Terug naar de Kritzingerstraat

In De Oud-Hagenaar van 3 april 2018 stond het artikel ‘Herinneringen aan de Kaapstraat’ van Rob Eijsackers. Zelf woonde ik zo’n 25 jaar in het deel van de Kritzingerstraat, dat nu Bloemhofstraat heet.

Bij de naam Kaapstraat is mijn persoonlijke eerste terugblik nog steeds via de Paardenbergstraat, langs de Julianatoren, naar de halte van tramlijn 13. Je kon opstappen aan de Schalk Burgerstraat, daar waar de Kaapstraat met een zijstraatje eindigde in een plantsoentje. Naast de vele door Rob genoemde winkels denk ik zelf aan de kapperszaak in de Schalk Burgerstraat, waar ik eens als 9-jarige jongen door mijn moeder heen was gestuurd. Toen ik daarvan terugkwam, had zij zelf spijt als haren op haar hoofd, want de kapper had er volgens haar iets te veel afgehaald.

Rob zag verderop in de Schalk Burgerstraat op de hoek met de Viljoenstraat een aardappel- en groentenhandel, maar die heette toch echt ‘Verlaan’. Je kon daar machinaal je aardappelen laten schrappen en dat was voor die tijd fascinerend om te zien.

Aan de overkant was ‘de Zwarte Vogel’ te vinden, die onlangs is weggevlogen.

Over zijn schooltijd vertelt Rob over zijn ervaringen op de Tarcisiusschool B op nr. 75.

Verderop in de Kritzingerstraat op nr. 71 was de Tarcisiusschool A gevestigd en er was wel enige onderlinge naijver, hetgeen ten gehore werd gebracht via de leuze: “A pen slapen, B eren leren.”

Zo was er ook voortdurend gekift tussen de Protestantse Comeniusschool bij de Julianakerk in de Kempstraat en de beide Tarcisiusscholen. Dat ging dan van “Protestanten olifanten en Katholieken elastieken.”

Over de Kempstraat gesproken: daar moest ik voor mijn vader naar de sigarenzaak Van Tuijl. Eerst kwam je dan langs de Volharding, waar onze huisarts spreekuur hield en even verder op de hoek zat bakkerij Hus met zijn puddingstukken op maandag. Van Tuijl op de volgende hoek verpakte de rookwaren in een papieren zakje met het opschrift: ‘een tevreden roker is geen onruststoker’.

Ook daar aan het eind van de straat, in de richting van het Hobbemaplein, was een kapper gevestigd en als je daar je haar liet knippen, werd je niet in de maling genomen, terwijl hij nota bene Foppe heette.

Op de terugweg langs de andere kant van de Kempstraat kwam je langs de fietsenspeciaalzaak van Nico Krens, de vroegere baanwielrenner. Ook aan die kant zat het IJspaleis, waar we in die jaren maar mondjesmaat van konden genieten. Uit Engeland overgewaaid; de winkel waar ‘fish and chips’ werd verkocht.

Bij de bloemenzaak ‘de Anemoon’ kochten wel eens anjers, waar onze moeder gek op was.

Van de Tarcisiusschool A weet ik nog, dat mijn eerste juf van Rijn heette, maar binnen een paar maanden werd ik zo maar overgeplaatst naar de andere eerste klas bij juf Eijkman.

Ook daar was het van korte duur, omdat ik eind januari 1945 ‘naar de Boeren’ werd gestuurd. Tot eind augustus bleef ik daar en toen ik terugkwam in Den Haag werd ik ‘voorwaardelijk’ naar de 2e klas van dhr. Jan Schellart bevorderd.

In mijn lagere schooltijd was meneer Linnebank het hoofd der school op Tarcisius A. Heette dhr. Bertels van school B met zijn bijnaam ‘Punt’; dhr. F.A. Linnebank van klas 6 had in de wandeling de naam ‘Eitje’.

Verder waren daar in klas 3 meneer Dullaart, in klas 4 dhr. Hockx en in de vijfde stond meester Krauss.

Meneer De Vries
Minimaal een keer in de week verscheen meneer De Vries in de klassen van Tarcisius A en B. Hij sjouwde zijn slingerkist met zich mee om de muziekles te verzorgen. Een van de jongens werd dan uitgenodigd om lucht in de kist te pompen, zodat meneer De Vries via zijn toetsen muziekgeluiden kon produceren.

Zelf ging ik na de 6e klas een verdieping hoger op nummer 71, want daar zat de (M)ULO.

Na 3 jaar mocht ik examen doen in toen nog de Dierentuin en in 1953 ging ik naar de Bisschoppelijke Kweekschool voor Onderwijzers aan de Paramaribostraat. Dat duurde toen 5 jaar en voordat ik moest opkomen voor militaire dienst, kreeg ik van 2 oktober tot 2 december mijn eerste baan bij meneer Punt/Bertels op Tarcisius 75.

Militaire kloffie
Tussentijds kon ik tijdens mijn verlofdagen in mijn militaire kloffie nog even invallen en dat vonden de leerlingen natuurlijk wel apart. Eigenlijk moest ik 21 maanden dienen, maar na 20,5 maand zat mijn militaire dienst er op, omdat de school twee weken eerder begon.

Mijn terugkeer op Tarcisius B was onder een nieuw hoofd der school, dhr. ’t Hoen.

Fusie
Toen de V.G.L.O.-school op 75 verhuisde naar de Brandtstraat kwam Tarcisius A van 71 o.l.v. de eerder genoemde dhr. Schellart ook definitief naar Kritzingerstraat 75. Later heeft er nog een fusie plaatsgevonden. Dat heb ik daar niet meer meegemaakt en sinds de negentiger jaren is er van de totale oude Kritzingerstraat alleen het stukje van de Paul Krugerlaan tot aan de Scheeperstraat overgebleven.

De kapper in dit oudste stukje Kritzingerstraat heette Hoek en hij was enthousiast koorlid van Die Haghe Sanghers, zodat hij zingend je haar kon knippen.

VVP
Net als de door Rob genoemde meester Lucas ben ik ook nog actief geweest als elftalleider van de A1-junioren en in mijn geval was dat niet bij RAVA (Rotte Appelen Vallen Af), maar bij VVP (Vullis Van Pastoor).

De echte betekenissen waren St. Raphael Voetbal en Atletiek en Voetbal Vereniging Pancratius.

Toen op een clubavond bij VVP de befaamde Ir. Ad van Emmenes ten tonele verscheen om een lezing te geven en mij naar de betekenis van de afkorting VVP vroeg, stond ik met de mond vol tanden, want ik wist het even niet.

Hans de Bruijn
brunobrac@live.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann