Schoolmeester ‘Hoefkade’ stichtte klasje voor kansarme jongens

Deugdelijk onderwijs en een voorbeeldige opvoeding zijn de twee pijlers, waarop de jeugd zich moet vormen wil het kind een geslaagde toekomst tegemoet gaan. Deze stelling had van meester Boddingius (1893-1982) kunnen zijn, die vanaf de jaren twintig van de 20eeeuw keihard knokte voor arbeidersjongens op een school aan de Hoefkade. Het was een prikkelende uitdaging voor hem om talenten bij een kind tevoorschijn te halen en verder te ontwikkelen.

De lagere school aan de Hoefkade 99 heeft inmiddels plaatsgemaakt voor woningbouw, zo laat An Portier Boddingius (1937), dochter van bovengenoemde schoolmeester weten. Bewoners van het huidige flatgebouw zullen vermoedelijk niet weten dat vele duizenden jongens en meisjes op deze plek lezen en schrijven hebben geleerd. En dat ze spijbelden onder goedkeurend oog van hun ouders, die veel monden te voeden hadden. Een vader, die in die buurt meestal een ongeschoolde arbeider was en een ijverige moeder die alle moeite deed om met het verkregen huishoudgeld rond te komen.

Het was een tijd, dat uit alle macht moest worden geprobeerd om te overleven. Vechten voor het dagelijkse brood! Hoe moeilijk was het niet om op een sociaal hoger niveau te komen. Immers: als je eenmaal voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje!

Jan Ligthart
Wanneer in 1883 de school aan de Hoefkade 99 wordt geopend, komen zestig leerlingen uit de school aan de Tullinghstraat (de school van onderwijsvernieuwer Jan Ligthart) hem bevolken. Allemaal straatarme kinderen wier ouders niet eens schoolgeld konden betalen.

Daar kreeg begin jaren twintig op jonge leeftijd de in Zeeland geboren Jan Anton Boddingius als enthousiaste onderwijzer zijn aanstelling. Eerder had hij enige ervaring opgedaan in Krimpen aan de Lek, doch hij zou meer voldoening krijgen bij zijn werk in de grote stad en in het bijzonder in de arme Schilderswijk.

Jan Jordaans
Ongetwijfeld heeft Boddingius geleerd over het schoolonderricht van Jan Lighthart, die ook zo begaan was met sociaalarme kinderen. Het vormde een ware uitdaging voor de onderwijzers om deze kinderen een zo’n goed mogelijke toekomst te geven door een zo’n optimaal mogelijk onderwijs. Boddingius had daartoe een speciaal klasje in het leven geroepen, waar talentvolle, doch straatarme kinderen gratis extra onderwijs konden krijgen. Dat was allemaal niet gemakkelijk, want de ouders werkten niet altijd mee. Het vergde heel wat tact en overredingskracht om de ouders te overtuigen. Eén zo’n jongen uit een straatarm gezin was Jan Jordaans, die later directeur zou worden van enkele Limburgse mijnen, de voorloper van DSM. Hij bleef zijn onderwijzer eeuwig dankbaar en kwam hem tot zijn dood geregeld opzoeken.

Meester Boddingius had ook oog voor ‘onhandelbare’ kinderen, misschien zouden we ze thans ADHD’ers noemen. Eén zo’n jochie was Wimpie Lut, die begaafd was en tussen oudere leerlingen inzat. Het was een brutaal ventje, maar o zo dankbaar jegens meester Boddingius, die hem begreep en hem wel eens een verdiende aai over zijn bol gaf. Het stimulerende gebaar dat de knul thuis zo miste! De schoolkinderen waren de meester allemaal even dierbaar. Hij kneedde hun geesten en haalde alle mogelijkheden eruit die erin zaten. De onderwijzer keek op zijn oude dag tevreden terug op zijn bereikte resultaten. Vol enthousiasme had hij zijn ideeën in praktijk kunnen brengen. In 1958 ging hij met pensioen.

Er zullen vast nog (oud-)Hagenaars zijn, die bij hem in de klas hebben gezeten!

Frans van der Helm
helmhuis@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann