‘In Den Haag is de gezonde lach vervangen door het lachen in het vuistje’

Uitspraken over Den Haag. Van schrijvers, dichters en anderen die voorbijgingen. Jarenlang verzamelde ik ze. Of het nou leuk en actueel was was of niet. Als het maar over Den Haag ging. Een bloemlezing.

Om te beginnen een citaat van Alain Teister: ‘Den Haag betekent voor mij de belichaming van alle clichés die erover gezegd zijn: de bedompte praal van de ambassades, de clubdasdeftigheid van Binnenlandse Zaken, de aardappels in de vioolkist, gedragen door lusteloze acteurs die hun valse schijn beloond zien met een vermoeid applaus’.

Vrolijk word je er niet van. Maar ik waarschuw nu alvast. Het wordt nog veel erger.

‘Den Haag is al een stad vol wind, maar op sommige terreinen zou er gerust nog eens wat extra frisheid door mogen waaien. (A. Marja)

‘Eens was een Haagse burgemeester op officieel bezoek in Antwerpen en wilde van de burgemeester aldaar weten waarom die geen ketting droeg. De Antwerpse burgervader antwoordde: ‘Och ja. Omdat ze ons hier nog laten loslopen, hè’. (Louis Paul Boon)

‘Den Haag schijnt de meeste hitte-eilanden te hebben van Nederland. Maar op de Scheveningseweg kon je drie eeuwen lang naar zee. Langs een zuilenrij van boomstammen met kruinen die elkaar hoog boven de tramkabels raakten onder een bladerdak van allure’. (Christiaan Weijts, vorige week in NRCover alle Haagse bomen die de huidige stadsbaasjes daar wil kappen)

Anoniem
Er staan in mijn schriftje ook nogal wat citaten waarvan de bedenkers helaas niet meer te achterhalen zijn. Ik vind ze echter te leuk om ze u te onthouden.

‘Als je ergens in Den Haag snel wil zijn, kan je beter met een enveloppe over je hoofd bij een brievenbus gaan staan dan bij een bushalte’.

‘In de Haagse tramtunnel ben ik nog nooit geweest. Er komt een tijd, dat ik nog genoeg onder de grond kan zitten’.

‘De enige tip die ik je kan geven als je ooit naar Den Haag gaat luidt: verlaat nooit je hotel zonder goede plattegrond, een kompas, proviand voor een week en een draagbare telefoon met het nummer van de reddingsdienst’.

‘De meeste Hagenaars lijken te denken, dat Haagse politici gewoon klootzakken zijn en het bewijsmateriaal lijkt inderdaad die kant uit te wijzen’.

‘Den Haag wordt volgeplempt met gebouwen die eruit zien als een centrale air-conditioning voor de hele planeet’.

‘Weet je wat? We hebben in Den Haag nu al vanaf het jaar 1300 mooie gebouwen neergezet. Laten we nu maar eens een tijdje wat lelijks nemen en dat aankleden met het soort design dat je krijgt als je lang in je ogen wrijft’.

‘Wat te doen met de Haagse wethouder van Stadsontwikkeling? Gewoon een schop geven. Niet uit wreedheid. Maar gewoon om te kijken hoever je hem kunt laten vliegen’.

‘Is het Haagse gemeentebestuur bijzonder? Ik heb een keer een hond zien koorddansen met een paraplu tussen zijn tanden. Dat vond ik ook heel bijzonder’.

‘Als het goed is, wordt een stad met het hart gemaakt. Den Haag is niet eens met de hand gemaakt. Maar met hoogwerkers en enorme hijkranen’.

De eerlijkheid gebiedt me te bekennen, dat ik de meeste van deze bovenstaande (anonieme) citaten speciaal bewaard had voor Marnix Norder, de Haagse ex-wethouder van Haast, Herrie en Hoogbouw, benevens Henk Kool, idem van Ritsel, Regel en Roof. Gelukkig stapten ze alle twee al gauw weer op en schreef ik daarna nauwelijks columns meer over Den Haag. Zodat ik die citaten niet meer nodig had voor mijn columns.

Ambtenaren en dametjes
Verder maar weer. Over specifieke, Haagse personages bijvoorbeeld.

‘Den Haag schijnt de juiste dampkring te hebben voor het conserveren van oude dametjes’. (Godfried Bomans)

‘Er zitten twee Haagse dames te tea-en bij Lensveld Nicola. Fluistert de een tegen de ander: ‘Mijn man wordt impotent’. Zegt de ander: ‘Gunst, is dat hoger dan referendaris?” (A. Marja)

‘Een zomaar Haagse dame vraagt bij het binnenstappen in de tram: ‘Conducteur, gaat deze tram naar Marló?’ (Marlot). De conducteur antwoordt: ‘Jazeker mevrouw, als de tram tenminste niet gaat kapó!”

‘De heren van Den Haag zijn zijn onderweg.
Voorzien van handschoenen en aktetas,
Zwermen zij uit, bezetten zij de stad,

Om ongedaan te maken wat ik zeg,
Om uit te wissen wat er gaande was.
Voor elke woning staat een vuilnisvat’
(Gerrit Achterberg)

‘Vroeger was het centrum van Den Haag de flaneerplaats van de ambtenaar, bekrompen, afgunstig, ingebeeld, arm en kaal. Op meer dan de negatieve deugd van de omkoopbaarheid kon hij niet bogen. Zij afkeer van de arbeid overtrof alle fabels die over hem in de omloop waren. Sindsdien blies de tijdgeest langzaam en gestadig materie in de holle man. De ambtenaar drukt nu nog steeds een stempel op Den Haag. Al is dat nu een ander’. (F. Bordewijk)

Haagse politici komen pas in beweging als de meest achterlijke Hagenaar in de gaten heeft, dat-ie bij de neus genomen wordt’.

‘Ik ken de mores van het Spui.
Ik ken het ambtenarenspel.
Ik ken de Haagse burgerlui.
Maar als ik drink dan gaat het wel.’
(Vrij naar Jan Boerstoel)

Diplomatiek spel en verfijning
Is er dan echt niks vriendelijks over Den Haag te vertellen? Ja, toch wel. Na lang zoeken vond ik een citaat van Jan Hein Donner: ‘Meer dan zestien jaar is mijn moeder nu dood maar nog steeds wanneer ik in Den Haag ben is zij net om de hoek verdwenen op de Kneuterdijk. Of ik zie haar in de verte op het Gevers Deynootplein’.

En nog een van F. Bordewijk: ‘Den Haag. Een stad, fris en vol zeewind. Een stad voor diplomatiek spel en verfijning, voor een schaaktournooi tussen enkel meesters’.

Nóg meer citaten over Den Haag? Het bundeltje Een boekje open over Marnix Norderstaat er vol van. Het is een verzameling van alle 24 columns die ik van 2005 tot 2012 over deze wethouder schreef. Ik heb nog een paar exemplaren over. U krijgt er gratis een toegestuurd zolang de voorraad strekt.

Eén mailtje naar julius.pasgeld@deoud-hagenaar.emailis genoeg.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann