‘Als je je ogen indruppelt met hondentranen, kan je geesten zien’

Bijgeloof en bakerpraatjes zijn van alle tijden. Of het nou gaat om je schoen bij de kachel zetten of om je focus op het mindfullness omgaan met de relatie tussen jezelf en je holistische detox. Soms kan bijgeloof een geweldige steun en troost zijn in een moeilijke wereld. Maar evengoed kan het leiden tot dwaalsporen, waar men moeilijk meer op terug kan keren.

Interessant is het natuurlijk wel. En hoe verder in het verleden, hoe grappiger en ongeloofwaardiger die bakerpraatjes ons voorkomen.

Een paar voorbeelden:

– Eet nooit een vissenkop. Want dan word je krankzinnig.

– Je eigen urine, vermengd met het oorsmeer van kleine meisjes werkt goed als anticonceptiemiddel.

– Rol in je nakie door de ochtenddauw. Eindelijk zal je aantrekkelijk en knap worden!

– Als je verjaardagstaart is mislukt,
of als je gele vlekken op je vingers krijg,
of als er een schilderij of spiegel van de muur valt,
of als de wespen in je huis een nest bouwen,
ga je hoogstwaarschijnlijk binnenkort dood.

– Als mannen hun potentie willen opvoeren doen ze er goed aan ergens in het bos een plas te doen en vervolgens op de plek van die plas met drie slagen een eikentak in de grond te slaan.

– Maar ze kunnen natuurlijk ook veel eieren eten en dan vooral het velletje onder de eierschaal.

– En als dat ook al niet helpt, kunnen ze hun geval altijd nog insmeren met het vet van een geitenbok.

Lachen dus om het bijgeloof van weleer. Maar ho, ho. Hoe zit dat eigenlijk als vandaag de dag vrijdag op de dertiende valt? Jawel, 30 procent meer ongelukken in het verkeer, om maar eens wat te noemen.

En in 1985 stond er nog in een artsentijdschrift, dat gelovige mensen minder vaak kanker krijger en een langere levensverwachting hebben dan ongelovige mensen.

En worden de horoscopen in de kranten van vandaag niet nog stééds verslonden?

Om nog maar te zwijgen van de kranten zelf. Daarin zie je steeds meer artikelen waarin wordt gecheckt of het eigenlijk geen bakerpraatjes waren die daarvóór in de krant hadden gestaan.

Dromen
Voor me ligt een oud, verfomfaaid boekje met de titel ‘Uitlegkundig dromenboek, uitvoerige beteekenis van alle Droomen, Gezigten, Verschijningen, enz’. Het is rond 1825 geschreven en bevat een alfabetische lijst van allerlei zaken waar je van kan dromen met daarachter wat dat allemaal betekent. Ook weer zoiets. Bakerpraatjes die ons moeten bijstaan bij het overwinnen van de onzekerheden in ons leven.

Droom je bijvoorbeeld herhaaldelijk van een mond, dan kan je er zeker van zijn, dat er gehuicheld wordt in je naaste omgeving. Word je tijdens je droom overvallen door een vlaag van eetlust, dan zullen er binnenkort bloedverwanten of innige vrienden vertrekken uit je leven. En komt er een Engelsman voor in je droom, dan duidt dat óf op gevaarlijke vrienden óf op grimmige schuldeisers.

Nog een paar voorbeelden uit dat boekje:

– Droom je dat je dronken bent geworden van teveel water, dan leid je aan de valse verbeelding dat je rijk bent.

– Een doodskist in je droom is een uitnodiging om je leven te veranderen.

– Als je een brand aan het blussen bent, kan je er vrijwel zeker van zijn dat je binnenkort een erfenis krijgt.

– Over een brug lopen betekent: een (nieuwe) baan krijgen.

– Herhaaldelijk dromen over het beklimmen van bergen, duidt erop dat men door liefde wordt gekweld.

– En komt er een advocaat voor in je droom, dan voorspelt dat een kostbaar tijdverlies (!)

Geloof en bijgeloof
Hierboven werd al gesteld, dat geloof (zowel als bijgeloof) tot steun kan zijn voor velen. Zeker weten is immers altijd eindig. Dan staat het vast. Als je zeker weet, dat je nooit de man of de vrouw van je dromen zult ontmoeten, maakt dat je leven er een stuk minder leuk op. Maar als je gelooft dat je iedere dag weer een goeie kans maakt op een ontmoeting met die enig-zaligmakende partner, dan hou je jezelf misschien wel voor de gek, maar sta je toch ook iedere dag weer blij van zin op. En daar ligt het feitelijke bestaansrecht van bakerpraatjes.

Geloven houdt de mogelijkheid van een betere toekomst in. Maar wat is dan het verschil tussen geloof en bijgeloof?

Wetenschappelijk gezien wordt geloof een institutionele religie genoemd. Dus door erkende organisaties geregeld en beheerd. Terwijl bijgeloof, bakerpraterij, sektarische dwang, het in contact komen met overledenen – maar ook de meer hedendaagse vormen van spiritualiteit zoals soul-shooting retreat en het anderszins (al dan niet begeleid) op het spoor komen van je eigen innerlijke kompas – juist níet door erkende organisaties worden geregeld en/of beheerd.

Soms is het moeilijk om te weten welke geloven institutioneel zijn en welke niet. Zo zijn sommige gereformeerde stromingen wél en andere weer níet institutioneel. Zelf zou ik niet graag verantwoordelijk willen zijn voor een keuze in dat subtiele onderscheid. In het kader van de ‘Kleine Nostalgie’ houd ik het dus maar bij grappige of tot de verbeelding sprekende voorbeelden van bakerpraatjes en bijgeloof.

Regenwater door de soep
Nog maar een paar voorbeelden:

– Mieren zijn eigenlijk betoverde goddelozen. Door het luiden van een klok kunnen ze worden verdreven.

– Menstruerende vrouwen beschikken over het boze oog. Zij kunnen bijvoorbeeld dwars door een spiegel kijken en alleen al hun blik doet vruchten verwelken.

– Als een meisje onder een regenboog doorloopt, verandert ze in een jongen.

– Om je keelpijn te bestrijden, dien je wijdbeens boven een beekje te gaan staan met het gezicht stroomopwaarts en vervolgens in het water te plassen.

– Als een man zijn vrouw grof en onvriendelijk behandelt, moet zij wat regenwater door zijn soep mengen: dat zal hem zeker kalmeren!

– Als je je ogen indruppelt met hondentranen kan je geesten zien.

– Om een hond aan zijn nieuwe baas te laten wennen, moet de baas zichzelf een paar okselharen uittrekken en die tussen twee boterhammen aan de hond te eten geven.

Soms creëert men z’n eigen bakerpraatjes.

Ik, bijvoorbeeld. Iedere ochtend vul ik een glas met water en laat daar van grote hoogte mijn dagelijkse Ascal-tablet in vallen. Vaak valt-ie er de eerste keer al in. Dat betekent, dat de dag zonder noemenswaardige problemen zal verlopen. Maar als-ie er naast valt, zijn er die dag problemen op komst. Als de pil er daarna wéér naast valt, moet ik me maar eens flink achter de oren krabben. En bij de derde keer mis kan ik maar beter weer teruggaan naar bed. Koning, keizer, admiraal. Onszelf voor de gek houden doen we allemaal.

Wie nog meer idioot bijgeloof weet, en dan bij voorkeur wat actueler, kan terecht bij julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann