Hoekjes. De kapel verdween al eerder.

Beeldenstorm
Van de Sint Nicolaaskapel moet het hoge dak nadelig hebben gewerkt om voldoende zonlicht door te laten in de kleine steegjes eromheen. De kapel zou zijn godsdienstige karakter behouden tot de Beeldenstorm er een eind aanmaakte.

De kapel werd onteigend en vanaf 1615 zien we hem gebruikt worden als Vleeshal: een grote ruime plaats waar vee werd geslacht, maar ook werd verhandeld onder toeziend oog van de bestuurders van Den Haag.

Hoogstraat
Het slachten van vee was niet overal en door iedereen toegestaan. Graaf Albrecht had in 1400 geordonneerd dat alleen op een vleesmarkt of in een vleeshal mocht worden geslacht. Mogelijk was de markt nabij de Hoogstraat gelegen, waar ook het dagelijkse eten kon worden gekocht.

In 1542 werd het pand De Pelikaan aangekocht op de hoek van de Hoogstraat, dat tot vleeshal werd ingericht. Op de weg van de Hoogstraat naar de Venestraat is altijd veel bedrijvigheid geweest. Er was er volop markt, zelfs dagelijks, vandaar de naam Dagelijkse Groenmarkt.

(Vlees)Halstraat
Toen de enorme Sint Nicolaaskapel de bestemming kreeg van Vleeshal in 1615 was de nieuwe locatie ongeveer aan de overkant gelegen van de oude.

In feite verhuisden de slagers en handelaren van de (Vlees)Halstraat naar de Grote Halstraat.

Het was een hele vooruitgang, maar dat moest ook wel met de snel groeiende bevolking van die tijd.

Tot 1860 zou de vleeshandel hier gecontroleerd plaatsvinden. In de hal was plaats voor 39 verkopers.

Sloop
Toen het mogelijk werd zich als slager in de wijken te vestigen, nam de loop naar de Vleeshal drastisch af.

De omzet liep dusdanig terug dat de hal gesloten moest worden. Dat gebeurde in 1860. Het jaar erop werd de voormalige kapel gesloopt.

Frans van der Helm
helmhuis@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann