Mooie klus voor sloper, er klopt niets aan die huizen aan de Melis Stokelaan

Het is oktober 1984 als de bewoners van de vier 40 meter hoge torenflats aan de Haagse Melis Stokelaan tot hun verbijstering te horen krijgen dat zij binnen vier maanden hun huurhuizen dienen te verlaten, omdat deze op instorten staan. Uit onderzoek is gebleken dat de huizen ondermijnd zijn door betonrot. Gevels, balkons, plafonds en dwarswanden zijn gescheurd, maar ook kozijnen, dakbedekking en de centrale verwarmingsinstallatie zijn in een belabberde staat.

In het artikel van deze keer, neem ik u mee terug naar 1984 in welk jaar bewoners van de vier torenflats van veertien verdiepingen aan de Melis Stokelaan werden opgeschrikt door alarmerende berichten, waarbij sloop van de flats de enige optie leek, maar waar een grote renovatie uiteindelijk sloop wist te voorkomen, en de bewoners opgelucht konden terugkeren naar hun vertrouwde omgeving.

Terug naar het begin. Het is eind jaren vijftig als de plannen worden ontwikkeld voor vier torenflats in Morgenstond. De opdracht wordt gegund aan bouwmaatschappij HABO die tot dan nog geen ervaring had met het bouwen van dit soort flats. Gemeentelijke architecten waren op dat moment erg ambitieus, en tekenden flats van veertien verdiepingen, omdat de tijd rijp was voor vernieuwingen in de bouw.

Voor de bouw in de hoogte werd voor het eerst in de woningbouw glijbekisting toegepast. Deze bouwwijze was gebruikt voor o.a. PTT-torens en de Euromast. De werkwijze is dat een bekisting wordt volgestort met beton. Als de onderste laag uitgehard is wordt de kist opgetrokken en wordt nieuw beton gestort. De werkwijze wordt volgehouden tot de gewenste hoogte is bereikt. Uiteindelijk bleek met deze manier van beton storten dat er een koudebrug ontstond, waardoor kou van de buitenmuren wordt doorgegeven aan de binnenmuren. Muren kunnen hierdoor gaan wrikken. Na de bouw van de vier flats is dit procedé dan ook niet meer toegepast.

In 1961 werden de vier flats aangeboden onder het motto “het moderne wonen voor de arbeider”, met een huurprijs van 16 gulden per week. In 1984 stonden de vier woontorens leeg en waren de ramen of gebroken of dichtgetimmerd met houten schotten.

Toch kwam het bericht van instortingsgevaar voor de bewoners niet helemaal als een verrassing uit de lucht vallen. Al geruime tijd klaagden huurders steen en been over ramen die bijna uit de sponningen vielen, scheurende keukenmuren, schimmelvorming en tapijt dat wegzakte in kieren in de vloeren. Veel bewoners van de bovenste verdiepingen durfden de balkons al niet meer op.

Ook gaf de op handen zijnde exodus ook veel ergernis: sommige bewoners hadden net twee weken de sleutel van hun flat en hadden juist een dure verbouwing achter de rug. De familie Boon was net klaar met witten en behangen en had net de huur van de oude woning opgezegd. De woningbouwvereniging kwam met een verhuisbod van 4.500 gulden. Lang niet genoeg voor de onkosten.

Inmiddels kwamen de plannen van sloopbedrijven op tafel: sloper van Eck had zijn gedachten al laten gaan over de manier van slopen, zonder de opdracht al te hebben binnengehaald. Zowel het bouwen van dit soort hoge flats als het slopen ervan was nog niet eerder gebeurd. Met een hoogte van veertien verdiepingen, zo ongeveer 40 meter, is nog net een kraan met sloopkogel mogelijk. Ook opblazen met springstof behoort tot de mogelijkheden. En tenslotte het afknabbelen van het beton met pneumatische scharen, in de wijk Morgenstond later de meest gebruikte methode, kwam als optie voorbij.

Eind oktober 1984 zijn de eerste flats verlaten. Ramen zijn kapot en er wappert gescheurde vitrage naar buiten. Voor sommige ramen zijn houten schotten aangebracht. Met grote blauwe letters is op de muren gekalkt: ‘Noodgebied. Gemeente help ons!’ Het ontruimen gaat door, verhuiswagens rijden af en aan om de bewoners te evacueren. Steeds meer ramen worden geblindeerd en geluiden van spelende kinderen, gezellig pratende bewoners en autoverkeer op de parkeerplaatsen sterft langzaam weg. In december 1985 zijn alle flats ontruimd. Alleen op de zesde etage van een van de flats brandt ’s avonds nog licht: het is het echtpaar Bakker, de allerlaatste bewoners van de desolate flats. Zij hebben het rijk alleen in de verder verlaten flat. De kerstboom in de kamer heeft plaatsgemaakt voor stapels verhuisdozen. Het echtpaar is kritisch geweest bij de toewijzing van vervangende woonruimte, waardoor ze zijn overgebleven in de flat maar ook zij zullen komend jaar verhuizen naar een kleinere woning met lavet in plaats van een douche. Zij zullen hun laatste oud en nieuw vieren in alle eenzaamheid, met de wetenschap dat een beveiligingsbedrijf de torenflat nauwlettend in de gaten houdt. En daarna zullen ook zij vertrekken, zeer tegen hun zin.

Het eerste kwartaal van 1986 staan de flats er, in afwachting van een besluit tot sloop of renovatie verlaten bij en krijgen vanwege hun vaalwitte kleur de naam spookflats. Van de hogere verdiepingen waaien bij wind stukken glas uit kapotgeslagen ramen naar beneden en bedreigen daarmee toevallige passanten. Regelmatig stoppen er na meldingen van omwonenden politieauto’s en worden personen uit de flats gehaald die er niets te zoeken hebben. De inderhaast vertrokken bewoners hebben vaak waardevolle spullen als inbouwkeukens achtergelaten en het dievengilde komt dan ook regelmatig shoppen en verdwijnt met volle bestelauto’s en vuilniszakken vol gestolen waar naar onbekende bestemming.

Op 3 juni 1986 verschijnt er in de Haagsche Courant een groot artikel met de uitslag van alle onderzoeken: de flats worden niet gesloopt maar gerenoveerd. De gemeente Den Haag heeft de flats voor een gulden gekocht van de woningbouwvereniging. Maar ook de directe omgeving zal worden aangepakt. Het buitenterrein wordt gerenoveerd en er komen nieuwe parkeerplaatsen. Inwendig worden de flats volledig gestript en vernieuwd. De buitenmuren worden versterkt en geïsoleerd. Tevens worden de flats met elkaar verbonden door langgerekte gebouwen met 60 specifieke bejaardenwoningen. De gehele renovatie kost 10 miljoen gulden, en zal plaats gaan bieden aan 300 gezinnen, omdat de eenkamerflats worden doorgebroken en verbouwd tot driekamerflats, op dat moment nog niet beschikbaar in deze flats. De huurprijs, die in 1961 nog 16 gulden per week was, zal na oplevering ca 460 gulden per maand bedragen. Helaas wordt daags na de publicatie een van de flats in brand gestoken. De blusinstallatie, op elke verdieping aanwezig, is vernield, maar met veel mankracht ziet de Haagse brandweer kans de enorme vuurzee tijdig te bedwingen!

In april 1989 is de renovatie achter de rug en keren de eerste bewoners na vier jaar van afwezigheid terug naar hun woning. Het is de familie Kalkman die de eerste sleutel in ontvangst mag nemen van wethouder Van Otterloo. Gemiddeld 15 van de 64 bewoners keren terug, de overigen blijven in hun vervangende woning wonen. De vrijgekomen flats zijn in een recordtijd weer verhuurd.

Op 28 december 1989 wordt met een enorme vuurwerkshow de oplevering van de vier flats gevierd en komt er een einde aan een nachtmerrie voor 264 huishoudens met een goede afloop.

Ruurd Berendes
r.berendes@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann