Tante Pos rond 1960 (deel 6)

Stiptheid stond bij de PTT hoog in ’t vaandel en vooral ten opzichte van de laagstbetaalde uniformdragenden, de bestellers. Daar werd streng de regelgeving nageleefd en ieder foutje werd vermeld op de conduitestaat van de betreffende persoon.

Klokslag zes uur in de prille morgen viel op de bestellerszaal het startschot in de vorm van een stel Hoofdbestellers gewapend met een appellijst, een rood potlood en een vorsende blik.

Degene die op dát moment binnen kwam rennen kon nog volstaan met het in ontvangst nemen van een snerende opmerking.

“Kijk eens aan! Jansen is er ook al, we beginnen hier om zes uur hoor!” Of: “Lag bij jou in de straat de sneeuw twee meter hoog of had je een lek stuur?”

En altijd waren er wel een paar die dat de mop van de dag vonden. “Ha, ha, die Hoofd-besteller!” Meestal jongens die zo diep in de schuld zaten dat ze niet wisten in wat voor bochten ze zich moesten wringen om maar in aanmerking te komen voor overwerk.

En vliegen vang je niet met azijn!

Een bijdehand antwoord kon je beter voor je houden, want daar kreeg je vroeg of laat spijt van! Mijn kwaal was dus dat ik chronisch spijt had…

Ik heb het meegemaakt dat ik een half jaar op de Fahrenheitstraat geen overwerk kreeg, zodat ik financieel knap omhoog kwam te zitten, want van het kale loon kon je je gezin niet onderhouden. Gelukkig heb ik dat op een andere manier kunnen opvangen.

Iemand die het ongeluk had na het appel te arriveren, moest onherroepelijk de gang naar de tafel van de Hoofdbestellers maken om te vertellen dat hij alsnog van start ging. Hem wachtte dan doorgaans een ‘tenlastelegging’.

Dit was een formuliertje waarop in keurige ambtelijke taal het door de betreffende persoon begane ‘misdrijf’ was omschreven. Je mocht dit niet alleen ter bevestiging ondertekenen, maar je werd ook in staat gesteld om op de onderste twee regeltjes een overigens volkomen nutteloze verklaring te schrijven.

Je had je immers gewoon verslapen!

Zo ook mijn collega Ab Scholten, die met een handicap van een dik half uur aan zijn dagtaak begon en toch wel eelt op z’n rug moest hebben van het lange liggen! Hij moest ook nog veel leren, getuige hetgeen hij als verklaring onderaan de tenlastelegging schreef.

‘Me vrouw lag op me hemd.’

Prompt werd hij op audiëntie ontboden bij de beheerder, mijnheer Peerdemans, alias meneer Hiep. Deze, zeer geïrriteerd door dit blijk van gebrek aan ontzag, maakte hem gebiedenderwijs duidelijk dat deze verklaring gewijzigd diende te worden.

Ab, zo van de wilde vaart en niet snel van zijn stuk te brengen, begreep nog niet veel van de postale hiërarchie en de daaraan verbonden omgangsvormen. Hij dacht kennelijk nog in de verhouding matroos-bootsman, maar dit was de beheerder himself! Op zo’n manier krijg je natuurlijk een aanvaring… En hij zei: “Goed, goed. Zoals u wilt!”

Schrapte met enkele forse halen de oorspronkelijke tekst door en schreef erboven:

‘Me vrouw lag niet op me hemd!’ Het gevolg: twee uur strafdienst!

Guus van Charante
guus.vancharante@gmail.com

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann