Als je begrijpt wat ik bedoel

Onlangs kreeg ik een mailtje van Carla die De Oud-Hagenaar met interesse leest en ze maakte me duidelijk dat ze na het overlijden van een oom van haar in het bezit gekomen was van een viertal plakboeken vol krantenknipsels die betrekking hebben op Den Haag. Of ik hier belangstelling voor had en dat had ik. Er zou wel eens een onderwerp voor een bijdrage voor deze krant tussen kunnen zitten, zo leek me. Wel was het zo dat ze een flink eind bij mij vandaan woont, maar één van haar zusters woont wel bij mij in de buurt en daar kon ik na enige tijd de plakboeken gaan halen en zo kwam ik in een uitermate interessant museum terecht.

Het gaat hier om een museum aan de Weipoortseweg in Zoeterwoude, waar Pim samen met zijn vrouw Marian een groot deel van het werk van Marten Toonder verzameld heeft. Zowel Pim als Marian en Carla komen uit onze stad en ze zijn alle drie werkzaam geweest in het onderwijs. Het doel van dit museum is onder meer het exposeren van het werk van Marten Toonder voor een groot publiek maar ook het onder de aandacht brengen van het culturele erfgoed dat de schrijver en tekenaar Toonder ons heeft nagelaten. Want vergis u niet, los van de prachtige afbeeldingen die de meesten van u wel kennen van Heer Bommel, Tom Poes en al die andere personages die in de verhalen voorkomen, was Marten ook een groot taalkunstenaar. Hoewel het in de latere strips gebruikelijk werd de (korte) teksten in een ballonnetje binnen het raam van de tekeningen te plaatsen, werd de tekst aanvankelijk onder de tekeningen geplaatst. Dit betekende veelal dat deze tekst veel uitgebreider was. Marten was een meester in het verzinnen van nieuwe woorden en uitdrukkingen. Vaak zijn deze uitdrukkingen dermate ingeburgerd dat vrijwel niemand meer weet dat ze oorspronkelijk uit de Bommelverhalen afkomstig zijn. Ik noem er enkele: ‘Als je begrijpt wat ik bedoel’, ‘Zoals mijn goede vader zei’, ‘K wist niet dat ik het in mij had’ en ‘Als u mij wilt verschonen’. De eigenaar van dit museum, Pim Oosterheert, heeft zowel les gegeven in het vak geschiedenis als in de Nederlandse taal. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat hij diep in de taal van Toonder gedoken is en hier de nodige publicaties over geschreven heeft. Al vrij jong is hij begonnen met het verzamelen van stripverhalen en omdat ik ook wel iets met stripverhalen heb, kwamen we er al snel achter dat we in een ver verleden in dezelfde winkeltjes in Den Haag te vinden waren, zeker bij Hans Matla in de Frederikstraat. Pim heeft een verzameling opgebouwd die aan het onwaarschijnlijke grenst. Niet alleen alle uitgaven van de Bommelverhalen, maar ook het bureau van Toonder waaraan hij in Ierland gewerkt heeft en zijn schilderkist en niet te vergeten zijn middelbare schoolagenda waarin al de nodige tekeningetjes staan, zijn in zijn bezit. Het feit dat Pim de zoon van Marten, Eiso, gekend heeft, heeft hier ongetwijfeld ook een rol bij gespeeld. Kijk maar eens op de site www.bommelzolder.nl, zodat u een indruk krijgt van dit museum en wie weet besluit u om er eens een kijkje te gaan nemen.

Krantenknipsels
En dan nu de vier plakboeken met krantenknipsels. Joop, want zo heette de oom van Carla, heeft vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw krantenknipsels verzameld. Dat hij dat met liefde en uiterst zorgvuldig gedaan heeft, wordt al snel duidelijk. Zo heeft hij alle artikelen uitgeknipt en dat is lang niet altijd zo. Soms zitten er in een tweedehands boekje krantenartikelen die uitgescheurd zijn, zodat een deel van de tekst ontbreekt. Dat is hier zeker niet het geval. Ook heeft hij ze op onderwerp gerangschikt waardoor een groot aantal er later los bijgevoegd is. Ons vorstenhuis en de geschiedenis van ‘s-Gravenhage hadden overduidelijk zijn belangstelling.

Wat me opvalt is het feit dat ik over veel van deze onderwerpen al eens een artikel in deze krant geschreven heb. Waarom verzamelt iemand dit soort knipsels? Om er later nog eens iets mee te gaan doen of om ze te bewaren voor het nageslacht? Zit er in ons allemaal nog iets van de jager/verzamelaar uit lang vervlogen tijden? Vaak vormt de verzameling een bron van herinneringen en dan kunnen we van een nostalgische verzamelaar spreken. Ik denk dat dit laatste voor Joop geldt. Uit de plakboeken blijkt dat hij zeker zijn grenzen kende tijdens het verzamelen van deze krantenknipsels. Ze hebben in ieder geval allemaal iets met Den Haag te maken. Het verzamelen kan soms ook wel eens doorslaan en dan spreken we van verzameldrang, ook wel ‘hoarding’ genoemd, maar dan hebben we het over mensen die niets kunnen weggooien.

Omdat mijn mailadres onder de verhalen in deze krant staat, krijg ik er vaak reacties op en dat doet mij deugd. Tenslotte ben ik op die manier aan de plakboeken gekomen en heb ik de verzameling van Pim te zien gekregen. Overigens bevinden zich in deze verzameling ook de nodige krantenknipsels. Veel van de verhalen van Toonder zijn immers in eerste instantie in een krant gepubliceerd. Het oudste voorbeeld dat Pim mij liet zien, was een bijdrage uit een krant van lang geleden, niet uitgeknipt, maar uitgescheurd en dat heeft ook wel wat. Nu ik deze bijdrage nog eens doorlees, denk ik: ik wist niet dat ik het in mij had! En als u mij wilt verschonen, dan zet ik er nu een punt achter.

Carl Doeke Eisma
carleisma@planet.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann