Den Haag in bange dagen in 1918

Honderd jaar geleden beleefde Nederland de belangrijkste novembermaand uit zijn geschiedenis. Het einde van de Eerste Wereldoorlog, de vlucht van de Duitse keizer naar Nederland en de revolutie, net over de grens, in Duitsland maakten hier diepe indruk. Men vroeg zich af of de revolutie bij de grens zou halt houden. De toenmalige leider van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP), mr. Pieter Jelles Troelstra, meende dat de revolutie zou overslaan naar Nederland. Deze mening gaf hij te kennen in een revolutionaire toespraak in de Tweede Kamer. Zelden was in ons land openlijk opgeroepen tot revolutie. Er dreigde het gevaar van een gewelddadige omwenteling. Dit leidde tot bezorgdheid en onrust onder de bevolking.

In november zal ongetwijfeld aandacht worden besteed aan deze revolutiedreiging. Als aanvulling hierop probeer ik de sfeer en enkele gebeurtenissen in Den Haag in die onzekere dagen te beschrijven.

Voor een goed begrip van die revolutiedagen volgt een beknopt overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen. Op zondag 10 november vluchtte de Duitse keizer naar Nederland. Maandag 11 november was het einde van de Eerste Wereldoorlog. Dinsdag 12 november hield Troelstra in de Tweede Kamer een revolutionaire rede. Als reactie hierop werden op 13 november overheidsgebouwen, departementen en paleizen bewaakt. Politie en militairen patrouilleerden door de straten. Een dag later ontkende Troelstra in de Tweede Kamer dat hij over een staatsgreep had gesproken. Tijdens een congres in Rotterdam, op 17 november, gaf Troelstra toe dat hij zich had vergist. De revolutie was afgelast! Maandagmiddag 18 november vond de opgebouwde spanning een uitweg in een massale huldiging van koningin Wilhelmina op het Malieveld.

 

Het revolutiegevaar was geweken. Maar in de loop van deze week was er in Den Haag angst geweest voor een gewelddadige staatsgreep. Om dit te begrijpen gaan we naar begin 1918. In Den Haag was sprake van voedselschaarste. De toestand was nijpend, vooral in de volkswijken. Door de oorlog waren levensmiddelen op de bon en er lag maar weinig in de winkels. Vlees was nauwelijks te koop. Veel slagerswinkels waren gesloten of zochten naar vervangende levensmiddelen. Zo schakelden slagers over naar conserven in blik, gevogelte of eieren. Maar alles was peperduur; een ingeblikte ham kostte bijvoorbeeld zeventig gulden (omgerekend ruim vierhonderdenvijftig euro). Een en ander had tot gevolg, dat arbeidersvrouwen ’s morgens, om vijf uur, te voet naar Scheveningen gingen om bij de visafslag een zootje vis proberen te bemachtigen. Wat niet altijd lukte.

Tot overmaat van ramp werden in april de broodrantsoenen gehalveerd. Toch kon men in de Haagse restaurants uitgebreid dineren. Sommige winkeliers hamsterden en dreven daardoor de prijzen op. Daarbij kwam nog dat – in tegenstelling tot Amsterdam en Rotterdam – de organisatie van het Haagse distributiebureau, op zijn zachts gezegd, te wensen overliet. Kortom dit was een voedingsbodem voor sociale onrust in de volksbuurten.

Op donderdag 11 april hielden vrouwen, waarschijnlijk dezelfde die naar de visafslag gingen, een protestmars. Zij vroegen aandacht voor hun kinderen die honger leden. De tocht ging naar het Binnenhof. Maar de politie hield deze vreedzame demonstratie tegen. De gevolgen van dit politieoptreden bleven niet uit. De vlam sloeg in de pan en er braken relletjes uit, die een steeds grimmiger karakter kregen. Dat een en ander uit de hand kon lopen, kwam door het lakse optreden van de politie. Pas in de loop van de avond werd krachtiger opgetreden en militairen ingeschakeld.

Urenlang vonden vernielingen en plunderingen plaats. Winkelruiten sneuvelden. Het waren vooral banketbakkers die het moesten ontgelden. Het kostbare meel werd – volgens de plunderaars – door hen gebruikt om gebakjes en koekjes te bakken in plaats van brood. Maar ook andere winkels waren het doelwit; in de Passage sneuvelden bijna alle spiegelruiten. Weldra klonk door de hele stad, ook in de buitenwijken, geklop en gehamer van winkeliers die hun etalages met planken dichttimmerden. Het optreden van politie en leger werd steeds harder. De politie schoot met scherp op de ongewapende menigte. Militairen probeerden met bajonetten de relschoppers terug te dringen. Er vielen veel slachtoffers, waaronder twee doden! Een ervan was een meisje van 16 jaar die van de avondschool kwam en werd getroffen door een verdwaalde kogel. Enkele journalisten, waaronder die van De Telegraaf en De Haagsche Courant, die verslag van de gebeurtenissen probeerden te doen, werden door legerofficieren en een rechercheur afgeranseld.

De vernielingen en plunderingen zijn niet goed te praten, maar om dit met kogels en blanke bajonetten te bestrijden, is wel een erg zwaar middel. Vooral omdat hierdoor onschuldige slachtoffers konden vallen. Dit alles gebeurde met instemming van burgemeester Van Karnebeek, een conservatieve aristocraat, die met harde hand het gepeupel in toom wilde houden. Hij zag geen heil in losse flodders of de brandspuit om de menigte uit elkaar te drijven. Over het ‘incident’ met de journalisten zegde Van Karnebeek een onderzoeksrapport toe. In dit rapport – dat enkele maanden later verscheen – kwamen wel de daders, maar niet de slachtoffers aan het woord en kon dus makkelijk in de doofpot verdwijnen.

Een bijzonder detail over het kordate optreden van de politie. De minister van Landbouw, Handel en Nijverheid die verantwoordelijk was voor de distributie van levensmiddelen, de heer Posthuma, woonde op Duinoord. Deze rustige wijk lag bijna een uur lopen van het strijdgewoel. Toch werd voor alle zekerheid zijn naambordje verwijderd, zodat relschoppers zijn huis niet konden vinden. Als extra maatregel bewaakte een politieagent het huis.

Het was een inktzwarte – eigenlijk bloedrode – episode uit de recente geschiedenis van Den Haag. Deze onlusten lagen in november nog vers in het geheugen. Men vreesde revolutionaire relletjes, die heftiger zouden zijn dan in april, omdat socialistische politieagenten de kant van de revolutie zouden kiezen.

De week van 11 tot en met 18 november 1918 was in Den Haag een van uiterste. Ze begon feestelijk. Halverwege die week was er een bedrukte en gespannen stemming. Maar ze werd afgesloten met een triomfantelijke huldiging van koningin Wilhelmina en prinses Juliana op het Malieveld. Er is in die onrustige dagen veel gebeurd in de residentie; in het openbaar, maar ook achter de schermen. Eerst zien we hoe de ‘gewone’ Hagenaar deze week beleefde. Daarna werpen we een blik achter de schermen bij een contra-revolutionaire groep en bij de militaire inlichtendienst.

Op maandag 11 november en de dag er na verkeerde Den Haag in een feestelijke stemming. Het bericht over de wapenstilstand veroorzaakte onder Engelse en Belgische militairen, die hier waren geïnterneerd, een uitbundige jubelstemming. Ze mochten eindelijk naar huis. Ook Nederlandse militairen hadden reden tot vreugde want na vier jaar zouden ze gedemobiliseerd worden.

Er heerste een gezellige drukte als op een Koninginnedag. Grote drommen Engelse, Belgische en Hollandse militairen – omstuwd door een grote menigte – trokken door de stad met de Engelse en Belgische vlaggen. Arm in arm liepen ze hossend door de straten. In de cafés hieven Engelse soldaten het ‘God save the King’ aan. In Hotel De Twee Steden aan het Buitenhof hielden Engelse officieren een feestdiner.

Woensdag 13 november – na de revolutionaire toespraak van Troelstra – was deze opgewekte stemming radicaal omgeslagen. Onder de grauwe lucht was de stemming min of meer gedrukt. Een regeringsproclamatie werd overal aangeplakt en duizenden verdrongen zich om haar te lezen. Hierin waarschuwde de regering voor de gevolgen van de revolutionaire onrust. De proclamatie was door alle ministers ondertekend.

Ook het straatbeeld was veranderd. Cavalerie en marechaussees patrouilleerden door de straten. Departementen en andere overheidsgebouwen werden met mitrailleurs bewaakt. De straten maakten een doodse indruk. Hier en daar wapperde nog een vlag. De verkoop van sterke drank werd verboden. Winkeliers die net de planken van de ramen hadden verwijderd timmerden ze uit voorzorg weer dicht.

In het centrum trachtten opgeschoten jongens een relletje uit te lokken door joelend op geblindeerde winkelramen te slaan. Een sergeant en enige soldaten grepen de grootste belhamels in hun kraag. Na hevig verzet en met assistentie van een burger werden ze naar het politiebureau op de Riviervismarkt gebracht. Dit zou tijdens deze revolutiedagen het enige opstootje zijn geweest.

Het werd steeds drukker in de binnenstad door de vele nieuwsgierige Hagenaars, die hoopten iets te beleven. Maar er gebeurde niets bijzonders. Wel daalde een regen van manifesten, pamfletten en strooibiljetten over de stad. Regering, politieke partijen en maatschappelijke organisaties riepen de Hagenaars op het hoofd koel te houden. Sommige straten waren wit van de weggeworpen strooibiljetten. Ook werd opgeroepen demonstratieve vergaderingen bij te wonen. Vooral de bijeenkomst van de sociaal democraten die avond in de Haagse Dierentuin – onder leiding van een nog jonge Willem Drees – trok veel belangstelling. De zaal was stampvol. Honderden, die geen toegang konden krijgen, begaven zich naar het Malieveld waar ook socialistische sprekers optraden. De bijeenkomst in de Haagse Dierentuin eindigde in chaos. Een Duitse proletariër, genaamd Grünberg, die als gastspreker was uitgenodigd, had kritiek op de SDAP. Zijn opmerkingen veroorzaakten groot tumult. Sommigen wilden die Duitser er uitgooien. De vergadering splitste zich in twee partijen, die elkaar op zeer rumoerige wijze te lijf gingen. Perstafels werden omver gelopen en journalisten vluchtten de zaal uit. Het lukte Drees niet de orde te herstellen. Een van de journalisten verzuchtte; dit staat ons te wachten als revolutionaire elementen aan de macht komen.

In deze opgewonden menigte bevond zich ook een lid van de hofhouding. Het was de secretaris van Wilhelmina, baron Van Geen, die vermomd als arbeider de vergadering bijwoonde. Waarschijnlijk om Hare Majesteit te berichten wat er onder het volk leefde.

Tegen het eind van de week werd steeds duidelijker dat de revolutie aan Nederland voorbij zou gaan. Volgens de publieke opinie was de oorzaak dat wij niet in Pruisen woonden, maar in een vrij Nederland. Om dit te benadrukken werden aan het eind van deze week in Den Haag twee grote manifestaties gehouden om Hare Majesteit te huldigen; zondags op Houtrust en maandagmiddag op het Malieveld.

Kees de Raadt
raadtvanleeuwen@ziggo.nl

In de volgende editie van De Oud-Hagenaar volgt het tweede deel van dit artikel.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann