Wie wat bewaart heeft wat

Uit een tv-documentaire van de VPRO bleek onlangs, dat de ene mens z’n leven lang kastenvol spullen heeft verzameld. Terwijl de ander slechts wat kleren, een tasje met een tandenborstel, een paspoort en foto van zijn vriend(in) blijkt te bezitten.
Wat is dat toch, die behoefte aan verzamelen? Is het een poging om te bewijzen, dat we, ondanks alles, uiteindelijk toch niet voor niets hebben geleefd?

Het begon al in mijn jeugd. Ik spaarde van alles. Postzegels bijvoorbeeld. Mijn collectie van blote dames op postzegels hou ik zelfs nu nog hoog in het vaandel. Weggooien doe ik slechts bij hoge uitzondering. Zodat mijn zolder steeds verder uitpuilt met de meest uiteenlopende spullen. Maar wat moet ik ermee?

En zo heb ik al mijn agenda’s en lerarenagenda’s van 1967 tot nu. Van duizenden leerlingen kan ik nog opzoeken wanneer ze een halve eeuw geleden absent waren en welke cijfers ze van me kregen. Wat moet ik ermee? En die leerlingen zelf interesseert het natuurlijk ook helemaal niks meer. Weggooien dus? Ik kan er niet toe komen.

Verder heb ik nog kisten vol spullen en documenten van mijn ouders, grootouders en overgrootouders. Een bierglas met een zilveren deksel met de inscriptie ‘Gottfr. Meijer Düren 1883’. Van mijn betovergrootvader. Zoiets doe je natuurlijk niet weg. Maar wat moet ik er mee?

Bekeuringen, Hitweken en barometers
Met mijn verzameling oningevulde stembiljetten was ik laatst op de lokale tv. Dat is tenminste nog iets. Dan weet je waarom je ze al die jaren hebt gespaard. Maar wat doe ik met ruim 150 op schrift gestelde dromen uit 1960? Met al die koekoeksklokken, pendules en barometers die ik in mijn leven heb gesleten? Met een vrijwel complete verzameling Hitweken en Aloha’s?

Wat doe ik met een complete lijst van bekeuringen voor te snel rijden die mevrouw Pasgeld opliep in de periode van 2009 tot heden? Ik weet het niet. Ik weet het niet.

Wel weet ik wat ik ga doen met mijn verzameling geldstukken. Ik spaar namelijk munten van 1, 2, 5, 10 en 20 eurocent. Die verzameling is al twee keer zo zwaar als ikzelf. Als ik genoeg heb, doe ik ze in een stevige kist, rijd ermee naar het belastingkantoor en stort de kist uit in de hal van het kantoor teneinde mijn belastingschuld te voldoen. Dát is nog eens verzamelen met een doel!

Eierenplop, voldoendes en onvoldoendes
Anders ligt dat met mijn verzameling boodschappenbriefjes. Daar heb ik drie albums vol van. Steeds als ik in de supermarkt een boodschappenbriefje vind (op de grond of in een karretje) pak ik dat op om er mijn verzameling mee te verrijken. De meest wonderlijke zaken staan daar soms op. Cicken tonight, bijvoorbeeld. Eierenplop. Sch mielekt rus. Bierkasten. Smoeltjes. Pap voor ons en broodjes voor de jongens. Ik noem maar wat. Maar wat moet ik ermee?

Hetzelfde geldt voor het archief met de handel en de wandel van mijn jongste zoon vanaf zijn geboorte tot zijn twintigste. Al zijn voldoendes en onvoldoendes. Al zijn bekeuringen. Z’n tekeningen. Memorabele gebeurtenissen uit zijn leven. Ik bewaar het maar, in de hoop dat hij er te zijner tijd wat aan heeft. Maar als dat niet zo blijkt te zijn, gooit ie het maar weg. Dan heb ik ook dat voor niks bewaard.

Want als ik straks het tijdelijke heb verruild voor het eeuwige, liggen al die dingen nog steeds op zolder. En zitten mijn nabestaanden ermee opgescheept.

En dan kan ik me nog voorstellen, dat ze vechten om dat schilderij van de Amsterdamse Westertoren, dat een van mijn voorvaderen rond 1880 schilderde. Want dat schilderij is minstens 5.000 euro waard. Maar wat moeten ze met al die radio’s, tv’s, bandrecorders, die ik gedurende zo’n halve eeuw heb vervangen door nóg nieuwere, nóg betere, nóg geavanceerdere radio’s, tv’s en bandrecorders? Of met die drie ordners waarin álle gebruiksaanwijzingen zitten van álle apparatuur die ik in de loop van mijn leven heb aangeschaft?

Zinloos
Spullen uit het verleden bewaren. Waarom zou je? De vraag is natuurlijk hoe ver dat verleden van je af staat. Of hoe dichtbij. Want in het laatste geval kan je er nog steeds iets van leren. Dan struin je weer eens op zolder door die ouwe spullen. En dan sta je eindelijk eens stil bij vragen die zijn blijven liggen tijdens de wedloop van alledag. Hoe ging dat vroeger ook al weer? O, ja. Dat ging toen zus en zo. En? Was dat beter of slechter? En zo kom je tot de conclusie, dat vroeger heus niet alles beter was. Maar wel bijna alles.

En langzaam dringt het dan tot je door, dat je een groot deel van je tijd hebt verdaan met klakkeloos en zinloos achter zogenaamde vernieuwingen aan hollen.

Direct bij het groot vuil?
Is het dan allemaal voor niks geweest? Heb ik alles dan voor niks bewaard? Zijn zij, die uiteindelijk alleen nog maar een tasje met een paar spulletjes hebben overgehouden, dan toch de wijsten geweest?

Ik weet het niet. Soms ben ik jaloers op ze. Maar soms vind ik een soort geborgenheid en veiligheid in mijn ouwe spulletjes. En dan blader ik bijvoorbeeld mijn zorgvuldig bewaarde oude brieven en foto’s weer eens door. Om er achter te komen waar het allemaal goed voor was. En als ik dat doe, word ik er stil van.

Kleine nostalgie dus. In optima forma.

Als mijn nabestaanden de hele troep tenslotte inderdaad weggooien, moeten ze dat echt zelf weten. Ik wil, zal en kan ze er niet meer mee lastig vallen. Het enige dat ik hoop is, dat zij zelf ook iets bewaren om stil van te worden.

Zit ik ernaast? Kan ik dat hele soepzooitje misschien beter direct al bij het groot vuil zetten? Mail het naar julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann