Lancia 2000

Grappig dat je in de jaren zestig en zeventig nog aparte automerken had voor een, zeg maar, gedistingeerd rijderspubliek. Lancia was daar een mooi voorbeeld van. Neem nu bijvoorbeeld de Lancia 2000. Een, uiteraard Italiaans merk, dat mij altijd gefascineerd heeft in mijn Haagse jeugd en ik ook op latere leeftijd heb mogen bezitten.

Ik herinner mij de Lancia-specialist Francke in de Van Bleiswijkstraat en de importeur Van der Marel die langs de Rijksstraatweg in Wassenaar zat.

Het eerste dat mij bij dit merk altijd te binnen schiet, is dat toen de contact- en portiersleutel al voorzien waren van een gekleurde kunststof bovenkant. Uniek voor die tijd.

Maar terug naar de 2000. Een uitloopmodel van de Flavia-serie. Een typenaam die verwijst naar een oude Romeinse weg. De Flavia was trouwens de eerste Italiaanse auto met voorwielaandrijving en een boxermotor vanwege het lage gewicht. De 2000 was een echte 4-deurs sedan of zoals ze dat in Italië zeggen een Berlina. Het wat hoekige model werd in eigen huis ontworpen door Pietro Castagnero, wat mij eigenlijk niets zegt. De motor had in 1971 een inhoud van 2.0 liter met 115 pk en een topsnelheid van 175 km, met een dubbel Dunlop-remsysteem met schijfremmen rondom.

Het model was zoals gezegd hoekig, maar wel met een eigen karakter. Zo waanzinnig mooi en nog steeds was het gedistingeerde front met groot in het midden de verticale Lancia-grille en dubbele koplampen rechts en links daarvan. Platte motorkap en datzelfde gold voor de lage platte achterkant. Veel chroom omrande randen rond de raampartij.

Trek het portier open en je ziet een ruim, chic met velours bekleed interieur met hout op het dashboard. Deze Lancia had al standaard hoofdsteunen en geloof het of niet, gordijnen voor de achterruit die moesten voorkomen dat de zon de bekleding van de achterbank zou aantasten, maar die tevens diende ter bescherming van de privacy van de achterbankpassagiers. Mede hierdoor was deze Lancia zo geliefd onder hoogwaardigheidsbekleders en de maffia. De zit achter het tweespakige houten stuur was wat rechtop met een blik op het lichtgekleurde houten dashboard met vierkant vormgegeven klokken en meters. De velours interieurbekleding deed inderdaad chic en warm aan. Prachtige styling uit de jaren 70. De bagageruimte was ondanks zijn platte vormgeving toch ruim en kon royaal twee golfsets herbergen.

Het motorgeluid van deze 2000 was zeer karakteristiek. Een wat rauwe boxerroffel. Door de bladveren veerde hij nogal soepel met als gevolg overhangen in de bochten en een snel deinende motorkap. Daarbij kwam nog dat hij tamelijk overstuurd was met een vrij grote draaicirkel. Maar op de lange afstand en bij hoge snelheden was de wegligging en de koersvastheid prima. De rem- en stuurinrichting waren bekrachtigd. Hij schakelde licht en precies en de koppeling vergde weinig kracht. Door de relatief glasoppervlakken was het zicht rondom uitstekend en de achterruit was voorzien van achterruitverwarming. In 1974 viel het doek voor deze 2000 en eigenlijk daarmee ook voor de prachtige Flavia-serie die eveneens een aantal uiterst fraaie Coupé’s en Cabrio’s had gekend. De opvolger was de Beta-serie, wat toch ook wel een hele bijzondere was.

John Vroom (autojournalist)
johnvroom@planet.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann