Van oude havenkranen die voorbij gaan

Zo’n tien tot vijftien havenkranen stonden er, voor de overslag van stukgoed, van kolen en van allerlei ander massagoed. Wat ouderwetse havenkranen waren het. Daar op de kades van de ooit levendige Laakhavens, waar duizenden arbeiders; mannen en vrouwen, hun dagelijks brood verdienden.

Nu staan er nog twee van die machines, waarvan die van bouwmaterialenhandel Verhulst aan de Calandkade tot voor een aantal jaren nog in gebruik was. De andere kraan die aan de overkant staat, was jarenlang in gebruik bij de betoncentrale van Fabriton.

Maar het is voorbij, vergane glorie… of toch niet?

Ga er eens langs, ga kijken. Het drukke verkeer over de Neherkade raast er aan voorbij. Maar de bewoners, veel studenten ook, die in de omgeving wonen, hebben er dagelijks zicht op. En ook de treinreizigers van en naar Rotterdam, ze vangen een glimp op – als ze opletten tenminste. Het Laakhavenkwartier, dat uitgestrekte stedelijk gebied, waar de transformaties aan het water wel heel ingrijpend verlopen. Ooit was daar een bedrijvig havencomplex met talloze fabrieken en veel scheepvaartverkeer. Aan het eind was daar de Petroleumhaven. Ja, ook in Den Haag werd olie in schepen aangevoerd en in tanks opgeslagen. Later verpauperde het daar en werd het zo’n berucht stukje rafelrand van de grote stad. Gesaneerd zou het worden, weg met leidingen, buizen en oude fabriekshallen. En thans, heden ten dage, gloednieuwe torengebouwen domineren het uitgestrekte Laakhavenkwartier. Niet alleen het Hogeschoolgebeuren bepaalt de omgeving, ook de ICT-sector en andere hightech bedrijvigheid heeft er z’n vestigingsplaats gevonden. Inmiddels heeft ook de brandweer er zich genesteld.

Maar toch resteert er wonder boven wonder nog wat van die ‘goeie ouwe tijd’. De twee havenkranen die er nog staan, werden in 1968 door Conrad Stork in Haarlem gebouwd en waren bestemd voor een kunstmestbedrijf in Rotterdam; de Albatros Superfosfaatfabriek bij Kralingseveer. Op een foto is achter de in vol bedrijf zijnde kranen het silhouet te zien van de Van Brienenoordbrug. Slechts zo’n viertal jaren hebben ze daar dienst gedaan alvorens doorverkoop plaatsvond naar Den Haag; naar de firma’s Herweijer en Verhulst. Vermoedelijk in onderdelen uit elkaar gehaald, werden ze met dekschuiten over het water naar Den Haag vervoerd en daar aan de Laakhavens weer in elkaar gezet voor hun tweede, veel langere werkzame leven in en voor de Haagse bouwkundige expansie.

Daar aan het eind van de Neherkade was vanouds de zand- en grindhandel Gebr. J & K Herweijer gevestigd. Boven de ingang bij de vroegere Petroleumhaven sierde sinds 1958 de naam van Herweijer de toegangspoort. Aan de andere kant in dezelfde van smeedijzer gemaakte kapitalen, prijkte de naam van betoncentrale Fabriton. Sprekend over zijn bedrijvig verleden wist, wijlen de heer H.A. Herweijer, oud-directeur van het gelijknamige bedrijf aan de Binckhorstlaan, zich nog de tijd te herinneren dat er veel meer kranen aan de Laakhavens stonden. Een beeld ongetwijfeld van beweging en bedrijvigheid dat bij echt oudere Hagenaars in het geheugen gegrift staat. Dat de fameuze naam van het bedrijf Fabritoneen samentrekking was van het begrip fabrieksbeton. Wie realiseerde zich dat?

‘Havenkraan No 2198’ – zo heet de laad- en losinstallatie officieel. Aan de overkant staat ‘No 2199’, een identieke kraan, maar meer in grijze tinten geschilderd en ook wat roestiger hier en daar. Vakmensen spreken van portaalkranen. Ze staan hoog boven de grond op een soort stellage, een portaal. Daardoor kunnen er andere transportmiddelen onderdoor rijden, zoals de truckmixers. Dat zijn de rijdende betonmolens die we met draaiende trommels overal in de stad naar bouwplaatsen kunnen zien rijden. Onder de kraan die nog bij Verhulst aan de Calandkade staat kan dat niet meer, want daar ligt al jaren van allerlei materiaal aan bouwstoffen onder.

Onder de Fabritonkraan reden toen de betoncentrale nog volop in bedrijf was de truckmixers af en aan. Daar stonden grote vultrechters bij in dezelfde oranje en crème kleuren geschilderd. Bij de ‘elektrische portaaltopkraan voor grijper en palletbedrijf’, die dus ook geschikt was voor het laden en lossen van stukgoed. Uit de archiefbescheiden valt nog wel meer op te maken, zoals het hefvermogen van 3,5 ton en een maximale vlucht van de giek van 17 meter. De last kon zo’n 20 meter de hoogte in worden gehesen en de hefsnelheid daarbij bedroeg 60 meter per minuut. In die korte tijdspanne kon het hele gevaarte overigens ook nog tweemaal om z’n eigen as draaien of maar liefst zo’n 30 meter heen en weer over de rails. De spoorwijdte daarvan was niet minder dan 4 meter en het zogenaamde hijsen, zwenken, toppen en rijden gebeurde vanuit een hoge cabine. Een magnifieke cabine overigens, niet alleen om er als bestuurder het hele panorama van kades, fabrieksinstallaties en scheepsbewegingen aan en onder je voorbij te zien komen. Ook en niet minder fascinerend is het om die stuurcabine als schipper, passant of omwonende in je op te nemen: vanuit het fraai gestroomlijnde stuurhuis dirigeert de kraanmachinist de lading de wal op, de vultrechter in. Het is bepaald geen sinecure, het vanuit een hoge positie, min of meer geïsoleerd van ‘het aardse gebeuren’, bedienen van een monumentale hijskraan. De giek kan op en neer bewogen worden met behulp van lierwerk in een op het machinehuis geplaatste toren. Dat op en neer bewegen heet toppenen kan met een snelheid van zo’n 45 meter per minuut gebeuren. Zo kan men in tegenstelling tot een vaste giek – dat is de lange hijsarm waaraan de last hangt – veel makkelijker al de plaatsen bereiken die binnen het bereik van de kraan liggen. In vaktermen heet dat de vlucht.

Jaren geleden is de kraan met behulp van een rijdende hijsinstallatie verplaatst. Hij staat nu eenzaam op een lege vlakte aan het water. Vrachtwagens hebben daar dus niks meer te zoeken. De havenkraan staat er weliswaar, maar wat gaat er mee gebeuren? Wie gaat hem beheren en hoe blijft het gevaarte in tact?

Gelukkig heeft de gemeente Den Haag zich ontfermd over beide kranen en in constructieve samenwerking met de SHIE is men begonnen met renovatie.

Er mag op vertrouwd worden dat er voor deze gemeentelijke monumenten – initiatief nog van de immer actieve Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij – een degelijk beheersplan komt niet alleen, maar ook aan regulier onderhoud zal worden gedaan.

Cornelis de Kler
cdekler@hetnet.nl

Cornelis de Kler, oud-bestuurslid van de Stichting Haags Industrieel Erfgoed, bewerkte een tekst uit 2003 tot bovenstaande beschouwing.

Voor recente informatie over de kranen, zie www.shie.nl en doorklikkend kom je ook wel bij de Echo van de werkvloerwaar Abspoel zijn verhaal over de kraan doet. In het kwartaalblad van de SHIE; Haagvaarder 33, mei 2002, schreef De Kler eerder over Haags havenerfgoed – Portaalkraan No. 2198.

De afbeeldingen hierbij zijn van zijn hand – zoals ook historische opnames van de Petroleumhaven en de laatste bedrijvigheid aldaar.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann