Toen roken nog gezond was

Natuurlijk wist iedereen rond 1960 wél dat roken gevaarlijk was. Maar dat was in een tijd dat Zwarte Piet nog zwart was. En dat je met oud en nieuw overal zelf je rotjes nog mocht afsteken. In een tijd waarin een pakje sigaretten nog 60 gewone centen kostte, in plaats van tien euro.

In een tijd dus, waarin je zelf nog mocht bepalen wat goed voor je was.

In 1957 stak ik mijn eerste sigaret op. Dat was in de schoolpauze van de Dalton-HBS. Samen met nog een paar klasgenoten in een trap-portiek ergens in de buurt van de school. Omdat het daar droog was als het regende. En omdat niemand ons daar kon zien.

Bij toerbeurt trokken we onze rookwaar uit een sigarettenautomaat aan de muur in de buurt van een tabakswinkel. Merken als Chief Whip (op ieders lip), Old Mac (in ieders bek), Golden Fiction en Player’s (Navy Cut).

Een leeg sigarettendoosje legden we soms weer terug in het laatje van de sigarettenautomaat voordat je dat weer dichtschoof, nadat je je eigen volle pakje eruit had gehaald. Zodat de volgende klant voor z’n goeie geld dat lege doosje kreeg. Ik heb me daar slechts één keer aan schuldig gemaakt. Omdat ik erbij wilde horen en stoer wilde doen. Hetgeen trouwens indertijd ook mijn enige motivatie was om met roken te beginnen.

Mag ik hierbij, na al die jaren, alsnog mijn excuses aanbieden aan degene die dat lege doosje trof?

Blauw van de rook
In 1997 stak ik mijn laatste sigaret op. Want veertig jaar flink roken, gaat je inderdaad niet in de kouwe kleren zitten. Maar voor het zover was moet ik hier toch nog even wat kwijt.

Bijvoorbeeld dat het, toen ik begon als onderwijzer op de lagere school, heel gewoon was dat leerkrachten voor de klas rookten. Tussen het in koor memoreren van de Indonesische eilandenreeks ‘Bali, Lombok, Soemba, Soembawa, Flores, Timor (hallef Portugees!)’ stak ik dus gewoon een sigaret op!

En als de schoolinspecteur op bezoek kwam, had ik voor hem in mijn laatje altijd een dikke bolknak liggen, die hij midden in de klas vrolijk aanstak, nadat ik hem die had aangeboden.

Het moet in mijn klas soms blauw van de rook hebben gestaan! Arme kinderen.

Een waterpijp
Later, toen ik handenarbeid gaf op het havo-vwo in Rijswijk, begon het tij iets te keren. Leraren mochten alleen nog in de pauzes roken. Maar de leerlingen ook! Als het regende en iedereen in de aula moest overblijven, zag het daar evengoed nog blauw van de rook.

Een bijzonder incident uit die tijd, staat me nog bij als de dag van gisteren. In mijn handenarbeidlokaal was het gebruikelijk, dat de leerlingen een paar ‘creatieve’ werkstukken (plastiekjes of ruimtelijk composities bijvoorbeeld) maakten. En een paar praktische werkstukken (een schaakbord, een krukje, een bloemenvaas of iets dergelijks). Vóórdat een werkstuk uit deze laatste categorie gewaardeerd kon worden met een cijfer, moest het natuurlijk eerst even geprobeerd worden. Op het zelfgemaakte schaakbord werd dan bijvoorbeeld in de klas eerst een partijtje schaak gespeeld om te kijken of het schaakbord het wel goed deed.

En toen een leerling een waterpijp van klei had gemaakt moest die, nadat ie in de oven was gebakken, geglazuurd en van vier slangetjes met mondstuk was voorzien, natuurlijk ook uitgeprobeerd worden.

Daar zaten we dan: met z’n vieren midden in het handenarbeidlokaal op de grond rond de waterpijp geschaard: de vervaardiger, een vriend van hem, een meisje dat haar tijd ver vooruit was en ikzelf.

En ja, hoor, Hij deed het. Wolken rook kwamen zowel uit de waterpijp, als uit onze longen.

Uitgerekend de rector!
En toen… je gelooft het of niet, ging de deur van het handenarbeidlokaal open en kwam de rector binnen. De rector! Die, in die vier jaar dat ik daar inmiddels les had gegeven, nog nooit binnen was geweest of ook maar enige belangstellingen had getoond voor wat er in mijn lokaal gebeurde.

Uitgerekend op dat moment! Verstijfd van schrik aanschouwde hij het toneel voor zich. Toen draaide hij zich om en liep gezwind het lokaal weer uit.

In de pauze daarna vond ik in mijn postvakje in de docentenkamer een briefje van hem. Of ik maar even bij hem op de kamer wilde komen voor een gesprek.

Daar heb ik, met de conrector als getuige, moeten praten als Brugman. Pedagogische belangen, de werkelijkheid in het klaslokaal halen, leerlingen vanuit de praktijk confronteren met de gebreken in hun werkstukjes, het kon niet op.

Uiteindelijk mocht ik gaan. Maar het was kantje boord geweest. Later hoorde ik, dat ik op een haar na was ontslagen.

Roken tijdens een bevalling
Dat alles vond echter nog steeds plaats in een tijd waarin mijn huisarts, als ik op zijn spreekuur kwam, altijd blij was me te zien. Want dan kon hij er eindelijk weer eens een opsteken. Hij wist namelijk, dat ik rookte. En dan bood hij er mij ook een aan. Opdat we, gezelig samen paffend, mijn gezondheid de revue konden laten passeren.

Trouwens, zo heel lang geleden was het nou ook weer niet dat Anton Coolen in zijn boek Het wassende waterbeschreef hoe de dorpsarts een vrouw bijstond tijdens haar bevalling, terwijl hij tegelijkertijd aan een dikke sigaar stond te paffen.

Halsslagader
Ik schreef het al: in 1997 stak ik mijn laatste sigaret op. Ik rookte toen ongeveer 20 sjekkies per dag. Aanleiding was een voorval tijdens het schrijven van een krantenartikel op de redactie van de toenmalige Haagsche Courant. Om drie uur ’s nachts. Ineens kon ik mijn rechterhand niet meer optillen. Met mijn linkerhand heb ik toen het stukje afgemaakt en ben snel naar huis gegaan. De volgende dag moest ik van mevrouw Pasgeld naar het ziekenhuis toen ik het haar vertelde.

Daar constateerden ze een ernstige vernauwing van de halsslagader. Wat ze daar toen zeiden, zal ik ook nooit vergeten: ‘Als we je nú niet opereren en als je nú niet ophoudt met roken, ben je niet alleen statistisch, maar ook in werkelijkheid binnen twee jaar echt dood.’

Tja. En dan wil je wel.

De operatie lukte.

Ik rook nu al twintig jaar niet meer.

En ik leef nu dus al 18 jaar langer, dan dat ik had gedaan als ik door was blijven paffen.

Eens per maand droom ik nog steeds dat ik in de binnenzak van een oud colbert nog een aangebroken pakje sigaretten aantref. En dat ik er stiekem eentje opsteek. Als ik dan wakker word, denk ik: o jee. Het is me dus toch niet gelukt. Maar dat duurt gelukkig maar even.

Want dan weet ik ineens weer dat het maar een droom was.

Ook veel gerookt? En? Er net zo goed vanaf gekomen als ik? Of niet? Mail het naar julius.pasgeld@deoud-
hagenaar.email
.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann