Haagse cafés van vroeger

Laten we beginnen de namen van de kasteleins te noemen. Piet Frauenfelder, Maasland, Aad Goedraad, Paul Cosijzen, Frans van Lier, Maarten de Jong, Frans Rijntjes, Jan Nolten, Aad van Uffelen en Sientje Jansen. En laten we niet vergeten: Daan Wareman. Dat waren namen in de Haagse horeca.

Grote namen waar respect voor was. We beginnen met Alex Blonk. Dat was de portier van Café Daantje op de Grote Markt. Iedereen had respect voor Alex.

Daantje had als enige een vergunning om ’s morgens om 4 uur open te gaan. Dat was in tijd dat iedereen aan het werk gezet werd. Dat hete de ‘duw’. De bussen kwamen de mensen ophalen die aan het werk gezet werden. Die mensen konden dan Café Daantje binnenlopen. Zodoende kreeg Daan Wareman die vergunning om al om 4 uur open te zijn. Daan was een groot man in die tijd. En Alex zorgde voor orde. Dat deed hij wel eens té.

Wij hadden een café in de Van Ostadestraat: Café Van Ostade. Mijn vader hield op een bijzondere wijze alles intact. Als iemand door de drank gekke dingen wilde doen ging, mijn vader naar hem toe en zei dan tegen de persoon: “Wat doe je in de bloemenwinkel als je niet tegen de lucht kan?” Hij loste alles rustig op. Je had in die tijd kasteleins die alles goed naar de man keken. Dat waren vakmensen.

De Steur
Ikzelf had een café op de Paviljoensgracht 33. Daar kwam echt van alles, van hoog tot laag. De klanten waren prachtmensen. De dokters kwamen uit het ziekenhuis Zuidwal. Klanten van de overkant, van Firma Mendens, later afgebrand. Daan Wareman kocht toen de rookpersen op. Kleden welteverstaan. Maar De Steur, zo heette het café, had ook mensen die op straat hun brood verdienden. Veel vrouwen die de tijd niet mee hadden, maar hun hart op de goede plek. Altijd stonden zij klaar om te helpen voor mensen die het moeilijk hadden. Ik moet er vaak aan terugdenken op mijn 82-jarige leeftijd.

Ik had ook grappenmakers in het café. Een naam was Sikke Smit, echt een leuke vent. Maar Sikke had altijd wat op te merken aan mensen die voor het eerst in het café kwam. Op een zekere dag komt er een reus van een man binnen. De man had een grote neus. Sikke: “Jij komt zeker uit Terneuzen?” “Nee”, zegt de man, “ik kom van Stompwijk.” Terwijl hij dat zegt, geeft hij Sikke een klap bovenop zijn kin. Sikke is die avond knockout geweest. Ik ben wel die avond geschrokken. Maar Sikke heeft nooit meer zijn mond open gedaan.

De Steur had prachtklanten. Ouwe Willem Smit uit de Katerstraat. Dores Rosema. Op de foto Rosema, Willem Smit en tante Dien. Allemaal overleden. Wat een tijd, wat een tijd.

Wij zijn toen een restaurant begonnen in de Pieterstraat. Maar nooit meer zo veel plezier gehad als in Café De Steur. Dat was een wereldcafé.

Willem Bartels
wim.bartels@gmail.com

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann