De winkel op de hoek van de straat

Hoewel op dit moment nog geen dertig procent van de aankopen die gedaan worden in ons land via het internet gebeuren, is het wel zo dat jongeren hier veel meer gebruik van maken dan ouderen en dat geeft te denken wat de toekomst betreft. Ikzelf koop zelden iets via het internet. Zo af en toe een tweedehands boek op Marktplaats, maar daar blijft het bij. Wanneer ik iets koop, wil ik het product kunnen zien en aanraken en vergelijken met andere producten. Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat meer mensen hier net zo over denken. In dit artikel ga ik het een en ander over het kopen in winkels vertellen.

Het woord ‘winkel’ betekent van oudsher ‘hoek’. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat winkels vroeger op straathoeken of kruispunten van wegen gesitueerd waren. Daarvoor vond men marktkramen veelal naast de kerk op een hoek tussen de muren en steunberen. Ook in het woord winkelhaak vindt men de betekenis van hoek terug. Een hoek van 90 graden, oftewel haaks. Voordat er echte winkels waren, werden producten op markten verkocht of met gebruikmaking van uitklapbare toonbanken bij de huizen zelf. De oudst bekende vermelding van een jaarmarkt in onze stad dateert van 1334 en vanaf 1407 werd hier in het voorjaar een tweede markt aan toegevoegd. Deze markten bevonden zich op het Buitenhof, de Plaats en het Voorhout. Hiernaast werden er ook dag- en weekmarkten gehouden waar men de dagelijkse levensmiddelen kon kopen. Deze markten werden op vaste plaatsen gehouden, denkt u maar aan de Riviervismarkt, de Kalvermarkt, de Turfmarkt en de Nieuwe Groenmarkt, die thans de Grote Markt heet.

Aanvankelijk kregen al deze markten een plaatsje in het centrum van onze stad en pas in 1938 werden ze verplaatst naar de Herman Costerstraat. Rond 1880 is er het nodige veranderd in de binnenstad van Den Haag. Door de opkomst van de industrie en de landbouwcrisis trokken veel plattelandsbewoners naar de stad, onder andere om hier werk te zoeken. Dit betekende dat er huizen gebouwd moesten worden en zo ontstonden er rond dat centrum woonwijken. Daarnaast kwam er uiteraard ook behoefte aan verkooppunten en daar leende dat centrum zich dan weer voor. Straten als de Hoogstraat, de Spuistraat en de Venestraat werden echte winkelstraten. De bestaande woonhuizen werden veelal omgebouwd tot winkels en dat gebeurde meestal door het onderste gedeelte van de gevel aan te passen.

In die tijd was het nog gebruikelijk om over de prijs van datgene dat men kopen wilde te onderhandelen. Men gaf dan aan waar men naar op zoek was en de winkelier haalde een doos tevoorschijn waarin het gevraagde zich hopelijk bevond. Het uitstallen van producten was nog niet gebruikelijk en van het maken van reclame was ook nog geen sprake. Met de opkomst van de warenhuizen kwam hier verandering in. De goederen kenden nu een vaste prijs en konden indien nodig geruild worden. Ook was er soms sprake van aanbiedingen en de producten werden duidelijk zichtbaar uitgestald, bijvoorbeeld in de etalage. Daarnaast werd er op alle mogelijke manieren reclame gemaakt teneinde de artikelen onder de aandacht van potentiële klanten te brengen.

Laat ik drie van deze warenhuizen noemen: de Grand Bazar de la Paix aan de Spuistraat (1906), Maison de Bonneterie aan de Gravestraat (1913) en de Bijenkorf aan de Grote Marktstraat (1925). Ook de bouw van de Passage rond 1885 met de aanbouw van een derde arm in 1928 speelde hierbij een belangrijke rol. Deze winkelstraat is overdekt en hier kregen vele – soms kleine – winkels een plaatsje.

Loose
Toen ik besloot om als voorbeeld één winkeltje uit de binnenstad van Den Haag te gaan beschrijven, was de keuze snel gemaakt. Het gaat hier om een winkeltje waar ik vele uren in heb doorgebracht, op zoek naar interessante boekjes. Loose op het adres Papestraat 3. Boekjes worden er niet meer verkocht, maar de winkelpui valt nog steeds te bewonderen. In 1915 is de toenmalige pui vervangen door de huidige. Zowel rechts als links van de etalage en de ingang staat een houten pilaster waarin aan de bovenkant prachtige bloemmotieven zijn uitgesneden. U moet maar eens gaan kijken. Bob was een jaar of tien toen hij samen met zijn ouders op dit adres kwam wonen. Daarvoor woonden ze in de Aert van der Goesstraat. In 1942 moesten ze in verband met de aanleg van de Atlantikwall, de verdedigingslinie van de Duitsers, ergens anders gaan wonen en zo kwamen ze in de Papestraat terecht. Zijn ouders hadden een modewinkeltje en dat zetten ze op het nieuwe adres voort onder de naam firma A.L. Loose. De vader van Bob kocht zo af en toe boeken in en verkocht die vervolgens in zijn winkel. In 1963 is Bob met Anja getrouwd en vanaf 1987 namen zij de winkel over. Bob ging zich specialiseren in antiquarische boeken en aanvankelijk verkocht hij vooral prenten en boeken die iets met Den Haag te maken hebben. Daarnaast werden er kunstnijverheidsproducten verkocht en niet te vergeten meubeltjes voor poppenhuizen. Ze konden zelfs koningin Juliana tot hun klantenkring rekenen. Anja vertelde dat er één soort meubeltjes was dat de winkel niet inkwam, de meubeltjes die van plastic gemaakt zijn. Slechts eenmaal is van deze regel afgeweken omdat het om iets heel bijzonders ging. Bob is begin 2011 overleden en zijn vrouw is doorgegaan tot het einde van dat jaar. Vervolgens is er van alles en nog wat in dit pandje verkocht, van schoenen tot Franse delicatessen.

Omdat ik graag in tweedehandsboekwinkels rondscharrel, ging ik zo af en toe ook naar dit winkeltje. Ik kende Bob van de boekenmarkt waar hij met regelmaat inkopen deed. Een bijzondere man. Hij had al snel door of je echt geïnteresseerd was en dat liet hij blijken ook. Voor een van de boekenkasten hing een bordje: ‘Boeken niet zelf uit de kast nemen s.v.p.’, stond erop. Deed je dit toch, dan werd je de winkel uitgestuurd. Hij en zijn vrouw hadden een enorme verzameling aangelegd. Ze wisten precies wat ze in huis hadden. Wanneer ik naar een speciaal boekje vroeg, keek hij eerst in een kaartenbak met een groot aantal witte kaartjes of hij het boek in huis had en was dat zo, dan verdween hij naar achteren en kwam vervolgens met een doos terug waarin het boekje zich bevond. De prijzen liepen sterk uiteen, van enkele euro’s tot een flink bedrag. Dat er waardevolle stukken tussenzaten, is gebleken toen een deel van de verzameling van zijn vader, Walter Loose, in 2015 bij het Veilinghuis Van Stockum geveild werd. Er werden onder andere een tiental etsen van Rembrandt aangetroffen waarvan de topstukken minstens 10.000 euro waard zijn. Maar ja, ook dit winkeltje is uit onze stad verdwenen zoals van zoveel tweedehands boekwinkels gezegd kan worden. Wat zou ik nog graag eens bij Manus van Alles in de Koningstraat of bij Ran in de Copernicusstraat op jacht gaan naar dat ene boekje.

Carl Doeke Eisma
carleisma@planet.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann