Jongensbordeel van Jacob Bakker opgedoekt

Het Spuikwartier kende niet alleen een bruisend nachtleven, ook overdag was er rondom de Veerkade genoeg vertier te beleven. In 1700 waren hier de havens van Den Haag gevestigd, waarnaar straatnamen als Ammunitiehaven en Schedeldoekshaven nog verwijzen. Zoals in de meeste havendistricten, kende ook deze Haagse buurt diverse hoerenhuizen. Ook de herenliefde werd openlijk bedreven.

Jacobus Bakker (1695-1730) was Maastrichtenaar van geboorte, doch kwam rond zijn 19enaar Den Haag, waar hij werkzaam was als kleermaker. Hij was getrouwd en had twee dochters. Aanvankelijk was hij serieus aan het werk, maar sinds zijn vrouw in 1720 in het kraambed was overleden, zag hij andere mogelijkheden om aan geld te komen. Zijn amoureuze contacten met jongens werden steeds openlijker en weldra had hij diverse schandknapen in huis die hem voldoende geld opleverden om in zijn levensonderhoud te voorzien.

Wilsma
In 1724 leerde hij de bekoorlijke 16-jarige Zacharius Wilsma kennen, die woonruimte zocht en bij Bakker onderdak kreeg. De aantrekkelijke Wilsma bleek een fortuin waard te zijn vanwege de vele lichamelijke contacten die hij met heren had om ze te behagen. Ook Bakker zelf had tientallen malen met de jongen het bed gedeeld in zijn huis aan het Spui. De blonde, wat vrouwelijke jongen was het paradepaardje van de Haagse wereld van sodomieten.

Bakkers’ verhuurbedrijf kreeg steeds meer bekendheid en het aantal knechtjes dat hij verhuurde nam steeds maar toe. Ook bij feestjes en partijen werd een beroep gedaan op de hand- en spandiensten van de ‘jongens van Bakker’. Een enkele keer werden deze knechtjes dronken gevoerd en kregen ze niet betaald voor hun arbeid. Bakker sprak ze dan razend toe: “Die kerel komt mijn huis niet meer in. Wel je plasser willen, maar niets betalen!”

Magdalena
Het jongensbordeel aan het Spui genoot een steeds grotere bekendheid. Vanuit de wijde omgeving kwamen heren om bij Bakker vleselijk te kunnen converseren. Huize Bakker met zijn knechtjes werd een begrip in Den Haag! Bakkers oudste dochter Magdalena schonk de heren geregeld een glaasje wijn in op hun kamer, doch verklaarde later voor de rechtbank dat haar nooit iets vreemds was opgevallen.

De ondernemende Bakker had het druk met zijn bordeel. Om geregeld nieuwe knapen te kunnen offreren, trok hij langs herbergen en ontmoetingsplaatsen als het Haagse Bos op zoek naar nieuw bloed. Maar ook op straat kon Bakker schaamteloos potentiële knechten indringend aankijken en ze vervolgens gouden bergen beloven. In de meeste gevallen moesten de jongens eerst door de baas zelve worden gekeurd alvorens zij met zijn clientèle mochten verkeren. Sommige knechtjes hielden het na enkele keren wel voor gezien.

Bevrucht?
In het voorkamertje van Bakkers huis, kraakte het bed geregeld. De gemakkelijkste manier om van het zaad te worden verlost was door het werk “uit de hand” te doen, maar de Zeeuwse heer Schoonewaldt betaalde graag om het werk van achteren te regelen. En een koetsier uit Utrecht meldde na een vrijpartij de volgende ochtend: “Wie weet ben ik wel bevrucht?”

Vervolging 1730
In 1730 maakte de homovervolging een einde aan de voor die tijd uiterst tolerante samenleving voor mannen die in waren voor gelijkgeslachtelijke contacten.

De deuren van Bakkers’ bordeel sloten voorgoed, Bakker zelf kwam voor de rechtbank en eindigde aan de galg.

Meer over dit onderwerp in mijn boek Gesodemieter in Den Haag.

Frans van der Helm
helmhuis@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann