Jeugdherinneringen van een ex-Hagenaar

Ik ben Karel Koper, geboren te Den Haag, op 11 augustus 1932, als derde zoon van een familie van vijf personen. Van het huis waarin ik geboren ben en de drie huizen die mijn ouders daarna betrokken, de Stortenbeekerstraat (geboortehuis), Kokstraat en Hattemlaan, weet ik mij niets te herinneren. Die herinnering begint pas tijdens mijn derde levensjaar op de Escamplaan nr. 43, een portiekwoning op de hoek van de Weesperstraat. Dat veelvuldig verhuizen was in die vooroorlogse jaren- dertig niet ongebruikelijk, omdat veel huiseigenaren hun huizen aan de straatstenen niet kwijt konden en derhalve met kortingen en bonussen huurders paaiden om vooral bij hen te huren.

De huur bedroeg zes gulden per week en huiseigenaar de heer Schouten, een hele vriendelijke man van achter in de vijftig, kwam trouw iedere zaterdag de huur ophalen.

Hoewel de wijk officieel naamloos was, was de wijk bij ons bekend als de Escamppolder en in begin jaren dertig betrekkelijk nieuw. De laan eindigde toen bij de Soestdijksekade. Vanuit onze woning op de tweede verdieping hadden we volledig zicht op de druivenkassen in het Westland.

Op ons portiek woonde op nr. 39 mevrouw Sierre die kort voor de oorlog overleed. De nieuwe bewoner was de familie Exel, die dakloos geworden was vanwege het Duitse bombardement in Rotterdam in mei 1940. Ik ken alleen nog de naam van de oudste zoon; Jan.

Op nr. 41 woonde de familie Constance met dochter Riet (?). Onder ons, op nr. 45, de familie Polak met vier kinderen; Corry, Sonja en de tweeling Hans en Loek, de laatsten van mijn leeftijd.

Ikzelf had twee oudere broers, namelijk Jan en Ton, respectievelijk 6 en 2,5 jaar ouder dan ik. Het blok waarin wij woonden grensde voorts aan de Zuiderparklaan, de Muiderbergsestraat en de al eerder genoemde Weesperstraat. Op het gedeelte tussen de Weesperstraat en de Zuiderparklaan woonde op nr. 37 de familie Matla met twee kinderen; zoon Chris en dochter (?). Hun vader runde een schildersbedrijf, dat later door zoon Chris werd voortgezet

Verderop, op nummer 17, de familie Van Egmond. De vader had een kaasgroothandel en zoon Dick zorgde met een bestelwagen voor de distributie. Met hem ben ik vaak meegereden om door tout Den Haag vele kazen bij de diverse winkels te bezorgen. Links van dat portiek, op de benedenverdieping, nr. 23, de familie Naastenpad, waarvan de vader kleermaker was. In een klein kamertje aan de voorzijde heb ik hem vaak in de bekende kleermakerszit op zijn werktafel zien zitten. Er waren vier kinderen: zonen Henny, Jan en Wim (mijn leeftijd) en dochter Tiny.

Banketbakkerij
Een zeer belangrijk winkelpand en dominant aanwezig: de banketbakkerij van de familie Koenders met twee zonen, Herman en Ees, de laatste ook van mijn leeftijd. Herman was een technisch bekwame voetballer en speelde bij Quick Steps, toen een populaire voetbalvereniging op de Nijkerklaan. Ze woonden boven de winkel op nr. 3. Daarnaast, de kruidenierswinkel De Unie, Zuiderparklaan 251, later overgenomen door de Firma Dop en daar weer naast, op de Zuiderparklaan nr. 241; de toen alom bekende sigarenwinkel annex hulppostkantoor van mevrouw Van Dijk. Vrijwel iedereen in de naaste omgeving kwam zeer regelmatig in deze winkel voor postzaken en vulde dan en passant ook zijn rookgerei aan. Onder de familie Polak, in de Weesperstraat nr. 160, de familie Warnaar en daarnaast de brandstoffenhandel van de familie Scholten. Die pal pal naast onze woning woonde.

Ze hadden vier kinderen waarvan de naam van de oudste mij ontschoten is. Verder zoon Koos, dochter Trees en zoon Adrie of Gerard. De laatste was ongeveer even oud als ik en verongelukte op tragische wijze op zeer jeugdige leeftijd. Ik kom hier in een later stadium nog op terug.

Tegenover ons huis, op de andere hoek van de Escamplaan met de Weesperstraat lag een braakliggend stuk grond waarop in 1937 het Gemeentelijk Badhuis werd gebouwd, waarvan de opening in 1938 plaatsvond. De bouw van dit badhuis was vanuit ons raam zeer goed te volgen.

Op de Escamplaan deed zich overigens een merkwaardige tweedeling voor: onze kant met de oneven nummers, werd gescheiden van de kant met de even nummers door tramlijn 6 die, ingebed door een ligusterheg aan beide kanten van de trambaan, ons als kinderen het gevoel gaf van een ander stadsdeel te zijn. Ik heb dan ook, op één heel bijzondere uitzondering na, weinig contact gehad met kinderen ‘van de overkant’. Maar ook daarover later meer. Wel herinner ik mij de familie Kras, op nr. 12, een gezin met veel kinderen waarvan de vader schoenmaker was. Hun naaste buur was de voor kinderen niet onbelangrijke snoepwinkel van Jamin, Zuiderparklaan 253, maar ja, voor een kleuter van de andere kant, mede vanwege de zeer gevaarlijke oversteek, volstrekt onbereikbaar.

Ik ben hier onlangs weer eens terug geweest en ontdekte dat die scheiding op de Escamplaan nog veel rigoureuzer is voortgezet. Wij konden op sommige plekken hier en daar nog gewoon de trambaan oversteken maar dat is nu ten ene male onmogelijk. Die onbereikbaarheid van Jamin was voor ons kinderen beslist niet dramatisch, want wij hadden zo ons eigen snoepwinkeltje en wel in de Weesperstraat, nr. 144. Over dit heel bijzondere snoepwinkeltje, De Toko, een volgende keer meer…

Karel Koper
k.f.koper@hetnet.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann