Tante Pos rond 1960 (deel 5)

Voor al het bezorgend personeel, of dat nu bakkers, melkboeren of postbodes waren, was het bestellen in portiekwijken een slopende bezigheid. En zo’n vijftig, zestig jaar geleden was voor een postbode in de grote stad een drie- à vierhonderd portieken op een dag geen uitzondering.

Het zou nog vele jaren duren tot er brievenbussen beneden geplaatst werden en dat was niet om de postbode te sparen, maar om tot tijdwinst te komen zodat deze meer post op meer adressen kon bezorgen. Er kon volgens Afdeling Organisatie al snel een volle taak opgedeeld worden over de andere in een wijk.

Ditzelfde gebeurde bij de tuintjes die langer dan tien meter waren van hekje tot voordeur.

Men had ons van grof plichtsverzuim kunnen betichten, van onzorgvuldig omgaan met het aan ons toevertrouwde briefgeheim, zelfs schending van de door ons afgelegde eed en wat al niet meer, maar wij zegenden de man of vrouw die tegen ons zei: “Zal ik het voor u mee naar boven nemen?”

Zo liep ik op een mooie lentedag de Mient die direct begon met een eindeloze rij tweehoog portieken. Ofschoon de zon al behoorlijk warm was nog in het zwartlakense winteruniform, dasje om en pet op. Die pet mocht trouwens pas af na een dienstorder van de Centrale Directie, maar dan moesten eerst bij een hittegolf de mussen dood van het dak vallen!

Toen ik op een gegeven moment weer beneden kwam, zag ik bij het volgende portiek mevrouw De Vries staan, die ik me herinnerde omdat zij bepaalde aantrekkelijke punten had die in het verleden mijn aandacht al hadden getrokken. Een postbode is ook maar een mens nietwaar? Aan haar hele houding zag ik al: die vraagt of ze de post voor me mee zal nemen. Maar wat jammer nou! Bij de buren van mevrouw De Vries moest ik bellen voor een portbrief om een paar dubbeltjes te innen, dus moest ik toch naar tweehoog!

Ineens sprong het duveltje in me. “Zal ik het voor je meenemen, postbode?” Op de door mij al verwachtte vraag antwoordde ik quasi verontwaardigd: “Nee, hoor! Ik vind het zelf veel te leuk!”

En het beste mens in stomme verbazing achterlatend, rende ik met twee treden tegelijk de trappen op!

Met een grote grijns op m’n gezicht stond ik bij de deur van de buren haar op te wachten en toen zij begreep hoe de vork in de steel zat, hebben we samen hartelijk staan lachen.

Het werd later wel één van mijn ‘koffieadresjes’ of voor een koud glas drinken als ze me zag.

Guus van Charante
guus.vancharante@gmail.com

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann