De metamorfose van Scheveningen (deel 3)

Het jaar 2018 is het jaar van ‘Feest aan Zee’, waarbij herdacht wordt dat Jacob Pronk tweehonderd jaar geleden het eerste badhuisje in Scheveningen introduceerde. Het vormt het summiere begin van Scheveningen als badplaats. Echter, de werkelijke groei als badplaats, komt meer gelegen rond het jaar 1900, waarin enkele grootse werken tot stand komen die een verdere opwaartse stoot gaven aan Scheveningen als internationaal georiënteerde badplaats.

Dankzij de aanwezigheid van een Wandelhoofd, gevolgd door de Oranjegalerij, een verbouwing van het Kurhaus-restaurant, verplaatsing van de Kurhaus-bar, de bouw van een Elektriciteitscentrale, Circusgebouw en verder een luxe ingericht Palace Hotel. Werken die tot stand kwamen onder geniale leiding van architect W.B. Van Liefland (1857-1919). In deze vervolgreeks ditmaal aandacht voor de Oranjegalerij.

Foto’s: collectie Haags Gemeentearchief

In het kader van de bouw voor een luxe hotel (Palace Hotel) in 1904 zal het aanleggen van een winkelgalerij, aangeduid als Oranjegalerij, eerder nodig zijn. Over een lengte van 309 meter vormt zich een overdekte winkelgalerij naast enkele horecazaken, zoals een ‘Wiener’ en ‘Palace’ Café en zal verder voorzien worden van kleine winkelunits in het type ‘Bazar’. Daarboven komt een rijbaan, voorbij het nog te bouwen Palace Hotel en huidige entree van het Oranje Hotel. Aan de boulevardkant komt verder een ingang naar dit hotel in voorbereiding. De hoofdingang zal komen aan de Gevers Deynootweg. Op 12 februari 1903 vond voor de Oranjegalerij een aanbesteding plaats, welke wordt begeleid door 21 blauwdrukken. Opnieuw wordt dit werk toebedeeld aan de Scheveningse aannemer Jacobus van den Elshout Gzn. Met een aanbestedingssom van 322.000 gulden; gerekend buiten de gewapend beton-, hardsteen- en asfaltwerkzaamheden die nog eens ruim 200.000 gulden zullen vorderen. In decoreren van enkele panelen in sectieltegelwerk, gaat deze opdracht naar Adolf le Comte (1850-1921), verbonden als leraar aan de Polytechnische school in Delft, en uitgevoerd door de aardewerkfabriek van Joost, Thooft en Labouchère (‘de Porceleyne Fles’) in Delft. De architect en ontwerper kiezen uit elementen die te maken hebben met het zeeleven; vogels, golfen, medusen (zeekwallen) en overige schelpdieren.

De opening van het eerste gedeelte van deze Oranjegalerij vindt plaats op 4 juli 1903 (!). Nadat op 16 februari 1903 met de voorbereidende werkzaamheden wordt gestart. Dit enorme werk zal uiteindelijk voltooid worden op 1 augustus 1903 na een intensieve bouwperiode van 32 weken. Met voornamelijk een inzet van ruim 500 à 600 bouwvakkers, die zijn ingedeeld in dag- en nachtploegen, en zoals de dagbladen ons informeren, met ‘vrouw en kroost’ in loodsen zijn ondergebracht, die beschikbaar zijn gesteld door de opdrachtgever, de ‘Exploitatie Maatschappij Scheveningen’ (EMS). In deze periode van bouwactiviteit is sprake van een golvende beweging in uitgebroken werkstakingen onder de bouwvakkers met als eis gesteld, voor meer loon en tijdens de werkdag het inlassen van een pauze. Werkdagen van 10 à 12 uur rond 1900 waren heel normaal, met uurlonen van 40 cent. Vandaar dat dit bouwterrein hermetisch wordt afgesloten om verdere escalatie te voorkomen en in het ernstige geval als er sprake zou zijn van geweld of bedreiging, wordt in het Kurhaus daarvoor een peloton militairen voorlopig achter de hand gehouden. Dit werk staat onder leiding van M.J. van der Schilden, die als hoofdopzichter werkzaam is, namens zijn werkgever, de architect W.B. van Liefland. Op de hoek van de Oranjegalerij (Palacestraat) vormt zich een Glacier (ijssalon) met daarnaast ingericht een Confiserie (banketbakkerswinkel) en onderling door glazen deuren verbonden. De inwendige architectuur bestaat uit een ‘Empire’-stijl. De stijl die nauw verwant is aan de classicistische Lodewijk XVI-stijl. Typerend, in gebruik van verguldingen, sfinxen, palmetten en in felle, rijke pastelkleuren uitgevoerd. Het plafond daarbij in vakwerk ingedeeld, en rijkelijk decoratief bewerkt. Aan de achterkant voorzien van een spiegelwand om daarmee vergroting voor te stellen van de lokaalruimte, dat voorziet in ‘Empire’-gerelateerde meubelen en elektrische lichtkroontjes. De Glacier zal voor de wanden en vloergedeelte met marmer worden bekleed en met verguld koperwerk uitgerust. Dit laatste is verzorgd door de firma Braat uit Delft. Hierbij zit verlichting verborgen achter de rondgaande bekroning en dit licht weerkaatst vervolgens door middel van reflectors in deze lokaalruimte. Destijds werd dit lichtexperiment aangemerkt als een primeur en zorgt daarbij voor een rustige en gedempte verlichting.

Het café ernaast krijgt bijvoorbeeld een zorgvuldig aangeklede toilet-inrichting door marmeren wanden en vloeren! Een vijf meter brede gang dient als toegang tot de later geprojecteerde bouw van het ‘Palace’ Hotel. Vanaf de rotonde (Palacestraat) tot aan de ingang van het hotel is deze winkelgalerij voorzien van elf winkels-bazaars die o.a. zijn verhuurd aan sigarenmagazijn, Weinthal & Co, koek en banketbakkerij J.A. Krul, artistieke fotografie R. Strauch, snel fotografie, H. van Westerborg, bloemenwinkel Van Houwelingen en Ijsselstijn, luxe en galanterieartikelen, C. Hoyng, confiserie, B. van Zuiden, bijouterieën, Louis Weber, Dameshoeden, H. van Dooren & Co, fantasieartikelen C. Fortmann. Achter het winkelgedeelte is verder ruimte aanwezig voor gebruik als atelier, of ingericht als monsterkamer.

De Oranjegalerij beschikt in totaal over 35 kleine bazaar-type winkels. Het schilderwerk binnen en overige decoratiewerken zal hierbij verzorgd worden door het decoratieatelier Van Hoeck Brassine uit Brussel. Verder verzorgt dit atelier al het decoratiewerk in de Kurhaus-bar, Kurhaus-restaurant en het restaurantgedeelte op het Wandelhoofd, ‘Koningin Wilhelmina’. Achter de galerijbouw zal een doorlopende koker zorgdragen voor de ventilatie, naast het aanleggen van een kabelnet in de elektrische verlichting. Het open karakter van de winkelgalerij zal na de oorlog in zijn geheel verdwijnen, en het tegenwoordige aanzien van Scheveningen boulevard zal anno 2018 opnieuw geconfronteerd worden met een verdere modernisering. Alleen de vele verschenen ansichtkaarten en archieffoto’s zullen zorgdragen – voor wat betreft de Oranjegalerij – voor een blijvend historisch besef onder de liefhebbers.

Peter van Dam
vandam.peter@gmail.com

Meer informatie over de bouwwerken die in Scheveningen tot stand kwamen, valt te lezen in de volgende uitgave; Peter van Dam; W.B. van Liefland 1857-1919, eigenzinnig Haags architect en stedenbouwkundige, De Nieuwe Haagsche, 2016.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann