Melkfabriek Van Grieken: van oprichting tot inlijving

In mijn serie historische artikelen, die ik met veel plezier schrijf voor De Oud-Hagenaar en die ik illustreer met eigen foto’s, voorwerpen of ander materiaal, wil ik het vandaag hebben over een echte Haagse onderneming: Melkfabriek Van Grieken (voor gezonden en zieken).

Eerst gaan we even terug naar mijn eigen jeugd: 1968, hoek Meppelweg en Dedemsvaartweg, Morgenstond, Den Haag. Het is nog zeer vroeg in de ochtend in de naoorlogse wijk, als het gebrom van een dieselmotor het naderen van een vrachtwagen aankondigt. Vanuit de mistige ochtend doemt een blauw-witte Volvo-vrachtwagen op met de opschriften van Van Grieken. Met knarsende remmen wordt het voertuig tot stilstand gebracht en wordt de achterklep geopend.

Op een open plek in het struikgewas wordt de lading uitgeladen en neergezet: zwarte kratten met flessen melk, karnemelk, yoghurt en vla. De klep wordt weer gesloten en de vrachtauto vertrekt met een vette pluim uit de uitlaat naar zijn volgende lospunt. De rust keert weer terug op de Meppelweg en de vogels nemen weer positie in bomen en struiken.

Enige uren is het stil, maar dan wordt het geluid van een eenvoudige tweetaktmotor waargenomen. Vanuit het Ruimzicht is melkslijter Cees Bosman vertrokken om met zijn ijzeren hond, voorzien van 1-cylinder Sachsmotor, zijn melkwijk te bedienen. In zijn pakhuis aan het Ruimzicht heeft hij zijn eenvoudige ventwagen de vorige avond al gevuld met boter, limonade en houdbare producten en hij is nu onderweg naar het lospunt om daar de dagverse producten van Van Grieken in te laden.

Ondanks het feit dat de waren hier enkele uren hebben gestaan, is er niets gestolen of kapot gegooid. In 1968 was dat nog heel gewoon. Later zouden de SRV-wagens worden voorzien van een kooiconstructie om dieven tegen te houden.

Terug naar het prille begin. Het is 1899 als de 22-jarige Hendrik van Grieken een melkhandel opricht aan de Haagse Brueghelstraat 194. Hendrik heeft oog voor dagverse producten en huurt een weiland aan de Beeklaan, waarop hij een aantal aangekochte koeien plaatst. Vanaf 1913 komt daar een pakhuis bij aan de van Miereveltstraat, voor die tijd modern ingericht met koelinstallatie, centrifuge en melkreiniger. Vanaf 1924 wordt ook het vervoer geregeld met de aankoop van de eerste Ford vrachtwagen. Vrachtwagens met 40-liter bussen verse melk uit het Westland rijden af en aan. De geloste wagens worden vervolgens beladen met ijzeren kratten vol flessen vla, yoghurt, pap en melk.

In 1933 wordt Harry van Grieken geboren, en in 1938 verhuist hij met zijn ouders mee naar de nieuwe fabriek aan de Loosduinseweg, die op 27 maart van dat jaar van start gaat. In deze fabriek, voorzien van een roterende sterilisatiemachine, werd de Rotatormelk ontwikkeld. Dat was houdbare melk. De flessen hadden een kroonkurk. Vooral bij tuinders werd deze melk populair, omdat ze ontzettend lang goed bleef en mee de kassen in werd genomen. Niemand anders leverde dit product.

In 1939 vindt uitbreiding van de fabriek plaats en wordt het logo geïntroduceerd met de bekende driehoek in blauw, met witte melkfles en de slogan. ‘Voor gezonden en zieken: melk van Van Grieken.’

De Schilderswijk kreeg steeds meer overlast van de fabriek in de woonwijk en er werd op zoek gegaan naar een andere locatie voor het snel groeiende bedrijf. In 1955 werd grond aangekocht voor een nieuw te bouwen fabriek in de Rijswijkse Plaspoelpolder. Met zijn neef Hans legde Harry de eerste steen voor het nieuwe pand dat in 1957 in gebruik werd genomen. Harry werd hierbij opgenomen in de directie. Hij bleek ook zeer inventief en bracht steeds nieuwe ideeën in de praktijk, zoals de vlavlip en de halfom melk die maar 11,2 procent vet bevatte en 7 cent goedkoper was. Hij was ook de eerste die de kartonnen verpakking ontwikkelde. Jarenlang waren vanille- en chocoladevla de enige toetjes, totdat Van Grieken de hopjesvla introduceerde, uiteraard in fles. Om de inhoud volledig uit de fles te krijgen, kwamen de bekende schrapers in de handel. In menige keukenla van de oudere Hagenaar is een dergelijk voorwerp ongetwijfeld nog terug te vinden, net als de door Brabantia ontwikkelde uitlekker, waarin je de fles op de kop boven een schaaltje kon plaatsen.

In 1965 ontwikkelde Van Grieken de zwart-witte plastic melkzak. Deze kon worden geplaatst in een, bij de melkslijter verkrijgbare blauwe zakhouder, waarna er een hoekje van de zak kon worden afgeknipt. Helaas was dit geen succes, de zakken raakten vaak lek. Bij afwezigheid van de klant werd de bestelling vaak op de stoep geplaatst, waarna op galerijen vaak een melkplas ontstond waar menig voorbijganger op onderuit ging. De zak verdween geruisloos uit het assortiment.

In 1988 bedachten Hans en Harry, dat als de fabriek wilde overleven schaalvergroting noodzakelijk was. Een fusie met het Wassenaarse Menken volgde. Onder de naam Menken Van Grieken werd het bedrijf voortgezet met een marktaandeel van 12 procent.

In 1989 is het gedaan met de fabriek in de Plaspoelpolder. Op de foto zien we het leeghalen van de fabriek met eigen vrachtwagens op de Verrijn Stuartlaan (11 april 1990).

Voor Harry was het genoeg. Dat jaar trok hij zich terug uit het bedrijf en ging van zijn welverdiende pensioen genieten in zijn schitterende appartement in het Haagse Noordeinde. Op 1 augustus 2017 overleed hij onverwachts op 84-jarige leeftijd. Hij had toen 27 jaar van zijn pensioen kunnen genieten, immer vergezeld door zijn onafscheidelijke sigaren die hij in het statige Noordeinde inkocht. Zijn bedrijf bestond toen al lang niet meer, want in 1997 nam Campina Melkunie de zaak over. Op een sloperij in Rijswijk treffen we dan nog een afgedankte Volvo van Van Grieken in deplorabele staat aan. De naam Van Grieken is witgekalkt, maar de gestileerde G verraadt zijn afkomst.

Ruurd Berendes
r.berendes@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann