Brood van Hus: wie is er niet groot mee geworden?

Noem bij een Hagenaar of Hagenees de naam Hus en direct komen de herinneringen naar boven over de bakkerskar, de Spijkstaal-bezorgauto, het King Corn-brood, ‘Ik ga bij Japie eten’, Tarvo-bruinbrood, Casinobrood, regeringsbrood, knip en dubbelgebakken plaatbrood.

Vraag je naar het gebak, zal menigeen zich de tompoece herinneren, het puddingstukje, de kantkoek en de Parijse bol. In de jaren vijftig bezat Hus in Den Haag zes bakkerijen, 300 winkels, 400 bezorgers en 3.000 personeelsleden. Hoogste tijd om in dit artikel eens te gaan kijken naar de geschiedenis van deze Haagse bakker, die in zijn glorietijd op elke hoek van de straat een bakkerswinkel leek te hebben, naast driehonderd broodwijken.

Het is 1894 als ondernemer Hus in de Haagse Jacob Catsstraat een bakkerij start, in het begin met twee personeelsleden. De bakkerij is een groot succes en al snel vindt uitbreiding plaats. In 1914 wordt het eerste filiaal van Hus geopend aan de Paul Krugerlaan 234. Tevens begint de Eerste Wereldoorlog die het bedrijf overleeft en wordt bekend met het bakken van regeringsbrood. Door gebrek aan buitenlands graan wordt binnenlands graan met aardappelmeel door het beslag gemengd, wat het brood een grauwe kleur geeft. In de Laakhaven wordt een meelfabriek gerealiseerd aan de 3e Van der Kunstraat. En de nieuwe filialen, die genummerd worden naar het huisnummer, schieten als paddenstoelen uit de grond.

In 1952 wordt een nieuwe broodfabriek geopend aan de Ootmarsumstraat 5. Ondergetekende zat op de Morgenstond Mavo aan de parallel lopende Steenwijklaan en elke ochtend werden maag en neus prettig geprikkeld door de geur van versgebakken brood.

Hus wordt zeer bekend met het Zeeuwse tarwebrood, naar recept van dokter Allison. Veel bakkers gebruiken de naam nog steeds voor hun bruine brood van deze samenstelling. Maar ook het Tarvo-moutbrood wordt befaamd, met op de verpakking een afbeelding van een Zeeuwse boer. Dankzij de STER-reclame met de vertederende Japie wordt het King Corn-brood op de kaart gezet. Oudere mensen zweren bij het superzachte Casinobrood, in vrijwel afsluitbare gele folie dat nauwelijks korsten kent en derhalve mild is voor de prothese. Het brood werd gebakken in afgesloten, vierkante blikken en was luchtig, lang zacht, dagenlang eetbaar en werd daarna door zijn handige vorm in het broodrooster gebakken, waardoor het de naam toastbrood kreeg.

Hus was een allesbakker: hun beschuit was fameus en was ook verkrijgbaar in een beschuitbus die tot op heden nog menig keukenkastje siert met een prachtige afbeelding van een bakker die met trompet aandacht vraagt voor het product, leunend op de halve deur van de bakkerij.

Kinderen vonden het in de jaren zestig prachtig plaatjes te sparen die ze in kleurige albums konden plakken. Bekend zijn o.a. de mooie boeken van Van Nelle (Piggelmee), maar ook Hus verpakte in de beschuit plaatjes van o.a. vliegtuigen, schepen en auto’s.

In de jaren zestig bestond er al een Haagse versie van de Jodenkoeken, door Hus Haagse Tip Topkoeken genoemd. De koeken werden geleverd in een groene, kartonnen koker met een afbeelding van het Haagse Vredespaleis. Nadat de laatste koek was verorberd, ging de bus naar de kinderen die een gleuf in de deksel maakten en de bus hergebruikten als spaarpot.

Maar ook het gebak van Hus was zeer betaalbaar en heerlijk van smaak. In dit artikel plaats ik een advertentie uit 1964 waarbij de bakker vier tompoucen aanbiedt voor 75 cent. Maar ook de Parijse bol was populair: een dwars doorgesneden beschuitbol, gevuld met gele banketbakkersroom en van boven voorzien van een laagje suiker glacé en een toefje room. Dit laatste toefje werd door uw auteur altijd terzijde geschoven, want het was margarine crème en bleef hinderlijk aan het verhemelte plakken. Herinneringen van vijftig jaar geleden!

De winkels, altijd met toonbankbediening hadden als personeel merendeels oudere dames die hun vak verstonden en de klantvriendelijkheid hoog in het vaandel hadden. In de buitendienst waren de oudere heren, bezorgers actief, eerst met handkar en mand, en vanaf de jaren zestig gemotoriseerd met de bekende Spijkstaal-elektrokarren. Ook daarvan een plaatje.

Uiteraard werd de bakker na schooltijd geholpen met de bezorging. Dat leverde na werktijd een grote zak kruim op, de restanten van koek en broodkruimels die uit de manden in een zak werden geschud. Naast kruim werd regelmatig een doorgebroken Jan Hagel aangetroffen die het feest compleet maakte. Met het retourgebak wist Hus ook raad: dit werd door elkaar gemengd en in vierkante stukken gesneden. Bovenop een laag fondant en het puddingstukje was geboren.

In de jaren zestig begonnen ook de supermarkten met de verkoop van brood. Hus speelde daar handig op in door brood aan supermarkten te gaan leveren, maar hier was wel uitbreiding van ovens voor nodig. Omdat de bestaande bakkerijen dit niet aankonden, verrees in de Plaspoelpolder een enorme fabriek aan de Volmerlaan die in 1971 zijn deuren opende. De fabriek met een oppervlakte van 23.000 vierkante meter maakte de twee andere bakkerijen overbodig – die daarom sloten. Hus deed dit samen met Lensvelt Nicola, een andere Haagse bakkerij die van 1860 tot 1966 zelfstandig actief was, en naast een groot aantal filialen ook bekend werd door een tearoom aan het Toernooiveld. Lensvelt ging in 1966 op in het Meneba-concert en zou in 1971 dus samen met Hus actief worden in de Plaspoelpolder.

In 1987 komt er na ruim negentig jaar een einde aan Hus, die als Meneba doorgaat. De fabriek is dan al enige tijd omgedoopt in Lensvelt, voorheen Hus.

De Hus-filialen verdwijnen spoorslags uit Den Haag en worden voortgezet door particuliere ondernemers, Turkse bakkers en Paul Kaiser. Of ze worden gesloopt of overgenomen door eenmanszaakjes. Het is ook de periode dat er een einde komt aan de bakkerij van Steenbeek in de Boerenstraat. De supermarkten, die hun brood middels voorgebakken brood van grote ondernemers als Veenman afnemen, doen deze ouderwetse bakkers de das om en zo verdwijnen namen als Hus, Lensvelt, Paul Kaiser, Ten Hoopen en De Lange in de vergetelheid. In de fabriek aan de Volmerlaan neemt de Konmar zijn intrek, om daar zijn befaamde stokbrood te bakken. Na de val van de Konmar staat de voormalige broodfabriek nog een tijd bekend als darling market, en sinds 2012 is het complex omgebouwd tot evenementenhal met o.a. de snuffelmarkt, stoffenspektakel en paranormale beurs. Op verschillende plaatsen in het complex houden oude kneedmachines en andere bakkerijmachines de geschiedenis van het pand levend. En voor de oudere Hagenaar de herinnering aan Hus, dé bakker van Den Haag en omstreken.

Ruurd Berendes
r.berendes@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann