Overspel, ontucht en hoererij in de omgeving van het Spui

Het Spuikwartier was eeuwenlang het havengebied van Den Haag. Straten als Ammunitiehaven en Schedeldoekshaven herinneren ons daar nog aan. Maar ook de Amsterdamse Veerkade verwijst naar de boot die regelmatig voer op Amsterdam, Delft en Leiden. Zoals in veel havenwijken waren de vrouwen van lichte zeden talrijk evenals de mannen die dienden om de dames te ‘beschermen’.

In 1755 runde ene David van Gogh een soort bordeel aan het drukke Spui, waar schippers en passanten op zoek waren naar simpel vertier. Lonkende vrouwen lieten hun wulpse ogen vallen op zoekende mannen die hun ei kwijt moesten. Hun klanten behoorden niet bepaald tot de bovenlaag, ofschoon ook heren van hogere stand graag wilden verkeren met een ondeugend volksmeisje van plezier. Naast contacten met dames, kon aan het Spui en omgeving ook de herenliefde worden bedreven, ofschoon na de razzia van 1733 gelijkgeslachtelijke contacten slechts met de grootste voorzichtigheid tot stand kwamen.

Overspel
David van Gogh was een rasechte Hagenaar, die zijn hele leven al van de straat leefde. Hij was 42 en daarmee in de kracht van zijn leven. Vrouwen had hij bij de vleet en hij was zelfs getrouwd, doch hokte openlijk al acht jaar met een andere vriendin zonder gescheiden te zijn. Samenwonen en overspel plegen waren in die tijd ten strengste verboden. De vrouw met wie hij een relatie had was de 32-jarige Mie Prins, die zelf ongehuwd was, maar een kind had van een Oost-Indiëvaarder. Een vrouw in die positie had in die tijd weinig kans op enig maatschappelijk aanzien. Beiden konden het goed met elkaar vinden en woonden en sliepen onder één dak eerst aan het Spui in het pand genaamd “de Haringtjes” en later wat verder weg aan de Hekkelaan.

Talenten
Wanneer de lijnveren op Amsterdam en Delft arriveerden was het een komen en gaan van passagiers. Handwerklieden, sjouwers en andere ongeschoolden waren druk bezig met het verhuren van hun krachten en talenten om in hun dagelijkse onderhoud te voorzien. Niet zo verwonderlijk dat Mie en David hun eigen talenten gebruikten om aan geld te komen ofschoon ze heel goed wisten dat ze het risico liepen om opgepakt te worden.

Prinsestraat
Mie was het gewend om met heren te verkeren. Ze had eerder gewerkt in een hoerenhuis op de hoek van de Prinsestraat. Terwijl ze maar al te goed wist dat haar levenswijze verboden was, scheen ze Van Gogh te hebben verleid om bij hem in huis eerst voor hoer te spelen en later als een hoerwaardin gelegenheid te geven om ook andere speelmeisjes te exploiteren. Mie Prins had duidelijk de broek aan en Van Gogh leek naar haar pijpen te dansen en had weinig in te brengen bij zijn dominante levensgezel.

Verbanning
Toen hun lucratieve zaak eenmaal aan het rollen kwam, werden ze separaat opgesloten en voor de rechter gesleept. Ofschoon ze wisten dat het verboden was om ongehuwd samen te wonen en te hoereren, viel de straf toch nog tegen. David kwam er het beste vanaf met een geldboete van 400 gulden en eeuwige verbanning uit Den Haag. De boete was aanzienlijk, maar de uitgekookte David had genoeg geld opgestreken om hem te betalen.

Zijn vriendin Mie werd echter veroordeeld tot acht jaar dwangarbeid in een tuchthuis gevolgd door eeuwige verbanning. De kans dat ze elkaar in het aardse leven nog zouden zien was daarmee voorgoed verkeken…

Frans van der Helm
helmhuis@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann