Bombardement Bezuidenhout

De schrijver van het artikel over het bombardement op het Bezuidenhout van 15 mei 2018 heeft gemeend beter te zijn geïnformeerd dan ondergetekende, omdat hij tijdens het bombardement 10 jaar oud was en op redelijke afstand van de wijk woonde. Ik, schrijver van het artikel van 3 april, was toen 3 jaar oud en woonde wat verder weg. Het zal duidelijk zijn dat we beiden onze informatie uit andere bronnen verkregen hebben, dan uit eigen waarneming.

Waar ik mijn informatie aan ontleende had ik aangegeven in de door mij ingezonden tekst. De redactie van de krant meende op goede gronden dat stukje tekst niet te kunnen overnemen. Heeft u interesse deze informatie te ontvangen stuurt u dan een email aan onderstaand adres. De heer Feenstra beschikt over dezelfde bronnen. Een verschil is dat ik vanuit mijn vakgebied, geodesie, meen dat een motivatie waar de oorzaak ligt van het bombarderen van een woonwijk in plaats van het aangrenzende bos niet juist kan zijn. In zijn artikel staan enkele zaken die niets met het gebeuren te maken hebben. Hadden de geallieerden maar een precisiebombardement uitgevoerd dan was er heel weinig ellende geweest! Wellicht had dan Huis ten Bosch opnieuw moeten worden gebouwd.

In mijn bijdrage heb ik bombardementen op Dresden en Wesel genoemd omdat de gealliëerden er niet tegenop zagen door intimidatie hun doel te bereiken. Wat is oorlog toch een ellende! Ik had ook nog bombardementen op Kassel en Hamburg kunnen noemen. Natuurlijk deden ze ook aan precisiebombardementen. Het genoemde bombarderen van het bevolkingsarchief van Den Haag en de Möhnedamm zijn daar voorbeelden van. Dat ik een verband suggereerde tussen een vuurstorm en de gerapporteerde wind, komt voort uit het feit dat wellicht later pas de windkracht ter sprake werd gebracht. Ik heb daar verder geen mening over, maar wil wel uitzoeken welke invloed de windsterkte heeft op de baan van een bom.

Op grond van welke autoriteit het volgende werd geformuleerd is niet duidelijk. “Het hele verhaal over de radio-navigatie en proeven met witte schijven, kromming van de aarde, doet niet ter zake. Bij onvoldoende zicht ter plaatse werd doelradar gebruikt.” Dit had wel eerst met mij gecommuniceerd moeten worden. Dit is nu juist waar ik verdere studie naar wil doen en over doelradar wordt nergens in de documenten gesproken.

Ook het vervolg van het verhaal berust op een eigen interpretatie van gegevens van anderen. De kaart waarop de locatie van de doelen met de vliegcoördinaten is aangetekend, zou nog gevonden moeten worden. Wat nu is te vinden in litteratuur en op sites is een interpretatie. Wat het effect van het bombardement was is ook te vinden op luchtfoto’s gemaakt op 11-4-1945. Afdrukken zijn te vinden in een archief van de Universiteit van Wageningen. In een lage resolutie zijn ze inmiddels op internet beschikbaar gesteld door het Kadaster. Ook in het archief van de gemeente Den Haag zijn foto’s te vinden (ook digitaal beschikbaar in een betere resolutie).

Op de foto’s zijn de bominslagen in het bos te vinden. Ik stel me voor de coördinaten van de bominslagen te bepalen en daarmee een studie uit te voeren. Je moet dan ook rekening houden met bommen die eerder al door jachtvliegtuigen zijn afgeworpen.

Ik wil niet strijden over wie op de knop moest drukken om een bom te laten vallen, maar in een site wordt duidelijk aangegeven met naam dat de bemanning van een ingezette bommenwerper uit 4 manschappen bestond. Waarom 400 jachtvliegtuigen nodig zouden zijn om het zelfde gewicht aan bommen mee te nemen is me niet duidelijk, maar speelt in het verhaal geen rol. Als buitenstaander vraag je je wel af waarom men 61 bommenwerpers heeft ingezet.

Het gaat mij er om na te gaan of men toch juist heeft trachten te bombarderen maar door gebrek aan techniek niet het beoogde doel heeft bereikt. Inmiddels kan ik op basis van boeken, die ik kon inzien in de bibliotheek van Liberec in Tsjechië, zeggen dat de formules voor plaatsbepaling op aarde zeer ingewikkeld zijn.

Tegenwoordig met inschakeling van computers eenvoudig te hanteren. Denk aan GPS voor navigatie in de auto. Toentertijd was hantering van formules onmogelijk!

Op YouTube vertelt navigator John William (‘Jake’) Howland, inmiddels overleden, uitgebreid over het gebruikte navigatiesysteem.

Aat Visser
aatvisser@gmail.com

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann