Hillman Minx

Zoals u weet, ben ik een fan van Britse klassiekers. Alleen het vreemde is dat ik bij de Rootes-producten, zoals Hillman, Singer en Sunbeam, nooit een echt warm gevoel heb gekregen. Ik kan het niet verklaren, want het waren supermooie oer-Britse merken. Mijn tante, de vrouw van de broer van mijn opa, die aan de Deylerweg in Wassenaar woonde, had een grijze Hillman Minx.

Het meest opmerkelijke aan die auto vond ik dat de portierramen slechts met een kleine draai gingen, in plaats van het vele geslinger bij de meeste andere auto’s. Klein detail, maar het is mij altijd bijgebleven. De mooiste modellen van deze Rootes-groep vond ik wel de Sunbeam Rapier en de Sunbeam Alpine. Ook bij deze Rootes-groep was het briljant hoe ze op basis van één model verschillende merkvarianten produceerden, zoals de Hillman Imp, de Singer Chamois en de Sunbeam Imp. Zelfde auto, maar dan met een eigen merkkarakter. Maar laten we ons tot de Hillman Minx beperken. Wat design betreft was het echt een Sedan uit die tijd. Vier portieren, lage voorkant met achterop de verticale verlichting uitmondend in wat afgeronde vinnen. De neus was onmiskenbaar Hillman, met mooi chromen bumpers met van rubber voorziene rozetten en de achterkant was mooi vierkant met standaard een niet-afsluitbare benzinedop. Ja, dat kon in die tijd nog.

Typisch Rootes
Prachtig vond ik het feit dat je kon kiezen uit een éénkleurige exterieurkleur of een tweekleurige, zoals blauw-wit, groen-donkergroen, rood-zwart en nog een paar waarbij je afhankelijk van de combinatie er ook nog een coördinerende leerkleur bij kreeg. Blauw, groen, rood, zwart of grijs. Tja, dat interieur vond ik wel erg clean. Twee strakke voorstoelen met een dito achterbank. Portieren zonder armsteunen, een raamslinger en een metalen deurhendel en in het midden bovenaan een wat sullig handgreepje om de deur aan dicht te trekken, waar eigenlijk geen vingers van een volwassene tussen paste. Het dashboard zag er goed verzorgd uit. Strak stuur met, typisch Rootes, een afgeplatte rand voor een goede grip voor de duimen. In het midden een smal horizontaal gedeelte met aan de onderkant een halve chromen ring voor de dubbeltonige claxon. Het dashboard was royaal voorzien van een notenhouten inleg en zag er strak uit. Achter het stuur een smalle snelheidsmeter met daarnaast als middenconsole een serie keurig gegroepeerde knoppen, tuimelschakelaars en schuiven en geheel rechts een afsluitbaar handschoenenkastje. Over de gehele breedte een handige aflegplank voor spullen. Als extra waren een ampèremeter, oliedrukmeter, klokje en een radio leverbaar. De richtingaanwijzerhendel was gecombineerd met een grootlichtsignaalschakelaar. De zit achter het stuur was op zich goed en actief, de versnellingspook was zodanig gebogen dat hij goed in de hand lag. Achterin was ruimte op de achterbank voor drie – niet al te forse – passagiers. De bagageruimte was mooi vierkant gevormd en was doormiddel van contraveren bijzonder makkelijk te openen en te sluiten. Van een neerklapbare achterbank hadden ze op een uitzondering na nog niet gehoord. Onder de motorkap lag een 1725cc viercilindermotor met een vermogen van 69.5pk. Trots vermeld Hillman in haar folder de vijfmaal gelagerde krukas, het grote acceleratievermogen, de hoge kruissnelheid, de korte draaicirkel en de schijfremmen op de voorwielen. Een aparte Britse auto!

John Vroom (autojournalist)
johnvroom@planet.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann