Haagse jeugd ingezet om invasie te voorkomen

De Pokémon-rage, in de zomer van 2017, zorgde voor een enorme toeloop op Kijkduin. Duizenden jongeren (maar ook volwassenen), gewapend met smart­phones, gingen daar op jacht naar virtuele wezentjes. Bijna zeventig jaar eerder, in 1948, ging de jeugd naar het Scheveningse strand om ook op jacht te gaan naar andere wezentjes, maar die waren niet virtueel en vormden een bedreiging voor ons land. De ernst van deze bedreiging bleek uit het feit dat voor deze jacht vrij van school werd gegeven. Den Haag zou zelfs, indien nodig, bussen inzetten om de schooljeugd, die ver van het strand woonde, op te halen! Dit lijkt ons nu onvoorstelbaar, maar het betrof de invasie van staatsvijand nummer één; de coloradokever. Een beestje dat het heeft gemunt op ons belangrijkste volksvoedsel; de aardappel. Tot ver in de jaren vijftig was de jacht op deze vraatzuchtige kever geopend. Ongetwijfeld heeft menig oud-Hagenaar herinneringen aan deze ‘jacht’. Maar laten we beginnen in 1948.

In de vroege ochtend van woensdag 9 juni 1948 ontdekken surveillerende agenten en personeel van strandtenten langs het Scheveningse Noorderstrand enkele geel-zwarte kevers, coloradokevers! Bij nader onderzoek blijkt dat het strand bezaaid is met vele duizenden van deze insecten. Onmiddellijk worden politie, brandweer, de Plantsoenendienst en de Plantenziektekundige Dienst te Wageningen gealarmeerd. In afwachting van versterking beginnen badgasten en hotelpersoneel met de jacht. Zij verzamelen de kevers in blikken en dozen. Pas om elf uur stuurt de gemeente een twintigtal politieagenten en zes gemeentearbeiders. Maar op groot materieel bijvoorbeeld jeeps met vlammenwerpers wordt tevergeefs gewacht. Inmiddels zijn ook schoolkinderen, die hiervoor onmiddellijk vrijaf krijgen, ten strijde getrokken, gewapend met bussen, jampotjes, dozen, emmers en ander materiaal. Door deze grote actie lukt het de eerste aanvalsstoot op te vangen.

Van de zijde der Plantenziektekundige Dienst wordt in de loop van de week gemeld, dat dankzij de voortreffelijke medewerking van alle kustplaatsen, de strijd tegen de kevers daadkrachtig wordt gevoerd. Het gevaar, dat er nog diertjes kans zien om het land in te trekken, is daarom nagenoeg uitgesloten. Maar, aldus deze Dienst, blijft waakzaamheid natuurlijk geboden.

De strijd tegen de onverwachte aanval van de coloradokever wordt daarom voortgezet. En met succes; van het front komen hoopgevende berichten. Uit Scheveningen wordt gemeld, dat het miljoenen leger daar volkomen is vernietigd en dat de schoolkinderen uit de strijd zijn genomen. Om te begrijpen waar de vrees voor de coloradokever vandaan komt een korte geschiedenis van dit insect.

De coloradokever
Zijn Nederlandse naam kreeg hij omdat men dacht dat de kever afkomstig is uit de Amerikaanse staat Colorado. De coloradokever is een op het oog leuk kevertje. Vergelijkbaar met een lieveheersbeestje, maar dan met een gele rug met zwarte strepen. Het is een taai beestje. Het kan een jaar zonder voedsel. Het is een vruchtbaar beestje. Een vrouwtje kan wel 2.500 eitjes leggen, soms wel twee keer per jaar. Het is een reislustig beestje. Vanuit de Andes en Mexico heeft het zich binnen enkele eeuwen verspreid over de Verenigde Staten, Europa en Azië, tot zelfs in China. Het is ook een vraatzuchtig beestje. Het is in staat in korte tijd aardappelvelden kaal te vreten.

In Nederland wordt de coloradokever in 1937 voor het eerst gesignaleerd in Limburg en Brabant. Het westen van Nederland bleef voorlopig gespaard. Maar dat veranderde na de Tweede Wereldoorlog. De bestrijding van de coloradokever was in Europa tijdens de oorlogsjaren vrijwel onmogelijk. Met als gevolg een explosieve groei van het aantal kevers, die zich bovendien makkelijk verspreiden. Want een volwassen insect kan vliegen en zo – met tienduizenden – door de wind over vele kilometers worden verspreid. En zo kon het gebeuren dat in de jaren na 1945 zwermen kevers uit Frankrijk en België door een (voor ons) ongunstige zuidenwind in de richting van Nederland werden geblazen. Deze tocht is lang en op den duur raken ze verzwakt. In de buurt van de Hollandse kust storten ze dan in zee en spoelen aan op het strand. Na een korte versuffing ontwaken zij en, als ze niet op tijd vernietigd worden, vliegen ze landinwaarts op zoek naar aardappelvelden om die kaal te vreten. Mochten ze geen aardappels vinden, dan staan tomaten en aubergines op het menu, hetgeen een extra bedreiging is voor het Westland.

In 1947 spoelden voor het eerst coloradokevers aan in Zeeland. Er werd daadkrachtig ingegrepen door het inzetten van vlammenwerpers. In 1948 is op Scheveningen deze rigoureuze aanpak niet toegepast. Wel werden door de gemeentelijke diensten plannen ontwikkeld om bij een eerstvolgende invasie de kevers met gerichte maatregelen te bestrijden.

1949 loos alarm
Half juni 1949 dreigt weer een invasie van coloradokevers aan de Nederlandse kust. Uit veel kustplaatsen komen meldingen van duizenden aangespoelde kevers. Ook op het stille strand van Scheveningen zijn tientallen coloradokevers aangespoeld. Maar Den Haag heeft geleerd van de ervaringen uit 1948. In overleg met diverse instanties is een plan van aanpak opgesteld om een eventuele invasie van coloradokevers op te vangen. Een jaar eerder moest alles geïmproviseerd worden en dat gaf veel kevers de gelegenheid landinwaarts te vliegen. Nu werken politie en Plantsoenendienst samen met een elftal scholen, die onmiddellijk gewaarschuwd worden, wanneer er kevers zijn aangespoeld. Van iedere school wordt een vijftigtal leerlingen naar het strand gestuurd, waar zij een bepaalde sectie krijgen toegewezen.

Schoolkinderen uit Loosduinen en Wassenaar worden per bus naar het strand gebracht. Verder staat er een jeep met een DDT sproeier klaar om, bij het eerste signaal, het strand langs te rijden. De gemeente Den Haag besluit daarom in juli 1948 tot de aanschaf van een draagbare motorverstuiver voor ƒ 945,–.

AI deze maatregelen blijken dit jaar niet nodig. Het aantal aangespoelde kevers is gering en kunnen zonder moeite onschadelijk worden gemaakt. Ook is het weer omgeslagen, zodat het gevaar voor een omvangrijke invasie geweken is. De Haagse schooljeugd hoeft daarom niet te worden ingeschakeld. Maar Den Haag is op het ergste voorbereid.

De dreiging neemt af
In de jaren vijftig wordt Nederland nog een enkele keer opgeschrikt door invasies van coloradokevers. In mei 1950 spoelen de kevers bij honderden aan. Maar de bestrijding is een onmogelijke zaak want door een zuidelijke luchtstroming, kunnen de coloradokevers gemakkelijk het land verder binnenvliegen. Een jaar later – juni 1951 – lukt het wel om een aanval door de coloradokever op de kust af te slaan. Met veel energie worden duizenden van de voor de oogst gevaarlijke kevertjes verzameld en vernietigd.

Daarna is het even rustig aan het ‘front’. Maar in juni 1958 is het weer raak. Op het strand, tussen Scheveningen en de Wassenaarseslag, spoelen duizenden kevers aan. Ook elders in de stad, onder andere in Loosduinen en in Spoorwijk, kruipen de kevertjes over straat! Bij de politie en op het stadhuis leveren de vinders honderden coloradokevers in.

Deze invasie is voor de Plantsoendienst aanleiding om weer school­kinderen in te schakelen bij het rapen van coloradokevers. Vierhonderd kinderen, van scholen uit de Haagsestraat, de tweede Messstraat en de Deventersestraat te Scheveningen worden opgeroepen om naar het strand te gaan. In verschillende groepen verdeeld krijgt elke groep een gedeelte van het strand toegewezen. Dit dagje schoolvrij wordt gewaardeerd, want de stemming onder de kinderen is uitstekend. Ze worden bijgestaan door de Bescherming Bevolking (BB) … die voor de catering zorgt. De kantinedienst van de BB trakteert de ijverige meisjes en jongens namelijk op koek en limonade. De vangtechniek is overigens eenvoudig. De jongens en meisjes rapen de beestjes op van het strand en stoppen ze in jampotjes en blikken. Bij de de duinen worden ze opgewacht door politieagenten, die de kevers officieel in beslag nemen om ze te vernietigen; dat wil zeggen: ter plekke verbrand. De DTT-verstuiver is waarschijnlijk in 1958 ook ingezet.

Verslagen?
Voor zover ik heb kunnen nagaan zijn in 1977 voor het laatst coloradokevers, in groten getale, aangespoeld op het Scheveningse strand. De meeste kevers werden onder het zand bedolven tijdens de dagelijkse schoonmaakbeurt van het strand. Een groot aantal leefde nog, maar volgens de politie, gaan ze vanzelf dood en vormen geen gevaar voor de badgasten! Nu hebben deze insecten nooit een direct gevaar voor de mensheid gevormd maar brengen ze wel aardappeloogsten in gevaar. Bovendien zijn ze nadelig voor de handelseconomie. Geen enkel land wil groente en fruit invoeren uit landen waar de kever vrij spel heeft. Redenen genoeg om alles in het werk te stellen om het beestje te verdelgen.

Tot het midden van de twintigste eeuw waren er echter weinig middelen om de coloradokever te bestrijden. Vaak werden aangetaste aardappelvelden platgebrand of men gebruikte chemische bestrijdingsmiddelen die arsenicum bevatten. Van deze laatste methode is, om begrijpelijke redenen, weinig gebruik gemaakt. Ook de invoer van natuurlijke vijanden mocht niet baten; ze overleefden ons koude klimaat niet. Eerst met de ontdekking van DTT en andere insecticiden was een effectieve bestrijding mogelijk.

Maar deskundigen verwachten dat door klimaatsverandering de problemen met de coloradokever weer zullen toenemen. Ook heeft de kever resistentie ontwikkeld tegen insecticiden. Dus of het gevaar is bedwongen…?

Verantwoording
In de verslagen over de bestrijding van de coloradokever werd in de jaren veertig en vijftig veel oorlogsretoriek gebruikt. Deze vraatzuchtige kever was een geduchte bedreiging voor onze landbouw, die na oorlog weer aan het opkrabbelen was. Ze werden als een vijand gezien die verslagen moest worden. Om iets van die sfeer weer te geven heb ik het taalgebruik uit die jaren gehanteerd.

Ten slotte wil ik Naturalis te Leiden danken voor de aanvullende informatie over de coloradokever.

Kees de Raadt
raadtvanleeuwen@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann