In het Haagse Paard van Troje

Op zondagmiddag gingen we naar het Paard. Daar ik altijd mijn vaders onrust zag als zijn meiden, mijn oudere zussen, weer eens te laat thuiskwamen (mijn broer mocht wakker worden waar hij wilde), kon ik dat die man niet aandoen. In de jaren zeventig was vaders’ jongste hopie netjes om middernacht thuis, geen minuut later.

Hoewel ik het heerlijk vond om in het Haagse (verboden) Paard van Troje te zitten, was ik niet van de disco, noch van de kroeg.

Yogales
In het Paard kon je ons op een doordeweekse middag op zolder vinden, waar je brandnetel- en sinaasappelthee kon drinken. Op weg naar boven namen we op de eerste etage een keer een kijkje in de bruine kroeg, waar yogales gegeven werd. Al die mensen met hun benen in de lucht, zag er geheimzinnig uit. Heel soms vond je ons op zaterdagavond in de grote zaal, maar de voorkeur ging uit naar de zondagmiddag, op de grote houten blokken een film kijken terwijl de joint mij passeerde. Nee, ik nam hem niet.

Mijn braaf zijn, vader had immers geen idee van mijn stiekeme tochten naar het Paard, werd beloond met toestemming voor een nachtconcert in de Vliegermolen dat tot 02.00 uur duurde. Ik kan niet zeggen dat ik het concert geweldig vond, maar de rest van de groep vond het wel geweldig dat ik overal doorheen had geslapen. Iedereen om mij heen was naar het andere podium verhuisd en weer terug, zonder dat ik er iets van gemerkt had.

Paard-stempel
Een paar jaar geleden toog ik met mijn vriendin van toen en nu naar ‘ons’ Paard. Even nostalgie proeven op een veertigplusavond. De kaartjes had ik online besteld, iets waar we ‘vroegah’ nog geen weet van hadden en ook niet nodig was.

Bij binnenkomst geen Paard-stempel, wel een detectiepoortje. Veilig gevoel. Spullen voor een euro in een kluisje.

Theezolder
Vol verwondering keken we rond naar de modernisering. Ik zou het best “verkrachting” kunnen noemen, maar dat is niet terecht. Het is een mooi gebouw, gezellig ook. Natúúrlijk was onze theezolder er niet meer, maar ach… ik lust die smaakjesthee niet eens. Met een drankje de lange stalen trap op naar de dansvloer om te swingen op muziek die eigenlijk meer uit de tijd van mijn kinderen was.

“Wat kost het mevrouw?”, vroeg ik bij de bekende tafel met schoteltje. “Zoveel mogelijk.” Er stonden geen lolly’s, wel snoepjes, de ruimte was schoon.

Stenen trap
Na nog een drankje met koude billen van het zitten op een stenen trap, lachen met een nichtje en kletsen aan een tafeltje, waren we er wel uit. Het was leuk, maar nog leuker om naar huis te gaan, we zijn nog steeds geen stappers. Thuis zouden we nog even kunnen praten zonder te hoeven schreeuwen.

Ons vertrek maakte de wachtenden buiten heel blij: “Nummer 12, wie heeft nummer 12?”

“Ja, hier”, klonk het uit de menigte. Ja, het was ouderwets gezellig, maar wat de avond helemaal af maakte?

Klokslag twaalf uur waren we thuis. Ik hoorde vader gniffelen daarboven.

Joke Robijn-Bisschops
jokebis@casema.nl

Prinsegracht 12-14, Het Paard van Troje. Foto: Robert Scheers, collectie Haags Gemeentearchief

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann