Dierenwinkel in de Herenstraat in 1960

In 1960 was ik net 17 jaar en werkzaam in een dierenwinkel in de Herenstraat waar van alles verkocht werd. Zoals puppyhondjes; groot, klein, verschillende rassen (van teckels tot volwassen doberman pinchers en Duitse herders), met en zonder stamboom. Volières vol met tropische vogels vanuit de hele wereld, zowel zang- als siervogels. Papegaaien, ara’s, eekhoorns uit India, landschildpadden uit Griekenland, goudhamsters, cavia’s en aapjes uit Afrika, Zuid-Amerika en Indonesië. Papegaaien en aapjes werden meestal van zeelui gekocht.

Er zat een dierenimporteur in Tilburg die dieren importeerde en leverde van en naar landen van over de hele wereld. Daar werden ook dieren aangeschaft. Ik weet honderd procent zeker dat het daar niet helemaal kosher was. Welke douanebeambte gaat een kooi inspecteren waar een leeuw of beer in vervoerd wordt? Een collega had vogels gekocht die uit Azië kwamen. Een grote kooi van bamboe, de binnenkant was met jute bekleed, zodat de vogels zich niet zouden beschadigen. Toen hij het jute verwijderde, ontdekte hij allemaal kleine linnen zakjes die gevuld waren met gouden munten!

Op een dag kwam een klant, in pak en met een dure after shave nevel, die geïnteresseerd was in de aap Jimmie. Hij ging akkoord met de prijs en wilde Jimmie gelijk meenemen. “Nee, dat doe ik niet. Ik wil eerst weten waar Jimmie terecht komt. Anders gaat de verkoop niet door.” Hij vond het raar, maar ik bleef bij mijn standpunt. Hij gaf me handgeld, met de mededeling dat hij me op zou komen halen.

Een paar dagen later werd ik opgehaald in een grote patserige Mercedes (van mijn leven nog nooit in zo’n auto gezeten). Daar aangekomen bleek het een bordeel in de Geleenstraat te zijn van Henk Bartels. Achter was een grote tuin waar een verwarmd verblijf was met een grote uitloopkooi. Allemaal heel professioneel gemaakt en heel ruim; prima accomodatie voor Jimmie. Met een rooie kop heb ik het huis verlaten, ik was als de dood dat ik herkend zou worden.

Weer terug naar de winkel om Jimmie op te halen. Onder geen beding wilde Jimmie mee. Ze bleef me maar vasthouden. Er zat niets anders op dan met Jimmie mee te gaan naar de Geleenstraat. Daar aangekomen wilde ze niet van me scheiden en moesten ze Jimmie van mij aftrekken. Hartverscheurend was dat.

Bij aankomst in de winkel heb ik de zaak gesloten en in de kelder mijn verdriet de vrije loop laten gaan. Ik heb toen besloten nooit en te nimmer apen te kopen. Die horen niet in een kooi en onder de mensen, maar in moeder natuur!

Rob van Olphen
robvanolphen@icloud.com

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann