Opgegroeid in de Haagse Schilderswijk

Joke (72) groeide op in de Schilderswijk in Den Haag. Ze kijkt erg positief terug op haar jeugd die ze doorbracht in deze buurt. In dit interview deelt Joke haar herinneringen aan de Schilderswijk.

Hoe was het om op te groeien in de Schilderswijk?
Er waren leuke dingen en minder leuke dingen. Ik ben opgegroeid in de Hobbemastraat en woonde daar samen in het huis van mijn opa. Mijn opa en oma woonde beneden, wij woonden op de eerste verdieping en mijn tante en oom op de tweede familie. Toen ik een jaar of 9 à 10 was ben ik verhuisd met mijn familie naar een benedenhuis in de Jan de Baenstraat.

De tijd in de Jan de Baenstraat was eigenlijk een harstikke gezellige tijd. Vroeger als het mooi weer was, kwamen alle kinderen buiten. We deden dan allerlei spelletjes zoals tollen, knikkeren, puttentikkertje, hoelahoepen, touwtje springen, noem maar op. In de zomer waren er in zo’n straat misschien wel twintig kinderen aan het buitenspelen. Als de ijscoman dan langs kwam, kregen alle kinderen een ijsje van de lorrenboer.

De lorrenboer?
De lorrenboer was een man die naast ons woonde en handelde in oude en kleding en stoelen bijvoorbeeld. Hij stond ook op de markt in de Herman Costerstraat. Die man was beter qua geld dan de rest van de mensen. Hij liep altijd langs de deuren en kwam dan oude spullen ophalen. Dat werd op een bakfiets geladen en daar ging die mee naar de markt. Blijkbaar verdiende die daar best goed aan want de lorrenboer had ook een auto. Bijna niemand had toen een auto.

Aan de andere kant naast ons woonde een man die rijwielhandelaar was. Als die vrijdag uit zijn werk kwam, was die altijd dronken. Dan werd die opgepakt door de politie omdat die agressief was. Als die weer terugkwam en zijn roes had uitgeslapen, was het een vreselijk lieve man. Zo waren er nog meer mensen in de straat. Zo was dat. En met oud en nieuw ging iedereen uit zijn dak. Dan was er vuurwerk en een heel groot vuur. Dan gooiden ze zelfs hun bankstel in het vuur.

Hoe was de sfeer tijdens een feest als oud en nieuw?
Ja, dan werd het soms agressief. Want dan hadden mensen vaak teveel gedronken en gingen ze vechten. Dan kwam het waterkanon door de straat om de boel schoon te vegen.

Maar aan de andere kant als iemand bijvoorbeeld ziek was, hielp iedereen elkaar. Mensen pasten op elkaars kinderen. Wat dat betreft was het gewoon één in zo’n straat. Iedereen stond voor elkaar klaar en dat zie je tegenwoordig niet meer in een wijk. Ik denk dat dat wel echt kenmerkend was voor de Schilderswijk: aan de ene kant konden mensen met elkaar vechten en lelijk tegen elkaar doen, maar aan de andere kant hielpen ze elkaar overal mee.

Ging je ook naar school in de Schilderswijk?
Ik ging ook naar school in de Schilderswijk. In de Jan de Baenstraat woonde ik recht tegenover de school. We hoefden alleen de straat over te steken. Daar had je natuurlijk ook vriendinnetjes en die kwamen ook allemaal uit de Schilderswijk.

Je had vroeger op school de A- en de B-kant. Tegenwoordig is dat belachelijk en komt dat niet meer voor. De B-kant was meer voor nettere mensen, hoe ze dat vroeger zeiden. En de A-kant was voor een meer lagere klasse, maar ik vind dat heel moeilijk om te zeggen. Ergens in mijn hart vind ik dat niet. De A en B-kant zaten niet bij elkaar in de klas.

Aan welke kant zat jij?
Ik zat aan de B-kant. Maar ik weet niet waar ze je precies op indeelden. Mijn vader verdiende bijvoorbeeld ook niet veel en wij hadden ook zeven kinderen in het gezin. Ik kan niet zeggen waarom de ene wel aan de B-kant kwam en de andere niet. Maar er werd gezegd dat de B-kant netjes was en de andere kant minder. Ik ben blij dat ze dat nu niet meer hebben, want iedereen is natuurlijk gelijk.

Tot wanneer heb je in de Jan de Baenstraat gewoond?
Toen ik op de Mulo zat, gingen we verhuizen naar de Vaalrivierstraat, in Transvaal. Dat was toen een wat nettere buurt. Ik was volgens mij een jaar of 13 of 14. Het was wel een hele andere buurt. Je maakte daar ook wel eens mee dat iemand te veel gedronken gehad, maar daar waren de mensen ook niet zo sociaal naar elkaar als in de Schilderswijk.

Mijn ouders hadden besloten om weg te gaan uit de Schilderswijk, omdat het huis veel te klein was. We hadden een woning met vier kamers met zeven kinderen, waaronder zes meisjes en een jongen. Die kreeg natuurlijk een kamertje apart. Mijn ouders hadden een kamer samen met mijn jongste zusje. De andere slaapkamer deelden we met z’n vijven. We hadden twee tweepersoonsbedden en een eenpersoonsbed. Ook wilden mijn ouders op een gegeven moment toch liever naar een andere buurt. En wij gingen natuurlijk netjes mee.

Maar je kijkt er wel positief op terug?
Ja, hoor. We hebben niet slecht gewoond in de Schilderswijk, zeker niet. Mijn moeder was best vaak ziek en de buurvrouw sprong dan altijd in. Samen deden we thuis het huishouden. Ook ging ze met alle kinderen naar mijn moeder als ze in het ziekenhuis lag. Dat deed de buurvrouw allemaal. Dat was de buurvrouw waarvan de man elke vrijdag dronken was, haha. We hebben ook nog heel lang contact met haar gehad.

Het komt er eigenlijk op neer dat vroeger in de Schilderswijk veel mensen woonden met een grote mond die gauw op de vuist gingen en explosief waren, maar die wel altijd voor elkaar opkwamen. We liepen ook gewoon bij elkaar in en uit. Je kon rustig het touwtje uit je deur hangen. Er zaten wel eens mensen in de bak omdat ze wat gestolen hadden, maar dat zouden ze nooit bij hun eigen buren doen.

Chantal van Veen

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann