‘Laat ik in ieder geval m’n kleine browning maar in mijn mouw steken’

De beeldromans van Dick Bos mochten niet. Van je ouders niet, omdat beeldromans een negatieve invloed op je opvoeding hadden. Maar van je ouders mocht zoveel niet. Dus las je ze toch. Ook het ministerie van Onderwijs, Kunsten Wetenschappen sprak destijds van ‘verdorven’ lectuur en vroeg aan onderwijsgevenden de boekjes in beslag te nemen.

Het was daarom van het grootste belang je verzameling Dick Bos-boekjes niet aan de openbaarheid prijs te geven. Ik verborg ze in mijn kamertje onder de vloer. Dat kon makkelijk, want ze waren 9 bij 13 centimeter en met circa 200 pagina’s maar 1 centimeter dik. En je las ze uitsluitend ’s nachts in bed. Met een zaklantaarn. Want zowel boekje als lantaarn waren in een ommezien onder de dekens verdwenen als moeder kwam kijken of je al sliep.

Ook op school was voorzichtigheid geboden. Je nam ze nooit mee in het klaslokaal, maar liet ze altijd in je jaszak aan de kapstok. Ruilen gebeurde in ongure portieken.

Waarom toch waren die boekjes verboden, vroeg je je af. Omdat er zoveel in gevochten werd? Maar de goeien wonnen toch altijd? En dan de rust en de zelfbeheersing waarmee Dick Bos het gespuis in een dubbele Nelson nam. Na zo’n schermutseling zei hij bijvoorbeeld heel beheerst en zonder uit te hijgen:

‘Ziezoo, dat is dat, Lanoy. Een mooie gelegenheid voor de politie om je in de handboeien te slaan en weg te voeren. Want je maakt me ziek, Lanoy.’

Nou. Als dat geen goed gedrag was! Wat wisten je ouders en de meester er eigenlijk van? Die hadden die boekjes natuurlijk nooit gelezen.

Want als dat wel het geval was geweest hadden ze het ongetwijfeld verplicht voorgeschreven omdat de altijd keurig in het pak gestoken heer Dick Bos eigenlijk alleen maar het goede voorbeeld gaf en voor het goede opkwam. En zijn pak zelfs na een enerverend gevecht geen enkele kreukel vertoonde!

Kenmerken
Enkele typische kenmerken van de Dick Bosboekjes:

– De particuliere detective Dick Bos is altijd goeie vriendjes met de plaatselijke hoofdcommissaris van politie en hij is de politie altijd ruimschoots voor bij het inrekenen en onschadelijk maken van gespuis en schorriemorrie.

– Dick Bos vecht uitsluitend in driedelig kostuum met stropdas of in een smoking met een strikje.

Vrouwen komen nauwelijks of niet voor in Dick Bosboekjes. En als ze al voorkomen spelen ze een bijrolletje en zijn zonder uitzondering foei-lelijk. Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘Ik zal vanavond alleen moeten blijven.’

Waarop Dick Bos dan heel heel ridderlijk antwoordt: ‘Tenzij u zich met mijn armzaligen persoon wilt vergenoegen…’

– Dick Bos bedient zich bij het uitschakelen van boeven altijd van enkele simpele judo of jui-jitsu grepen. Hoewel. Ooit zei hij voor hij een gevecht aanging: ‘Laat ik in ieder geval m’n kleine browning maar in mijn mouw steken.’

– Het gevecht speelt zich op slechts twee, hooguit drie plaatjes af en eindigt altijd in het voordeel van Bos. Een eventuele toeschouwer zegt na afloop van het gevecht dan zoiets als: ‘Prachtig! Die zegt het eerste halfuur niks. Pak vlug zijn revolver, Bos. En dan weg!’

– De tekstballonnen zijn zonder uitzondering rechthoekig of vierkant met een soort wimpeltje eraan in de richting van de mond van de spreker.

– Uitvoerige tekst in die tekstballonnen ging de schrijver/tekenaar Alfred Mazure niet uit de weg. Zeker geen uitzonderingen zijn tekstballonnen van driekwart pagina met daaronder een dun vakje waarin de tekeningen van de hoofden van spreker en luisteraar zijn geklemd. Het verwijt van opvoeders en ambtenaren dat kinderen door de Dick Bosboekjes het lezen zouden afleren en alleen nog maar oog voor tekeningen zouden hebben gaat dus geenszins op.

Status
Voor me ligt het beduimelde detective-beeldverhaal ‘Gangsters’, nummer 7 uit de Dick Bos-serie. ‘192 blz. Verschijnt maandelijks 65 cent/10 fr’ staat er onderaan de omslag.

Het is het enige Dick Bosboekje dat ik nog bezit. Maar ik had er in de jaren vijftig natuurlijk veel meer. Want hoe meer je er bezat, hoe hoger je status in de klas was. De bezitters van hoge aantallen moesten het natuurlijk vooral van geruchten hebben. Want bewijs was moeilijk te leveren zonder het risico te lopen, dat ze in de handen van onbevoegden vielen. Ooit liet ik aan mijn vriend Piet Bult, tijdens afwezigheid van mijn ouders, mijn verzameling onder de vloer van mijn kamertje zien. Met het vriendelijke verzoek het aantal Dick Bosboekjes dat ik had mondeling te verspreiden over mijn klasgenoten. De jongens dan natuurlijk. Want de meisjes hadden absoluut geen benul van de waarde en de kwaliteit van deze beeldromans. Wat lazen die dan? Geen idee. Nu denk ik: misschien wel de boeken over Joop ter Heul van Cissy van Marxveld. Want zo lagen de verhoudingen in mijn ogen toen wel. Jongens liepen weg met Dick Bos. Meisjes met Joop ter Heul.

Cowboy of detective
Er zijn in het totaal 76 deeltjes verschenen. De eerste zag het licht in 1941 en was getiteld ‘Het geval Kleyn’. Het had de grootte van een pakje sigaretten en kostte 30 cent. Dat was waarschijnlijk te duur want vlak daarna verscheen een nieuwe oplage van hetzelfde boekje voor 25 cent. De schrijver/tekenaar Alfred Mazure liet deze druk begeleiden door een enquete met de vraag aan de lezer tot wat voor soort type Dick Bos zou moeten uitgroeien. Een detective? Een avonturier? Een cowboy?

Het werd een detective. En wat voor een.

In de oorlog werd een drietal Dik Bosverhalen verfilmd. ‘Inbraak’ (1942). ‘Vals geld’ (1943). En ‘Moord in het modehuis’ (1946). Ze werden pas 20 jaar later vertoond door de Film Liga.

Veel eerste drukken gingen verloren. Herdrukken verschenen naast geheel nieuwe afleveringen. En dat allemaal door elkaar heen in verschillende series, zoals de ruitjesserie of de diamantenserie. Voor een verzamelaar dus uiterst verwarrend.

Totdat uitgeverij Panda van 2005 tot 2015 alle Dick Bossen herdrukte in 19 grote delen met 4 beeldromans per deel.

En deze keer was het muisstil op het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Hadden al die kleine jongetjes rond de jaren vijftig dan toch gelijk gehad? Want de beeldroman groeide na Dick Bos met Donald Duck, Kuifje, Tina Suske en Wiske en Guust Flater uit tot een niet meer weg te denken onderdeel van de jeugdliteratuur.

Niet mee eens? Laat het julius.pasgeld@deoud-hagenaar.emailweten.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann