Postkantoor Fahrenheitstraat

In de jaren zeventig was ik de uitbater van het kleinste strandtentje van Scheveningen: De Instuif, gelegen tegenover Kurhaus. Het strandseizoen was van 1 april tot 1 oktober. De inkomsten waren niet van dien aard dat ik het uit kon zingen tot april volgend jaar. Vandaar dat ik na het seizoen ben gaan werken als hulpbesteller van de PTT, locatie Fahrenheitstraat. Wat een gewaarwording! Binnen werken met heel veel mensen en nare TL-verlichting. Hoofdbestellers met kaki-stofjassen en chefbestellers met blauwe stofjassen. Hun taak bestond om van een afstand de sorteerders in de gaten te houden en met een tellertje achter je te staan of je wel snel genoeg je post op je sorteerblok op straatnummer legde.

Soms was ik in staat om dat blok door de zaal te gooien. Zodra ik klaar was met sorteren, wist ik niet hoe snel ik naar buiten moest komen om de brieven af te leveren. Heerlijk, de frisse lucht in.

In de ochtend had ik de grootste wijk met heel veel hoge portieken. Daar ik iedere zondag schaatste op de Jaap Eden Baan in Amsterdam, zag ik het bestellen als een training; keihard fietsen en rap de portieken op, met als resultaat veel dankbare klanten. Tussendoor draaide ik ergens een lampje in of een ander klein akkefietje. Mijn collega’s gingen tijdens het werk een bakkie doen en een kaartje leggen in een koffietent. Aangezien ik geen koffie drink en niet van kaarten hou, was ik veel eerder klaar dan de tijdslimiet voor mijn wijk. Tijdens de lunchpauze ging het alleen over voetbal, vissen, kaarten en tv-programma’s. Als ik het over de politiek en wereldproblematiek had, dan zeiden ze: “Daar hebben we onze werkstudent weer!” Heb het zo maar gelaten. Anders zou ik in de zomer de hele ploeg aan mijn strandtent krijgen. Alleen de hoofdbesteller wist van mijn strandnegotie.

Ik ben gek op honden, maar niet als ze achter de brievenbus je op zitten te wachten. Heel wat collega’s hebben dat tot bloedens toe of erger moeten ondervinden. Als ik wist waar een viervoeter op de loer lag om zijn huis te verdedigen, dan deed ik de brief halverwege in de brievenbus, haalde de brief wild heen en weer, begeleid met hard grom geluid, totdat er genoeg van was afgebeten. Deze actie hoefde ik gelukkig maar zelden te doen, maar het werkte perfect.

Er zaten ook een paar artsen in mijn wijk waar we medicijnen en proefmonsters moesten afleveren. We mochten het beslist niet aan de buren afleveren, als er niet open werd gedaan. Bij een adres moest ik altijd heel lang wachten, totdat de vrouw des huizes open deed. Altijd in een badjas gehuld, die van boven meestal niet gesloten was. Wist dan niet hoe ik moest kijken. Met kerst kreeg ik altijd tien gulden tip van haar en van nog meer mensen kreeg ik een tip. Vroeg aan mijn collega’s hoeveel tip zij kregen. Nou, dat kregen ze nooit, was het teleurstellende antwoord. Drie seizoenen ben ik met plezier postbesteller geweest.

Helaas heb ik het strandtentje na een goed seizoen en twee slechte seizoenen moeten verkopen en ben ik de ambulante markthandel ingegaan, wat ik nu al 43 jaar nog doe, met plezier.

Rob van Olphen
robvanolphen@icloud.com

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann