Wolseley Hornet MK II

Ik heb het al in eerdere rij-impressies over BMC-producten gememoreerd hoe slim ik het in de jaren zestig en zeventig vond dat zij van een MINI vier merkvarianten produceerden, zoals de Austin Seven, de Morris 850, de Riley Elf en de Wolseley Hornet, elk met een onderscheidend karakter. De Austin en de Morris waren het meest populair in Nederland en hun onderscheid was subtiel, afgezien van de verschillende badges, maar je zag het aan de verschillende grille en natuurlijk aan de dealersticker achterop. De Riley en de Wolseley waren duidelijker verschillend, want die hadden een afwijkende achterkant, een soort uitbouw om meer bagageruimte te genereren. En over die laatstgenoemde wil ik het met u over hebben.

In Den Haag heb ik de Hornet weinig gezien, maar in de Haagse laan waar mijn toenmalige vriendin Sophiet Bij woonde, de Van Soutelandelaan, stond altijd een groene met een wit dak met groen leren bekleding. Afgezien van de uitgebouwde kont was hij zeer herkenbaar aan het typische Wolseley-frontje. Natuurlijk een fraaie chromen bumper het chromen rozetten, met daarboven links en rechts de in chroom rasterwerk geïntegreerde knipperlichten met in het midden de forse chromen verticale grille met daar in het midden het Wolseley-logo dat volgens traditie bij ingeschakelde verlichting inderdaad ook verlicht was. Net als bij de grotere Wolseley-modellen die ik mij nog goed kan herinneren van de tv-serie, waarin de Britse politie reed – als de BBC-serie ‘Dial 999′ u nog iets zegt. De kont zag er ook serieus uit met dezelfde chromen grille met rozetten en fraai gevormde verticale achterlichten en natuurlijk de aangebouwde achterklep met die metalen beugels die de bagage verpletterden als je niet oplette. Het interieur was luxer aangekleed. Leren bekleding natuurlijk en wat direct opviel was de in notenhout ingelegde klok als snelheidsmeter uitgebreid met links een watertemperatuurmeter en rechts de olietemperatuurmeter. Daaronder het contactslot met links en rechts daarvan een trekknop en een tuimelschakelaar. Lange, direct uit de bodem komende versnellingspook.

In de beginperiode had deze Wolseley net als de overige MINI’s schuifraampjes in de voorportieren die overigens op een ogenschijnlijk onhandige wijze van binnenuit geopend moesten worden, door een hendel omlaag te drukken die ter hoogte van je bovenarm in het portier geplaatst was. Ik zeg ogenschijnlijk, want er zat een veiligheidsgedachte achter. De bedoeling was dat je het portier met je andere hand opende, waardoor je automatisch wat naar de kant draaide waar het achteropkomende verkeer vandaan kwam, zodat je kon zien of er inderdaad wat aankwam. Niet zo gek bedacht, want in die tijd hadden niet alle auto’s standaard buitenspiegels. Eigenlijk was het rijden in dit soort MINI’s niet echt zo relaxed. Het stuur stond redelijk hoog, scheef en vrij plat. De stoeltjes gaven geen enkel support en waren niet verstelbaar. Kleine pedaaltjes en het schakelen ging redelijk hakerig. Natuurlijk lag hij als een blok op de weg, doordat de wielen op de uiterste hoeken stonden, hij had voorwielaandrijving, was straf geveerd en dus een ideaal kart-gedrag vertoonde, maar het was wel hard werken, maar anderzijds toch wel echt autorijden. Maar zo reed je natuurlijk niet in deze chique Wolseley Hornet. Dat deed je sophisticated!

John Vroom (autojournalist)
johnvroom@planet.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann