Tekenleraar aan de Kappersvakschool

De aanleiding voor het gesprek met Johan Janssen was mijn vorige artikel over de Kappersschool aan de Noordwal. Hij was het met dat artikel niet zo eens en was met name van mening, dat er veel betere kappersopleidingen geweest zijn en wel met name de kappersschool waar hij zelf als tekenleraar aan verbonden is geweest.

Al pratende in zijn bijzondere woning aan de Sirtemastraat, waarin al zijn in de loop der jaren ontwikkelde wijsheden (in de vorm van abstracte “modellen”) tentoongesteld staan, komen we er samen achter, dat hij niet zozeer een vergelijking maakt tussen gelijktijdig bestaande kappersscholen. Nee, hij was verbonden aan de kappersvakschool, die als avondschool (avondnijverheidschool) gevestigd was in de Bakkerstraat en in 1974 gesloten werd. Voor die avondschool kwam in de plaats de kappersdagschool aan de Noordwal, die in het kader van het inmiddels ontstane leerlingstelsel, door leerlingen 1 dag per week bezocht werd. Zoals door Yvonne van Dijk, die daarover in mijn vorig verhaal vertelde en refereerde naar de jaren 1979-1980. Helemaal eerlijk is de vergelijking van Johan Janssen tussen de twee scholen dus niet, we hebben het over twee totaal verschillende onderwijssystemen in verschillende tijdvakken, waarvan het hooguit toevallig is, dat ze deels in dezelfde gebouwen bestaan hebben.

Beste kappersvakschool
Johan Janssen was behalve mysticus (in die kwalificatie verscheen hij in de 100e editie van het programma de Paradijsvogels in 2007) vooral tekenleraar.

Maar hij begint de positie van “zijn” school te duiden: “We praten hier wel over de beste kappersvakschool van heel Nederland en de derde van Europa. Gevestigd dus in de Bakkerstraat in een voormalig lager schoolgebouw. Met achttien leraren in totaal hadden we een juweel van een opleiding. Meneer Leijger, die een van de beste kapperszaken in Den Haag had, was een van de bestuursleden en was medeoprichter van deze school. Die had zelf niet zomaar een winkeltje, maar kocht (na zijn salon in het Bezuidenhout) een pand van 6 miljoen aan de Herengracht. Een topsalon, waar hij overigens ook pruiken maakte. Er kwamen veel ambassadevrouwen”, zo onderstreept hij de kwaliteit van zijn school.

“En drie van de 18 docenten op de kappersvakschool waren overdag hoofd van een lagere school. Op dinsdag-, woensdag-, donderdag- en vrijdagavond gaven ze les, deze mensen waren dus op die 4 dagen van 07.30 tot 22.30 uur in touw. En aan het eind van de 3-jarige opleiding kregen de meisjes een examen, dan gingen ze voor het zogenoemde gezellendiploma.”

Tekenlaar
Johan Janssen was bevoegd tekenleraar. Na 1 jaar leraarschap werd hem door Buringa (het hoofd van zijn Lagere School) gevraagd of hij “voldoende uren had”, wat er werd nog een tekenleraar op de kappersavondschool gevraagd. Buringa gaf daar ook les in boekhouden en handelsrekenen ten behoeve van het behalen van het middenstandsdiploma. Janssen gaf les op diverse Haagse Lagere scholen zoals in de Zonnebloemstraat, de Capadosestraat, de La Reyweg en de Paets van Troostwijkstraat.

Maar wat doet nu een tekenleraar op een kappersvakschool? Hij legt het uit. Op indringende wijze en met de hulp van papier en tekenpotlood. Want tekenen doet hij nog steeds graag. Moeiteloos tekent hij een gezicht, een profiel. En legt uit waarom de tekening, die hij snel klaar heeft zo belangrijk is: “Als kapster moet je weten hoe de afstanden tussen onderkant kin en bovenlip, tussen bovenlip en oogrand en tussen oogrand en bovenkant van het voorhoofd zijn. En waar de haarlijnen ophouden, zowel aan de zijkanten van het hoofd als aan de onderkant van de achterzijde van het hoofd. Ik zie ook vandaag nog wel prutsers van kappers, die helemaal niet weten waar de haarlijnen lopen en dan maar een beetje aanklooien. Bij een ideaal hoofd zijn die afstanden gelijk, bij een asymmetrisch hoofd (als die afstanden dus niet gelijk zijn) moet je daar met het kapsel rekening mee houden”. En om dat laatste argument kracht bij te zetten, tekent hij nog een hoofd, een asymmetrisch hoofd. En zo werkte hij als tekenleraar op de kappersavondschool. Natuurlijk maakte hij ook tekeningen van kapsels, die hij ergens gezien had of de basis moesten vormen voor een nieuw ontwerp en zo inspireerde hij de leerling kapsters. Aan die leerlingen doceerde hij ook de zogenoemde Gulden Snede verhouding, zoals die terug te vinden is in de natuur en in alles, wat mooi is. Zoals in veel kunstwerken van Leonardo da Vinci en Michel Angelo, die haast wiskundig werden voorbereid. Maar ook de kleurleer was het domein van de tekenleraar. “Zo’n kapster moet toch iets weten van de basiskleuren en hoe je die wel en niet kunt mengen om tot unieke kleuren te komen”, zegt hij indringend. Hij nam ook examens af in de kleurleer.

 

Niet zonder trots vertelt hij, dat hij als modellen-ontwerper geprezen werd door het blad La Coiffure de Parisen door Figaro, een Nederlands vakblad voor kappers en schoonheidsspecialisten. Hij werd omschreven als “le designateur pour Neerlandais”. En hij vertelt dan ook graag, dat Henry Machard, een in die jaren beroemde topkapper in Parijs, die op bezoek was bij een kapperswedstrijd in het gebouw van Indola (een traditie in die tijd), bewonderend zat te kijken naar het tekenwerk, dat Johan Jansen daar ter plekke fabriceerde.

Jansen kijkt graag trots terug op zijn loopbaan en beoogt tegelijkertijd het professionalisme van “zijn” kappersopleiding te onderstrepen en te illustreren. Dat hij daarbij, tussen neus en lippen door, latere opleidingen als “minder” kwalificeert is niet terecht, maar het zij hem vergeven. Het leerlingstelsel als opleidingsvorm ontstond en daarmee kregen andere opvattingen over het leren van het kappersvak de overhand. Tenslotte kijkt ieder van ons graag terug naar zijn of haar “tijd” als de beste van alle tijden.

Ton van Rijswijk
avanrijswijk@kpnmail.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann