Cafés in de Schilderswijk en omstreken

De Schilderswijk en de stationsbuurt kende veel bekende en soms beruchte horecagelegenheden. De Schilderswijker heeft het natuurlijk over kroegen en café’s. Ik zal proberen er een aantal te beschrijven in dit artikel.

Op de hoek van de Paralelweg, ‘Prelleweg’ voor Schilderwijkers, hoek Naaldwijksestraat, was het café van Willem Caffa gevestigd. Willem Caffa was een alleenstaande man die vaak met mijn ouders in de auto meeging als er een uitstapje werd gemaakt. Later kwam dit café in handen van Leen Ravesteijn. In dit café kwamen de souteneurs samen om een biertje te drinken en een illegaal gokje te wagen.

Op de hoek van de Hoefkade en de Christiaan Bruningstraat had je het café van Jan Stuiver. Ook hier kon je een gokje wagen als je snel geld wilde verdienen. Het kwam echter vaker voor dat je potje los het pand weer verliet. Een mooi verhaal doet de ronde dat er in het boven gelegen huis ook werd gegokt. Op een avond was er iemand aan het gokken die er met de pot vandoor ging. De overige spelers wilden hem achternagaan, maar hij had vooraf alle traproeden losgehaald, zodat het hele gezelschap onder aan de trap belandde.

Op de hoek van de Falckstraat en de Hoefkade zat het café van Henny Zwikker. Dit café had ook een slijterij waar je je kruik met een maatje jenever of andere sterke drank kon laten vullen. In dit café rekende mijn vader met het personeel af op de vrijdagmiddag. De vrouw van Henny wist de klanten wel te binden als zij met een schaal heerlijk, zelfgemaakte, gehaktballen naar binnen kwam. Deze schaal haalde vaak de toonbank niet, want iedereen had wel trek in zo’n heerlijke bal gehakt, dus was de schaal snel leeg.

De zoon van Henny, Adje, heeft later met zijn vrouw Olga het welbekende Spaanse restaurant De Kikker (La Rana) geopend op het Huygenspark. Adje is helaas in 2018 in Spanje overleden, maar het restaurant is in goede handen bij zijn dochter Raquel.

Op de Hoefkade tussen de Koninginnestraat en de Koningstraat zat het café van Jan Dreier. Het verhaal gaat dat Jan Dreier wegens wangedrag uit Haarlem was verbannen en zich in Den Haag toch kon permitteren om een horecagelegenheid te openen. Jan bestierde zijn café samen met zijn vrouw Stien. Het was een ouderwets bruin café waar een blind paard geen schade kon verrichten – met ook nog een biljart waar ik nog nooit iemand op heb zien spelen. Het biljart was steevast afgedekt en er speelde ook bijna altijd een accordeonist. Stien lette er heel goed op dat haar man niet te veel dronk als hij achter de tap stond. Maar Jan had er iets op gevonden; hij vulde een flesje Alm Dudler – wat vroeger een bekend drankje was – met drank, en zette dat achter de toonbank. Zodra Stien beneden kwam, nam hij een slok en als Stien dan vroeg wat hij dronk zij hij steevast: “Alm Dudler, Stien.”

Jan en Stien hadden een zoon die later zanger werd onder de naam Cees de Draaier. Cees trad al op in de tent van Lou v.d. Burg op Scheveningen waar ook Jaques Herb bekend werd. Cees heeft nog een bescheiden hitje gehad met zijn nummer Bloemen Beppie.

Op de hoek van de Hoefkade en de van Bassenstraat was het café van Willem Ludwig. Willem Ludwig is op latere leeftijd dit café begonnen. Willem Ludwig woonde met zijn gezin in de Falckstraat en hun zoon Japie was invalide en reed in een karretje waar ik heel vaak achter heb lopen duwen. Mijn kameraad Theo Zwaan en ik kwamen regelmatig in dit café en trokken ook veel met Japie op.

Op de hoek van de volgende straat, Rijswijksestraat, zat café Paardje Hop. Dit café ken ik niet goed, want dat was zo’n klei kneipie dat het daar al vol was als er vier klanten binnen waren.

Op de hoek van de Hoefkade en de Jacob Catsstraat zat café Boelee. Dit was een heel mooi en groot café met twee biljarts waar ik wel eens ging biljarten met Theo Zwaan. Daar werd nog wel eens een partijtje met een vreemde gespeeld om een drankje. Die vreemde wist vaak niets van de kwaliteiten van Theo en was dus steevast verliezer. Café Boelee stond bekend als een gerenommeerd café in de Schilderswijk.

Natuurlijk waren er nog meer cafés op de Hoefkade gevestigd, maar daar weet ik niets van, omdat ik daar nog nooit binnen ben geweest. Op elke hoek zat wel een café, dus er was voor de liefhebber keuze genoeg.

Op de hoek van de Rembrandtstraat en de Hoefkade had je nog wel het café van Rinus Ludwig. Aan de bar van het café kon je steevast een in een ruiten kiel en tuinbroek geklede chimpansee zien zitten die op zijn manier ook heerlijk van zijn biertje zat te genieten. Rinus zelf vond het leuk om op zijn paard door de Schilderswijk te paraderen.

Op de hoek van de Rembrandtstraat en de Van Ostadestraat zat het café van Willem Bartels. Daar werd in het verleden menige buurtruzies uitgevochten. In die tijd kwamen vechtpartijen veel voor, maar dan werden er een paar klappen uitgedeeld en had je hooguit een blauw oog en een knoop van je jas. En werd er daarna een biertje gedronken.

In de Koningstraat had je ook nog wat cafés, welgeteld drie stuks. Je had daar café Van Vliet waarvan de uitbater, Nelis van Vliet, een verdienstelijk biljarter was. Ook daar werd op vrijdagmiddag met het personeel van mijn vader afgerekend. Een aantal oudgedienden zaten dan al te wachten tot Bas binnenkwam, want hij was altijd goed voor een drankje. Later werd het café overgenomen door de schoonvader van mijn zus, Ben Sterker.

Het volgende café in de Koningstraat was dat van Cisca de Kroon. Dat was ook een heel leuk café, waar iedereen altijd welkom was.

Dan had je op de hoek van de Waterloostraat nog een proeflokaal annex slijterij. Daar was een leuk voorval met een tweeling die bij mijn vader werkte. Het proeflokaal had een ingang in de Koningstraat, terwijl de ingang van de slijterij aan de Waterloostraat lag. Er werd gewed om een drankje dat iemand bij de slijterij naar buiten ging en tegelijk bij het café weer binnenkwam en ook weer andersom – wat natuurlijk veel hilariteit opleverde en ook vaak een drankje van degene die het kunstje niet kenden.

Op de hoek van de Van Ostadestraat en de Vaillantlaan zat het café dat Ben Sterker had overgenomen toen het café Van Vliet in de Koningstraat gesloopt werd. Mijn zwager Ben Sterker heeft dat café ook een poosje gerund en ik heb daar vaak in de weekenden achter de bar gestaan. Het café had vier biljarts en er speelden heel wat gerenommeerde Haagse biljartverenigingen, zodat er elke avond wel wedstrijden werden gespeeld. Er liep daar een klant in de rondte met een kunsthand die steevast de gewoonte had om nieuwe klanten te verwelkomen met een ferme handdruk en daarbij zijn kunsthand los te laten. Dat was hevig schrikken natuurlijk, maar ook lachen.

Een café waar we ook wel eens kwamen, ligt iets uit de buurt. Op de hoek van de ‘s-Gravenzandelaan en de Zoutkeetsingel zat het café van Jan Storm. In dat café zat een Beo die de hele dag ‘Ivanhoe’ schreeuwde en ook het lied daarvan kende.

Er waren in Den Haag natuurlijk nog veel meer kroegen en café – of hoe je het ook noemen wil – maar dit zijn de zaken waar ik iets van weet, dus moet ik het hierbij laten. Het is natuurlijk leuk als anderen iets meer weten over de bovengenoemde cafés.

Jan Kaffa
rietenjan@caiway.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann