Een spijker van de Birma-spoorlijn

Het is bijna weer 15 augustus. In 2018 is het 73 jaar geleden dat de capitulatie van Japan was getekend. Elk jaar wordt op deze dag de capitulatie herdacht bij het Indië-monument in het Westbroekpark in Den Haag. Hier komen al jaren lang militairen van het K.N.I.L. (Koninklijk Nederland Indisch Leger), maar ook mannen en vrouwen welke in diverse kampen gevangen hebben gezeten, destijds als kind vaak met hen moeder, maar ook familieleden, kleinkinderen en achterkleinkinderen komen naar de herdenkingsplaats.

Vele zijn al op zeer hoge leeftijd en ook slecht ter been. Jarenlang heb ik als reservist bij het Korps Nationale Reserve dienst gedaan als reservemilitair om hand en spandiensten te verrichten, zoals de slecht ter been zijnde te ondersteunen door hen naar hun zitplaatsen te escorteren.

In 1995 was het vijftig jaar na de bevrijding, toen kwam Koningin Beatrix. Het was die dag bijzonder warm, kan ik mij herinneren. Er was een grote tent neergezet voor de hoge genodigden. De koningin verkoos ervoor om buiten de tent te gaan doorbrengen. Het was er niet uit te houden, liet ze in gebaren weten.

Schilderij
Ook in dit jaar had ik een afspraak met een bejaarde man in Rijswijk. In zijn gang hing een groot schilderij. Belangstellend vroeg hij: “Herkent u dit…?” Ik antwoordde: “Ja, ik ken dit, dat zijn de rijstvelden op Java.” Ik vertelde dat ik vorige week was teruggekomen uit Thailand. Daar heb ik een rondreis gemaakt en zelfs nog een rit met de trein op de beruchte Birma-spoorlijn had gemaakt vanaf Kanchanaburi.

De man verstarde duidelijk. Hij vroeg mij alles erover te vertellen. Toen vertelde hij mij dat hij als krijgsgevangene had gewerkt aan de Birma-spoorlijn. Wij waren als K.N.I.L.-militairen gevangengenomen op 23 oktober 1942 op Java en op transport gesteld en naar de Moulmain-gevangenis overgebracht. Daarvandaan werden we ingedeeld. We moesten met een Japanse vrachtboot de SS. Nichimei Moru met 1.000 man in het ruim, waar we hutje mutje zaten. Het was een ware ramp. Er waren ook 1.562 Japanse soldaten aan boord. Op 15 januari 1943 werden we op volle zee aangevallen door Amerikaanse bommenwerpers. Een voltreffer raakte het achterste gedeelte. We werden massaal in zee geworpen, waar we uren ronddobberen voor we werden opgepikt.

Toen we aankwamen in Thailand werden we ingedeeld in groepen. We moest kilometers lopen door het oerwoud in de brandende zon, geplaagd door ongedierte, slechte voeding en geen medische verzorging. Het was bar en boos. Ik kon er met niemand over praten. Ik was daar luitenant, maar moest net zo hard werken. Het was zwaar werk. De mensen werden ziek, maar het werk moest doorgaan ziek of niet…

Ik was op visite bij luitenant Van Noiram, voormalig militair van het K.N.I.L. Hij was nooit meer terug geweest in Thailand naar de plekken waar hij gewerkt had. Maar ook ik werd ernstig ziek, vertelde hij, ik mocht van de Japanners wat lichter werk doen. Ik mocht met een kruiwagen de doden langs de spoorlijn ophalen en begraven. Dat is mijn redding geweest. Daarom heb ik het kunnen overleven.

Na dit enerverende gesprek, werd ik uitgelaten. Hij deed in de gang een kast open, daarin hing een uniform. Daar was hij trots op, vertelde hij. Het was het uniform van een luitenant-kolonel uit het K.N.I.L. Hij is uit dienst ontslagen in 1951. Ik zei gekscherend: “Zuinig zijn op uw uniform, anders moet u mij bellen…”

Twee weken later belde hij mij dat ik het uniform kon ophalen. Dat heb ik onmiddellijk gedaan en hij is in mijn verzameling. Ik heb het uniform nog op een pop gezet en er een foto van gemaakt en opgestuurd. In 2001 is hij overleden.

Jaren later, in 2015, ging ik wederom naar Thailand. Ik wilde weer naar de Birma-spoorlijn; nu om ook het museum aan de spoorlijn te bezoeken. In 1995 had ik wel de begraafplaats bezocht, maar niet het museum, want daar was geen tijd voor. Ik was op internet een en ander aan het uitzoeken wat ik kon verwachten in dat museum. Er is nu ook een museum aan de begraafplaats in Kanchanaburi, welke geheel aan de Birma-spoorlijn is gelinkt.

Ik kwam bij het zoeken een bericht tegen op internet. “Ik zoek gegevens over mijn vader: luitenant Van Noiram. Hij werkte aan de Birma-spoorlijn. Wie heeft hem gekend?”

Het zweet brak mij uit. Ik kreeg kippenvel over mijn hele lichaam. De naam… Wel een bijzondere naam… Het kon niet missen: ik was bij haar vader op visite geweest. Ik had zelfs zijn uniform…

De andere dag heb ik uitgezocht waar ze woonde. Het was vlakbij Den Haag, Ik trok de stoute schoenen aan om haar te bellen. Heel voorzichtig deelde ik haar mede dat ik haar vader gekend had en zelfs op visite was geweest. Maar dat was in 1995, dus 20 jaar geleden. Ik moest onmiddellijk langs komen.

Het was een emotioneel gesprek. Ze wilde direct met mij mee gaan naar Thailand, maar haar vader had het overleefd, dus daar was niets te zoeken. Ze vertelde dat ze met haar broertje en moeder op Java in een kamp was ondergebracht. Ik beloofde haar dat als ik in Thailand was, dat ik zou zoeken naar gegevens over haar vader – wat ik ook gedaan heb. In het museum bij de begraafplaats heb ik een gesprek gehad met de directeur. Hij vond inderdaad zijn naam, maar hij had gewerkt aan de Birma-kant van de spoorlijn. Dit gedeelte is nog steeds niet toegankelijk om onderzoek te doen.

Ik heb contact opgenomen met Nationaal Archief in Den Haag of ik een kopie kon krijgen van de interneringskaart van deze luitenant. Ik had de situatie uitgelegd, ik wilde de dochter verrassen met deze kaart van haar vader. Deze waren nog niet vrijgegeven, maar bij hoge uitzondering kreeg ik het. Bij het zoeken vond ik ook de interneringskaart van Wim Kan uit het Jappenkamp. Ook hiervan heb ik een kopie laten maken. Beide kaarten heb ik meegenomen naar Thailand, samen met een boek, getiteld De dagboeken van Wim Kan 1942 -1945.

Er waren 18.000 Nederlandse Prisoners of War (POW). Het totaal is verwoestend: 16.000 geallieerde militairen verloren hun leven tijdens de aanbouw van de spoorlijn, evenals 200.000 inwoners uit India en China. Het Spoor des Doods was in Thailand 263 km lang; in Birma 162 km. Er waren in totaal 2.830 Nederlanders omgekomen. Er liggen er 1.896 begraven in Kanchanaburi, 313 in Chongkai en 621 in Thanbyuzayt. De aanleg van de spoorlijn duurde van 16 september 1942 tot 25 december 1943. In 16 maanden was hij voltooid. 175.000 mensen lieten het leven. 415 km spoor, dwars door het oerwoud.

Het museum aan de spoorlijn
We gingen met een taxibus van Bangkok naar Kanchanaburi, alwaar ons hotel stond. Toen we daar aan kwamen, hebben we een tuktuk genomen om naar het museum te gaan. In de hal staat een Japanse trein, welke dienst heeft gedaan op de spoorlijn. Ik had de interneringskaarten van Wim Kan en van luitenant Van Noiram en het dagboek bij me.Het was indrukwekkend hoe de gevangenen en met welke gereedschappen ze de bergen moesten weghakken. Het moest dag en nacht doorgaan, zelfs bij olielampen. Vandaar ook de naam ‘Hellfire Pass’: de pas van het vuur van de hel.

In het museum zag ik weinig personeel. Twee meisjes waren aan het stof afnemen met een plumeau en spraken geen woord buiten de deur. Hoe kon ik mijn interneringskaarten hier achterlaten? Ik zag bij de uitgang een man een limonadeautomaat vullen. Ik sprak hem aan en hij wilde mij helpen. Hij sprak Engels en bracht ons bij de directeur van het museum. Deze nam de objecten dankbaar in ontvangst. Mijn schoonzoon Björn ging even kijken of de tuktuk al aanwezig was om ons terug te brengen, omdat we hadden afgesproken om 16.00 uur. Het was inmiddels al 16.30 uur. Ik zag de kans schoon om de directeur een vraag te stellen: “Heeft u voor mij een spijker uit de rails van de spoorlijn?” Hij moest even nadenken, nam mij mee naar de hal van het museum en haalde tot mijn verbazing een spijker uit de rails onder de Jappen-trein. Ik was stomverbaasd. Mijn schoonzoon Björn kon het bij terugkomst niet geloven. Voor mij een bijzonder object. Ik had iets tastbaar voor de dochter van de luitenant. De directeur pakte de spijker in een stuk Thaise krant en overhandigde deze mij. Ik ging vol ongeloof terug in de tuktuk naar het hotel. Maar de spijker moest mee naar huis. Dat liep bijna mis op Bangkok Airport: de spijker kwam uit de rugtas! De douane vroeg wat het was. Ik hield mij van de domme. “Gevonden”, zei ik. De douanier vroeg waar ik naartoe ging. Amsterdam, was mijn antwoord. “Doorlopen”, zo klonk het. En en de spijker kon mee!

Terug in Amsterdam, heb ik weer contact opgenomen met de dochter van de luitenant. Ik kon haar dolgelukkig maken met een kopie van de Japanse interneringskaart van haar vader.

Hieronder volgt de aanvullende tekst op artikel in De Oud-Hagenaar van 7 augustus 2018.


De Internerings kaart….bij nadere bestudering kwam ik erachter dat op de achterkant een en ander geschreven staat…ik ben erg nieuwsgierig  en wil weten wat daar staat beschreven…Japans…ik opzoek naar een Japans restaurant in de Haagse binnenstad….en gevraagd of ze dit voor mij konden vertalen…tot mijn verbazing  konden het niet ontcijferen…. verbazingwekkend…wat dan ? Bij diverse Japanse restaurants geweest…????? Wat is het dan wel Chinees…Chinees ???? Waar om.. Op de voorzijde van de Interneringskaart  staat de datum van de gevangen neming, deze datum was ook vreemd maar dat is de datum dat de Japanse Keizer de nieuwe jaartelling begon..

Papier geld
Toen ik rond ging vertellen over mijn plan om dit op papier te zetten, kreeg ik van een buurmeisje, drie bankbiljetten…..”van mijn opa” deze bankbiljetten heeft haar  moeder al die tijd bewaart hier betaalde de krijgsgevangene mee in de kampen als ze goederen of eten kochten van de bevolking   ….maar ook weer Chinees …?? Ook haar opa, Joop Olt, heeft de verschrikkingen overleefd.

Museum
Ik hoop op een museum welke deze objecten permanent wil plaatsen , de spijker, de Internerings kaarten uit het Jappen kamp en de bank biljetten…van opa Joop Olt. Om hierin die mensen te gedenken , welke buiten hun wil in een verschrikkelijk oorlog, onder zeer slechte omstandigheden , het moesten overleven…. Misschien iets voor het nieuwe Indië museum in Den Haag …op de Sofialaan…waar als ik het goed begrepen  heb in het najaar van 2018 museum Bronbeek gevestigd gaat worden. Een eigen vitrine voor al die gene die in de vergeten oorlog terecht zijn gekomen.

Kees van der Zwan
kees.vd.zwan@hotmail.com

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann