Met S5 kon je nog alle kanten op

De dienstplicht werd in 1997 afgeschaft. Maar niet heus. Iedere jongen die thans 17 wordt, heeft nog steeds opkomstplicht. Vanaf 7 februari van dit jaar zelfs ook ieder meisje. Gelukkig is dat een wassen neus. Want de opkomstplicht mag dan nog steeds niet afgeschaft zijn, hij werd wel voor onbepaalde tijd opgeschort. En kan, als dat nodig is, ieder moment weer van stal worden gehaald.

In 1960 kreeg ik een oproep van het Ministerie van Defensie. Of ik mijn geschiktheid als soldaat voor het Nederlandse leger maar eventjes wilde laten onderzoeken.

Daar had ik me weken daarvoor al zorgen over lopen maken. Want ik wilde helemaal niet in dienst. M’n land verdedigen? Hoezo? Het was helemaal mijn land niet. Ik was er natuurlijk wel toevallig geboren. Maar dat gaf mij het recht nog niet iemand uit een ander land dood te schieten als dat van mij gevraagd werd.

Natuurlijk kon ik dienstweigeren. Dan werd je gerangschikt onder de gewetensbezwaarden, zoals dat toen heette. En dan mocht je in een wat vredelievender sector, meestal de zorg, je plicht doen.

Maar ja. Dat was ook weer zowat. Gewetensbezwaarden waren wel héél erg principieel. En bovendien waren de meesten daarvan ook nog eens vegetarisch en liepen op sandalen.

Nee. Daar voelde ik me nou ook weer niet thuis. Dus vroeg ik aan mijn klasgenoten (ik zat op de kweekschool) of iemand een oplossing wist. Nou dat wisten ze wel. ‘Je moet je gewoon laten afkeuren’, luidde de algehele teneur van hun raadgevingen. Vervolgens kwam er een heel scala van mogelijkheden waar ik uit kon kiezen. Eén van mijn klasgenoten had een broer die homo was. En als je op de keuring nou gewoon zei dat je homo was, werd je ongeschikt verklaard. Want homo’s schenen in die tijd hun land niet goed te kunnen verdedigen.

Maar, ja. Ik was geen homo. En wilde dat eerlijk gezegd ook niet worden om alleen maar uit het leger te blijven.

Een ware golf van goede raad volgde: ‘Smeer voor de keuring je bilnaad in met pindakaas en neem, tijdens de keuring regelmatig een likje’. Of: ‘Neem je moeder of een teddybeer mee naar de keuring’. ‘Eet een week niet, zodat je flauw valt tijdens de keuring’. En: ‘Eet een kilo drop om je bloeddruk tot vervaarlijke hoogte op te stuwen’.

Gymnastiekoefeningen
Dat laatste vond ik zo’n gek idee nog niet. Zo gezegd, zo gedaan dus. En ja, hoor: na de eerste keuring kwam ik wegens hoge bloeddruk in aanmerking voor een herkeuring. Hetgeen gepaard zou gaan met een persoonlijk gesprek met een psycholoog.

Toen het zover was had ik natuurlijk weer een kilo drop achter de kiezen. Maar dat hadden ze kennelijk meer bij de hand gehad. Want bij aankomst bij de herkeuring moest ik eerst minstens een uur alleen in een kamer in een bed liggen.

Natuurlijk was ik bang dat mijn bloeddruk weer zou zakken. Dus deed ik bijna een uur lang allerlei vermoeiende gymnastiekoefeningen op de grond. Toen mijn ‘rusttijd’ bijna was verstreken vreesde ik, dat men mij al gymnastiekend naast het bed zou vinden, waardoor ik door de mand zou vallen. Het bed was een hoogslaper. Dus zette ik mijn intensieve bewegingen voort door op dat bed het lichtknopje met mijn tenen steeds aan en uit te doen. Juist was ik daar mee doende toen de deur openging.

‘Wat doe je daar?’, vroeg de psycholoog.

‘Ik doe het licht aan want ik ben bang in het donker’, zei ik. Baatte het niet, zou het mijn zaak zeker niet schaden.

In het daaropvolgend gesprek vroeg de psycholoog naar de aard van mijn relatie met mijn ouders.

Ik keek naar de grond en bedacht, welk antwoord zou kunnen bijdragen aan een indruk van totale ongeschiktheid voor het harde leger.

‘Ik hou helemaal niet van mijn pappie en mammie’, zei ik en barstte in snikken uit. Een speciaal daartoe bij me gestoken zakdoek diende het gebrek aan echte tranen te verhullen. Ik had een en ander van te voren ingestudeerd en achtte de kans dat de psycholoog mijn zakdoek uit mijn handen zou trekken teneinde hem te laten onderzoeken op de aanwezigheid van werkelijke tranen, vrijwel nihil. Maar het was natuurlijk evengoed toch vreselijk spannend.

‘Waarom hou je niet van ze?’, vroeg de psycholoog.

‘Mijn pappie en mammie zijn niet lief’, bracht ik tussen twee snikken door uit.

‘Het doel heilgt de middelen’
De uiteindelijke conclusies van de psycholoog dienden volgens mij te worden gestuurd naar twee uitkomsten. Ofwel hij geloofde me, en dan kon het bijna niet anders of zo’n lamlendig, kinderachtig kereltje als ik was absoluut ongeschikt om het land te dienen.

Ofwel had hij me door. En zou tot de slotsom moeten komen dat het leger ongeschikt zou zijn als omgeving voor iemand met zo’n deksels talent om mensen om de tuin te leiden.

Later heb ik mijn ouders trouwens nog excuses aangeboden voor de uitspraken die ik had gedaan. Maar mijn vader, die altijd, hoe en waar dan ook, achter me stond, meende ook hier: ‘Soms heiligt het doel de middelen, kerel’.

Drie weken later lag er weer een brief van het Ministerie van Defensie in de bus.

Met daarin een brief waarin het hoofd van de Indelingsraad, de Luit-Kolonel M. Moskie mij meedeelde, dat ik ‘na beoordeling als bedoeld in de artikelen 10 en 12 van de Dienstplichtwet’, ‘VOORGOED ONGESCHIKT’ was bevonden.

Waarvoor ik precies ‘voorgoed ongeschikt’ was, werd mij uit de brief niet helemaal duidelijk. Maar ik zou ‘daaromtrent desgewenst’ inlichtingen kunnen inwinnen bij mijn huisarts.

Dat deed ik dus. Maar mijn huisarts kende me natuurlijk langer dan vandaag en toen ik hem vroeg wat me dan in hemelsnaam mankeerde, stond hij op vanachter zijn bureau, schudde me de hand en sprak: ‘Hartelijk gefeliciteerd, jongen’.

ABOHZIS
Bij de dienstkeuring werd je indertijd onderzocht op zeven verschillende punten. Aangegeven door de letters ABOHZIS. Die stonden voor:

– Algemeen
– Bovenste leden (armen, handen)
– Onderste leden (benen, voeten)
– Horen
– Zien
– Intelligentie
– Stabiliteit

Als alles piekfijn in orde was scoorde je een 1, iets minder een 2. Enzoverder tot 5.

Had je ergens een vijf ergens voor, dan werd je afgekeurd.

Ik had dus S5.

Het gerucht ging, dat de keuringsartsen inzagen dat volstrekt ongemotiveerde personen in het leger geen nut hadden en keurden de meesten van hen op grond van S5 af. Hoewel dit nooit is bewezen. Een ander gerucht ging, dat S5 nadelig was bij sollicitaties. Dit zou dan vooral voor overheidsbanen gelden. Mij is bij sollicitaties echter nooit een strobreed in de weg gelegd.

Ook S5? En hoe kwam dat? Mail het naar julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann