Hoe ging dat ook alweer?

Alweer een tijdje geleden is het gebruik ontstaan om boeken die men een tweede leven gunt in een kastje bij de openbare weg te plaatsen. De voorbijganger mag ze zomaar meenemen en wanneer er door wie dan ook boeken bijgeplaatst worden, wordt dat zonder meer op prijs gesteld.

Onlangs moest ik in het dorp waar ik woon op de Middelweg zijn en ook daar staat zo’n boekenkastje.

Ik kon het niet laten om te kijken welke boeken erin stonden.

Een verrassend aanbod, mag ik wel zeggen. Zowel boeken voor volwassenen als voor kinderen.

Eén boek viel mij op, een telefoonboek dat tijdens de Tweede Wereldoorlog uitgegeven is en wel op 1 december 1943. Het was bedoeld voor de gemeenten ‘s-Gravenhage, Rijswijk, Voorburg en Wassenaar.

Het zal u niet verbazen dat het hier voor me ligt. Ik woonde in die tijd als mannetje van zes jaar in ‘s-Gravenhage.

En ja, hoor: het telefoonnummer van mijn ouders kwam me nu nog bekend voor. Het gedeelte dat betrekking heeft op ‘s-Gravenhage begint met enkele opmerkingen over het gebruik van een telefoontoestel uit die tijd en wie weet herkennen de ouderen onder ons dit nog.

Al lezende realiseerde ik me dat de gemiddelde intelligentie van de gebruikers niet erg hoog werd ingeschat.

Aanwijzingen betreffende gebruik van telefoontoestellen
Om iemand op te roepen brengt men de telefoon aan het oor en wacht tot men een lagen onafgebroken zoemertoon hoort, hetgeen wil zeggen, dat men met het kiezen kan beginnen.

De cijfers van het gewenschte nummer moeten in volgorde van links naar rechts worden gekozen. Voor no. 4567 dus eerst de 4, daarna de 5, vervolgens de 6, dan de 7.

Om een cijfer te kiezen steekt men den top van den wijsvinger in die opening van de schijf waardoor men dat cijfer kan zien, draait de schijf in de richting van de wijzers van een uurwerk tot de vinger stuit, trekt den vinger uit de opening en laat de schijf vrij terugloopen.

Eerst daarna kieze men het volgende cijfer.

Indien men, vóórdat het gehele nummer gekozen is, bemerkt een fout gemaakt te hebben, of indien de vinger uit de opening van de schijf glipt vóórdat deze geheel rondgedraaid is, legt men de telefoon weer op den haak, wacht eenige seconden en begint opnieuw.

Men geve den opgeroepene voldoende tijd om naar zijn toestel te gaan en de telefoon van den haak te nemen.

Draaien aan de nummerschijf evenals het bewegen van den haak tijdens het gesprek heeft tot gevolg, dat de verbinding verbroken wordt; dit mag dus niet geschieden.

Na afloop van een gesprek moet de telefoon op den haak gelegd worden en zoolang het toestel niet gebruikt wordt, moet den telefoon op den haak blijven liggen, anders raakt het nummer gestoord.

U ziet het, het voeren van een telefoongesprek was in die tijd geen eenvoudige zaak. Toch was er naar mijn bescheiden mening één groot voordeel: je kon het toestel niet in je zak meenemen en er te pas en te onpas gebruik van maken.

Carl Doeke Eisma
carleisma@planet.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann