Jeugdherinneringen uit Moerwijk

Mijn jeugdherinneringen komen steevast uit de Jan Luykenlaan in Den Haag. Ik ben geboren op de Kromme Zandweg in Dubbeldam in 1943. Een paar jaar later kreeg mijn vader werk op het toenmalige Ministerie van Oorlog in Den Haag. Mijn vader vond een woning in de Newtonstraat, tussen de Beeklaan en de Regentesselaan. Vreselijk vond mijn moeder het op die bovenetage, vanuit een vrij huis in Dubbeldam. In 1949 konden we verkassen naar de nieuwe wijk Moerwijk.

Jan Luykenlaan 131 werd ons nieuwe huis met eindelijk een badcel met douche en een buiten in de vorm van een balkon.

Er waren nog geen stoepen, dus wij kinderen namen hele bergen zand mee in onze schoenen.

Een heerlijke jeugd hadden we daar. Ook waren er volop winkels. Slagerij Van Dongen, De Gruyter, groenteboer, drogist, manufacturenwinkel Coja, apotheek Van Rhee en herenkledingzaak Aubon Marché.

Huishoudelijke artikelen bij Cune. Radio Westdijk. Parfumeriezaak Margriet, waar ik stiekem mijn eerste lippenstiftjes voor 9 cent kocht. Een drankenhandel en een cigarettenzaak. En volgens mij ook nog een bedden of tapijtenwinkel en een zaak voor dameskleding. Verder ben ik vast nog wel wat vergeten.

En dan in de Van Baerlestraat natuurlijk de snackbar van Verheij, waar Chris samen met z’n broer achter de toonbank stond.

Chris, de jongen met die twee bulten op z’n voorhoofd. Iets waar ik altijd met verwondering naar moest kijken. Wat een plezier beleefden we met de buren en hun kinderen.

’s Winters schaatsten we voor de deur of om de hoek op de Tesselschadelaan. Ik leerde schaatsen op de kunstschaatsen van mijn vader die veel te groot waren, maar met rubber laarzen en vier paar sokken erin lukte het wel. Het sleuteltje waarmee de schaatsen aan m’n laarzen moesten worden vastgedraaid, bungelde om m’n nek. Na een paar jaar had één buurman een auto en hele slierten sledes werden dan achter de auto gebonden en zo reden we dan rond het water op de Jan Luykenlaan. Ook speelden we op het braak liggende landje tegenover ons huis tussen de Joan Bladiusstraat en de Jan Vosstraat.

In 1959 werd dat bouwklaar gemaakt voor de bouw van de Marcuskerk die in 1961 werd geopend. Wij gingen altijd naar de Mirtekerk in de Vierheemskinderenstraat omdat wij gereformeerd waren en de Marcuskerk was een hervormde gemeente. Gelukkig is dat nu allemaal één, onder de noemer ‘protestant’. Leuk detail is dat mijn dochter nu diaken is in die Marcuskerk.

Aan dat braakliggende terrein hebben we trouwens nog andere herinneringen. Iedere dag kwam de melkboer aan de deur die dan zijn zware melkbus helemaal naar boven zeulde. Wanneer hij dan zijn melk eerst in de maatbeker schonk was het mijn moeder opgevallen dat hij dan altijd zijn duim in de melk had. En omdat wij iedere dag zagen dat hij, voordat hij ons portiek bezocht, altijd eerst op het landje tegen de gevel van het huis van de Jan Vosstraat ging staan plassen, was dat voor mijn moeder een reden om hem te bedanken voor zijn service. Ze besloot voortaan de melk zelf te gaan halen in de winkel.

Op zaterdag werden we wel eens naar de groenteboer gestuurd met de vraag: “Heeft u nog stekkies?” We moesten er dan bij zeggen dat het voor de appelmoes was. In die naoorlogse periode was het nergens een vetpot en met vier kinderen was het soms sappelen, dus fruit met een paar rotte plekjes was welkom en werden door ons kinderen dankbaar aanvaard. De groenteboer was nooit onder de indruk van die ‘appelmoes’, want er zaten bananen, sinaasappels en soms pruimen bij.

In 1963 trouwde ik en bleef met mijn man inwonen, want huizen waren schaars. In 1966 kregen we een ‘eigen’ huis en een paar jaar later verhuisden ook mijn ouders naar een huis met lift op de Volendamlaan.

Doordat mijn dochter nog via de Markuskerk met de Jan Luykenlaan verbonden is, komen we daar nog regelmatig en moet ik altijd even naar boven kijken en denk wel eens: wat zou ik daar graag nog eens binnenkijken. In mijn beleving was het huis heel groot.

Laatst zag ik vanaf de Tesselschadelaan het balkon en herinnerde me dat we wel heel gevaarlijke spelletjes deden. We gingen bijvoorbeeld aan de buitenkant van het balkon hangen. Zelf heb ik een keer aan de ijzeren stangen gehangen waar de waslijnen aan bevestigd werden. En maar stoer slingeren. Levensgevaarlijk en onverantwoordelijk, maar daar dacht je dan niet aan. Oh, oh, als mijn ouders dat geweten hadden… Toen ik onlangs daar naar boven keek kreeg ik er haast buikpijn van bij het idee.

De mooie herinneringen blijven toch. Het gekke is dat deze periode zo’n invloed op mijn leven gehad heeft dat, wanneer ik droom, zich dat altijd afspeelt op of rond de Jan Luykenlaan. Onze buren waren destijds familie Hijdra, familie Venderbosch, familie De Croon, familie Verboven en de familie Thielen. De huisarts was Dr. Ingenhoes. Ook hij woonde op de Jan Luykenlaan.

Al met al, we hadden daar een heerlijke jeugd.

Suze Mulder-Brune
suzemulder@gmail.com

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann