Haagse kinderboeken zijn schaars

Wanneer ik mijn kleinzoon Simon van zeven een boek zie lezen, doet mij dat goed. Als hij komt logeren, heeft hij altijd een boek bij zich en hier kan hij in wegdromen. Overigens kan hij ook goed voetballen. Dit laatste om te voorkomen dat u denkt dat het hier uitsluitend om een boekenwurm zou gaan. Ik vraag me wel eens af in hoeverre kinderen tegenwoordig nog echt een boek lezen. Zo’n ding van papier en karton, weet u nog wel. Of moeten ze het afleggen tegen mobieltjes vol met spelletjes en digitale teksten? Mijn vrouw vertelde me dat ze in de jaren vijftig op woensdagmiddag naar de bibliotheek holde om een boek te lenen. Ze las dit vervolgens snel uit, zodat ze aan het eind van de middag nog een boek kon lenen. In die tijd kon je maar één boek tegelijk lenen en dan ook nog eens alleen een boek dat bij je leeftijd paste.

Anne de Vries – de zoon van de schrijver met dezelfde naam die onder andere het boek Bartjegeschreven heeft – komt in het door het Letterkundig Museum uitgegeven boekje: Den Haag, je tikt ertegen en het zingt(1998) tot de conclusie dat er weinig echte Haagse kinderboeken geschreven zijn. Het gaat dan niet om kinderboeken waar Den Haag ook nog even in voorkomt, maar om boeken die in Den Haag of Scheveningen gesitueerd zijn. Enkele voorbeelden hiervan zijn: De ongeloofelijke avonturen van Bram Vingerling, van Leonard Roggeveen (1927), Tent nummer zeven, van A.C.C. de Vletter (1927) en in Het verloren schaap, van Han G. Hoekstra (1947) komt een oma voor die in onze stad woont zoals uit de bijgevoegde illustratie blijkt. Ook de vier boekjes die Jan Ligthart geschreven heeft onder de titel De wereld in(1898) die in De Oud-Hagenaar van 23 januari van dit jaar beschreven zijn, spelen in Den Haag. Dat deze opsomming niet volledig is, moet u maar voor lief nemen.

Waar moet een goed kinderboek aan voldoen?
Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Waar moet een goed boek voor volwassenen aan voldoen? Zeg het maar. Hoe vaak komt het niet voor dat iemand zegt dat je een bepaald boek moet lezen, terwijl jij het na bladzijde drie al terzijde legt. Toch is hier wel iets over te zeggen. Afhankelijk van de leeftijd moeten de zinnen niet te lang zijn en de woorden niet al te moeilijk. Je moet je als het ware in het kind kunnen verplaatsen. Waar hebben kinderen belangstelling voor, wat moeten we onder kinderlogica verstaan en hoe groot is de gemiddelde woordenschat op een bepaalde leeftijd? Misschien zijn de beste kinderboekenschrijvers zelf wel ietwat kinderlijk gebleven. Wat ook van groot belang is, is de kwaliteit van de illustraties. Kinderen beginnen meestal met bladeren en hebben dan al snel door of ze dit boek echt gaan lezen of niet. Zelfs het lettertype kan doorslaggevend zijn. Ik meen dan ook oprecht dat het schrijven van boeken voor kinderen – zeker voor jonge kinderen – veel moeilijker is dan het schrijven van boeken voor volwassenen. Ik kan mezelf in dit geval een ervaringsdeskundige noemen na het schrijven van een aantal boeken, waaronder één kinderboek.

De bal die alle kleuren heeft
Hoe gaat dat in z’n werk, het schrijven van een boek? Laat ik u maar eens vertellen hoe dit kinderboek is ontstaan. Alweer meer dan vijftig jaar geleden besloot ik een kinderboek te schrijven. Het moest over een koning gaan die in het rijke bezit was van een wonderbal. Wanneer hij die bal een zwieper gaf, vloog hij weg en vervolgens ging de koning op pad om de bal te gaan zoeken en zo beleefde hij enkele avonturen. Het verhaal eindigde in het Vondelpark waar de bal tussen de hippies terechtkwam. U ziet het; dat is alweer een tijdje geleden.

Het manuscript kwam in een bureaula terecht en heeft daar vele jaren gelegen totdat mijn jongste zoon het nog niet zolang geleden vond. Hij las het en zei dat ik er iets mee moest gaan doen. Ik sprak met hem af dat hij enkele tekeningen zou maken en dan zou ik de tekst nog eens bekijken. U moet weten dat mijn zoon Taco kunstschilder is, kijk maar eens op tacoeisma.nl dan krijgt u een deel van zijn werk te zien. Hij maakte als voorbeeld enkele tekeningen en ik was meteen verkocht. Alleen al door die tekeningen was ik ervan overtuigd dat het boek er moest komen.

Wel ben ik vervolgens het verhaal gaan herschrijven. Hippies in het Vondelpark: dat kan niet meer vandaag de dag. Het verhaal eindigt nu in het Haagse Bos, om precies te zijn in het Huis ten Bosch. Misschien herkent u het meisje dat op de bijgevoegde illustratie de bal aan de koning teruggeeft. Hoewel, eindigt… Dat is niet helemaal waar. Ik heb er nog een hoofdstuk aan toegevoegd. In het begin van het verhaal geeft de koning aan – het gaat hier overigens om een klein mannetje – dat hij een liefhebber van het getal één is. Eén vork en één mes zijn genoeg. Hij woont tenslotte ook alleen in zijn paleisje. Maar ja, een fiets met één wiel werkt niet erg, dus hij moet wel concessies doen. In het laatste hoofdstuk ontmoet hij iemand die hij wel heel erg aardig vindt; de gravin van Voorburg en ook zij woont alleen. Kortom, eind goed, al goed. Ze gaan samen in zijn paleisje wonen en de bal wordt te oud voor al die avonturen. We besloten samen dat dit boek bedoeld is om voorgelezen te worden en kinderen vanaf een jaar of tien kunnen het zelf wel lezen.

Los van de voorkant, zijn de illustraties in zwart-wit uitgevoerd, zodat de bezitter van het boek de tekeningen zelf kan inkleuren en zo wordt het een uniek boek. De reacties op dit boek zijn tot nu toe vrijwel altijd lovend. Dat komt vooral door de prachtige illustraties, denk ik dan.

Carl Doeke Eisma
carleisma@planet.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann