Austin A60 Cambridge

Ik zie het nog voor mij. Aan de Carel Reinierszkade woonde op het volgende portiek de familie Haccou. Een vader, een moeder, twee zoons en een dochter Emmy. Het belangrijkste voor hen was dat de twee auto’s altijd voor de deur geparkeerd stonden en daarvoor werden heel wat stunts uitgehaald. De broers reden gezamenlijk in een lichtblauwe Austin A60 Cambridge, nadat zij hun geel/groene Ford Anglia vakkundig in een sloot langs de Landscheidingsweg geparkeerd hadden. En over die Austin wil ik het met u hebben.

De Austin A60 Cambridge stamt uit de periode dat fabrikant BMC voor al haar merken, zoals Morris, Riley, Wolseley en MG, een zelfde model produceerde met in de uitvoering een eigen karakter. Voor dit model waren de collega’s de Morris Oxford, Riley 4/72, Wolseley 16/60 en de MG Magnette.

In diezelfde periode was er ook een aantal concurrenten dat zich op hetzelfde soort design baseerden, zoals de Peugeot 404 en de Fiat 2100, met name herkenbaar aan de scherp gesneden ‘vinnen’ aan de achterzijde. Eigenlijk was de Austin in de familielijn het meest basic. Voor meer karakter en luxe moest je bij Riley en Wolseley zijn en voor meer sportiviteit bij MG. Klein detail wat voor alle familieleden hetzelfde was en wat ik heel slim en efficiënt vond, was dat de Union-contactsleutel van fabriekswege voorzien was van een leren omhulsel, gemaakt van het afsnijsel van de leren bekleding van het interieur. Slim, hè?

Ook typerend voor die tijd was de two-tone uitvoering, waarbij er een brede streep over de zijkant liep in een afwijkende kleur. De A60 had een 4-cilindermotor met 1622 cc, 75 pk en een topsnelheid van 130 km. In 1963 kostte hij 8.675 gulden en was in productie van 1961 tot 1969. Met mijn Engelse tik had ik wel wat met dit model, maar ik meen mij te herinneren dat hij niet echt concurrerend was in die tijd en dat hij er in een vergelijkende multitest van AutoVisie niet al te sprankelend uit kwam. Maar laten we hem eens goed bekijken. Een ruime familiesedan voor 5 personen. Had je meer ruimte nodig, dan was hij ook leverbaar als stationwagon, waarmee hij er naar mijn smaak niet fraaier op werd qua design.

Het interieur was eigenlijk niets bijzonders. Het dashboard was van war notenhout. Het stuur was groot, zwart, met wel een extra rand voor de duimen, maar zonder de chromen halfronde claxonring die zijn familieleden wel hadden. De dashboard-indeling was slim ontworpen, zodat de ombouw van rechts naar links gestuurd eenvoudig was. Zoals gezegd; zeer basic met twee Smiths-klokken achter het stuur en in het midden vier tuimelschakelaars en het contactslot ingekapseld door twee V-vormige verticale schuifunits voor de verwarming en ventilatie en geheel rechts het handschoenenkastje. Voorin grote stoelen met weinig support en achterin een royale bank. Op de portieren een lullig chromen handgreepje dat bijna niet vast te pakken was, met daaronder een subtiel inklapbaar asbakje. De bagageruimte was ruim en vierkant. Als je de Britse emotie vergeet, dan was het een ruime gezinsauto zonder veel bijzonderheden.

John Vroom (autojournalist)
johnvroom@planet.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann