Spaansche Hof: van kerk en kapel naar seniorencomplex

“Als kind kon ik hier de broeders zien lopen als ik eens nieuwsgierig ging kijken. Die broeders zijn inmiddels al lang naar de woning aan de Laan verhuisd, waar de pastoor – want die was al van een andere orde – al langer woonde”, vertelt John Mulder, die 5 jaar als vrijwilliger en 10 jaar als voorzitter van de bewonerscommissie optrad. De bewonerscommissie is in het leven geroepen voor de bewoners van de 110 senioren-appartementen, die opgeleverd zijn in 1988 en gesitueerd in de prachtige tuin van de Spaansche Hof, die twee ingangen heeft: één aan het Westeinde en één aan de Laan.

De kern van de Spaansche Hof is het zogenoemde stadspaleis (met de ingang aan het Westeinde), dat nu dient als evenementenlocatie (waaronder de functie van trouwlocatie), maar zijn “grandeur” dankt aan de Spanjaarden, die er ooit hun ambassade hadden, tot 1811. Nadat de Franse- en de Deense gezant er hun domicilie hadden gehad, trok de Engelse ambassadeur in het pand tot het jaar, waarin de Engelse ambassadeur voor de deur (1979) door IRA-leden vermoord werd. Daarna werd het bijzondere pand veilinghuis en inmiddels is het een exclusief partycentrum annex unieke trouwlocatie geworden.

De geschiedenis van dit bijzondere Stadspaleis gaat terug tot 1469, toen de raadsman van Keizer Maximiliaan, Gerrit van Assendelft, hier zijn huis bouwde. Nadat het huis meerdere malen werd overgeërfd binnen deze familie van hoogwaardigheidsbekleders, ging door middel van een huwelijk, het huis over in handen van de familie Van Renesse. Deze laatste verbleef niet veel in ‘s-Gravenhage en besloten werd, het bezit te verhuren. Niemand minder dan Johan de Witt was voor een aantal jaren een van de huurders. Nadat hij in 1653 tot raadpensionaris van Holland werd benoemd, was het nodig om in een passende en waardige residentie te wonen. Aan het Westeinde vond hij zijn onderkomen.

Maar haar koninklijke uitstraling dankt Het Spaansche Hof echter aan de Spanjaarden, die het in 1677 verbouwden tot het huidige Stadspaleis. In het Stadspaleis huisde de Spaanse Ambassade: het paleis en de bijbehorende grond waren politiek onschendbaar. Enkele jaren later werd op het terrein van de ambassade een kapel gebouwd. Dit kerkje was eveneens politiek onschendbaar, zodat er katholieke diensten plaats konden vinden.

Ten tijde van de bezetting van Holland door Napoleon, besloot de Spaanse koning het paleis in 1811 te verkopen. De twee achtereenvolgende eigenaren waren ieder rijke katholieken die het paleis zelf niet bewoonden, het paleis werd in die tijd verhuurd als residentie voor de Franse- en later Deense gezant. Het Spaansche Hof bleef daarmee een diplomatieke residentie.

John Mulder voegt aan de bijzondere geschiedenis aan het Stadspaleis van het Spaansche Hof nog toe, dat Gerrit van Assendelft veel in Orleans (Frankrijk) verbleef en daar smoorverliefd werd op Catherina le Chasseur en met haar trouwde. Hij trouwde volgens intimi “onder zijn stand”, maar zij deed haar naam dus eer aan.

Wel laat hij met trots de kapel zien, die gebouwd is boven het toenmalige koetshuis en deel uitmaakte van de Theresia van Avilakerk, die overigens vele jaren als vertrekpunt fungeerde voor tochten naar het overbekende Santiago de Compostella. De kerk werd in 1841 in gebruik genomen. De broeders – die dus later naar het huis van de pastoor verhuisden – woonden in de pastorie achter het altaar. Ook de “zusters van liefde” kwamen uit het klooster uit de Oude Molstraat en woonden een tijdlang in de Spaansche Hof.

“Van de zusters heb ik toen best veel geleerd. We deden veel dingen samen, ik heb een leuke tijd met ze gehad. Toen het zusterhuis opgeheven werd, zijn er dus maar twee hier blijven wonen. Die leven, net als alle zusters die naar Tilburg zijn verhuisd, niet meer”, aldus John Mulder.

De Theodora van Avilakerk werd afgestoten door het bisdom, de kerkgemeenschap werd ondergebracht bij de Heilige Ignatiuskerk in de Elandstraat.

Inmiddels zijn er dus die 110 appartementen, 2 eenkamer-, 101 tweekamer- en 7 driekamerappartementen. Het zijn sociale huurwoningen.

Catherina le Chasseur was dus afkomstig uit Orleans en leefde in het begin van de zestiende eeuw, een goede eeuw voor het rijpen van geesten. Ze trouwde, dus ver boven haar stand, met Gerrit van Assendelft, die als edelman kon opklimmen tot president van het Hof van Holland. Het huwelijk met de dochter van een herbergierster liep dan ook spoedig op de klippen. Catharina werd met zoon en een jaargeld in een huis aan de Hoge Nieuwstraat gezet, waar ze zich onder meer ging bezig houden met valsemunterij.

Ze werd in 1541 gepakt en belandde in de Gevangenpoort. Haar lot was gruwelijk: ze werd eerst veroordeeld tot de doodstraf door verbranding, maar dat vonnis werd later “verzacht” tot de waterdood. Op 11 april zette men in de Gevangenpoort een kruik met water aan de lippen van Catherina le Chasseur, waaruit ze moest blijven drinken tot ze stikte. Volgens de verhalen keerde ze na haar dood terug naar het huis aan het Westeinde, waar ze zo ongelukkig was geweest. Volgens het dienstmeisje van Johan de Witt, die er twee jaar heeft gewoond, spookte ze rond.

Ton van Rijswijk
avanrijswijk@kpnmail.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann