Treinreis naar Griekenland

Naar aanleiding van een artikel in De Oud-Hagenaar van april 2017 waarin een mevrouw over haar tijd vertelt dat ze als loketmedewerkster werkte op het station Staatsspoor, kwam bij mij de herinnering boven van onze eerste treinreis naar Athene.

In januari 1958 ontmoette ik het meisje dat later mijn vrouw werd. Ik werkte bij Singer (naaimachines) in het Noordeinde en kwam als chauffeur bij een diplomatenfamilie op het Willem Witsenplein. Alhier zag ik een leuk meisje, die hier als kindermeisje werkte, maar ook diverse andere huishoudelijke werkzaamheden deed. Ze bleek van Griekse afkomst.

Ik was zo onder de indruk van haar dat ik de volgende dag aanbelde om haar mee uit te vragen. Ondanks dat we elkaar niet verstonden, begreep ik dat zij dit ook wel leuk vond. Zo gingen wij ’s avonds naar de bioscoop Korzo in de Prinsenstraat. Daar draaide de film Quo Vadis.

Na afloop kwam pas het probleem: de taal en de ondertiteling was onbegrijpelijk voor mijn latere vrouw. Na veel voeten- en handenwerk heb ik geprobeerd de film uit te leggen. Door diverse omstandigheden kwam onze relatie in een stroomversnelling. Een van de grootste problemen was dat mijn vriendin minderjarig was en zich ook elke drie maanden bij de vreemdelingendienst op het Alexanderveld moest melden, in verband met haar verblijfsvergunning. Mijn vriendin had inmiddels haar vader gevraagd of ze langer in Nederland mocht blijven. Het antwoord was positief, maar alleen als ze ging trouwen met de man waarvan ze hield. Later heb ik gemerkt dat dit voor mijn schoonvader goed uitkwam, want ik vroeg geen bruidsschat…

Door deze gang van zaken zijn we op 8-8-1958 getrouwd. Door deze daad werd mijn vrouw Nederlandse en moest ze haar Griekse paspoort inleveren. Maar ze was ook vrij om te werken waar ze wilde.

Onze eerste wens na ons huwelijk was om zo snel mogelijk kennis te maken met mijn schoonouders en het land van mijn vrouw. Dus we moesten sparen. Op Scheveningen huurden wij een kamer met gebruik van keuken in een souterrain voor 35 gulden en ik verdiende 240 gulden en mijn vrouw verdiende als leerling-kapster 110 gulden in de maand.

Na twee jaar sparen hadden we niet alleen genoeg vakantiedagen gespaard, maar ook genoeg geld om de treinkaartjes te kopen bij Wagon Lits in de Hoogstraat. De prijs voor een retour vanaf het Staatsspoor in Den Haag naar Athene met de Hellas Express was 325 gulden. Dit hield in dat we in de trein konden blijven zitten, zonder over te stappen. De wagon bestond uit zespersoonscoupés, zonder slaapplaatsen. De gereserveerde plaatsen waren, zodrawe de grens over waren, niet meer geldig. Het ergste van de reis vonden wij dat we onderweg bijna geen gebruik konden maken van de toiletten; of ze waren verstopt of er was geen water. De geplande reistijd was ongeveer 55 uur. Onze ervaring was dat de trein met tien tot twaalf uur vertraging in Athene aankwam. Deze reis hebben we drie keer op dezelfde manier gedaan.

De vertragingen ontstonden door het regelmatig rangeren van de trein. Door heel Europa was nog geen elektrisch treinennet. Op diverse trajecten werden kolenlocomotieven ingezet, in bergachtige gebieden zelfs twee (een voor en een achter), ook werd de trein op diverse stations gekoppeld aan andere treinstellen. Dit hield ook in dat we dan weer vooruit- en dan weer achteruitreden.

Maar de grootste vertragingen ontstonden bij de grenzen, bijvoorbeeld aan de grens van Oostenrijk en voormalig Joegoslavië. Hier stonden we diverse keren tussen de zes en acht uur. Eerst werden alle paspoorten en de bijbehorende doorreisvisa opgehaald. De douane liep met stapels paspoorten naar een klein kantoortje waar dan weer iemand zat die ze allemaal doorbladerde en er stempels inzette. Dit werk bleek erg zwaar te zijn, want er werd regelmatig pauze gehouden. Maar als alle paspoorten gestempeld waren, werden de beambten weer op pad gestuurd om de paspoorten weer bij de juiste personen te krijgen.

Ook werden in de treinen regelmatig controles op smokkelwaar gehouden. In die tijd werd er in Griekenland extra belasting geheven op bijvoorbeeld paraplu’s en speelkaarten. Hiervan probeerden de toen met ons meereizende gastarbeiders hun kosten van de reis gedeeltelijk terug te verdienen. Dit gaf aan de grens soms spannende situaties.

Na bijna zestig jaar kijken wij heel positief terug op deze manier van reizen. Wij vonden het heel avontuurlijk en we waren tot over onze oren verliefd.

Frans Buitelaar
f.h.buitelaar@casema.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann