Van milicien tot milicien

“Hé milicien, wij moeten eens praten!’ Het geluid kwam achter me vandaan, dus ik keek om. Ik kende de jongen, die tegen me gesproken had, niet, maar had hem wel eens gezien. Hij was een hoofd groter dan ik en behoorlijk uit de kluiten gewassen.

“Praten kan altijd” zei ik. “Zeg maar waar en wanneer.” Dat hoor je nog wel” zei hij en liep met grote passen verder. Ik vertelde het later tegen mijn collega’s van kantoor. De keken bedenkelijk. ‘Jan’ kennende voorspelde het niet veel goeds. Hij stond er om bekend, dat hij wel van een robbertje vechten hield! Daar zat ik niet bepaald op te wachten. Er gingen echter enkele dagen voorbij, waarop er niets gebeurde. Ik begon al te denken, dat het over zou waaien, maar helaas. Vrijdags kwam hij weer in mijn vaarwater. “Straks om 7 uur en zorg, dat je op tijd bent”, beet hij me toe. Hij hoefde er niet bij te zeggen waar hij me verwachtte, want het zou wel de plek zijn, waar wel meer robbertjes werden uitgevochten. Maar dan was het meestal tussen partijen, die aan elkaar gewaagd waren. Die gevechten trokken altijd veel publiek, dat ook nu begon toe te stromen… Ik bemerkte het met ontzetting!

Ik kon wel proberen me uit de voeten te maken, maar ik wilde niet laf zijn. En bovendien begonnen de rijen om me heen reeds te sluiten. Dus daar stond ik, nog net niet bibberend. Wachtend op mijn vonnis. Er bleek een heuse scheidsrechter te zijn. Ook mijn tegenstander had zijn plaats al ingenomen en was ‘droog’ aan het oefenen. Ik schatte, dat mijn vuisten drie keer in die van hem pasten. Schoorvoetend bewoog ik me in de richting van mijn plaats.

Vóór ik die plaats bereikte, gebeurde er echter een wonder! Het spreekwoord zegt: ‘als de nood het hoogst is, is de redding nabij’ en dat bleek ook nu van toepassing. Mijn plaats werd plotseling ingenomen door een andere jongen, die het qua potigheid ver van me won en blijkbaar ook van die van mijn tegenstander, want die liet na drie slagenwisselingen zijn armen reeds zakken, waarna de scheidsrechter het gevecht afbrak tot grote teleurstelling van het publiek. Ik vierde mijn opluchting in de kantine met een flesje limonade en een zakje katjang.

Jan is nooit op de kwestie teruggekomen.

Theo Groenewege
thgroenewege@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann