Het muziekavontuur begon bij Servaas

Muurschilderingen in Den Haag, zoals die van de Q65 op het Almeloplein en de Earring in de Terletstraat, herinneren ons er aan dat onze stad in de jaren vijftig en zestig dé beatstad van Nederland zou worden. Hier ontstond de Indorock en ontwikkelde de Golden Earring – begonnen als Golden Earrings – zich tot een, tot in Amerika befaamde rockband, mede namens de nummer 1-hit in Amerika: Radar Love.

In elke souterrain of kelderbox repeteerde wel een bandje. En nadat er flink gespaard was door het zakgeld te bewaren of een krantenwijkje te lopen, was er dan eindelijk geld om die versterker, gitaar of onderdelen voor een drumstel te kopen (een heel drumstel was uiteraard nog te hoog gegrepen).

Muziekwinkel Servaas aan de Riviervismarkt, hoek Schoolstraat, was hierbij het summum voor de beginnende muzikant. Nieuw was onbetaalbaar, maar er was ook de tweedehandsafdeling waar je vaak voor een redelijke prijs een instrument kon aanschaffen.

Maar je kwam niet zomaar binnen. Als je de winkeldeur had opengeduwd, nadat je je eerst had verlekkerd door de enorme etalages, waar de handel lag uitgestald, werd je geconfronteerd met een tourniquet met daarachter op kruk Nico Servaas. Het haar strak in de Brylcream en immer voorzien van een blauwgrijze stofjas. “Wat kan ik voor je doen jongeman?”, was de vraag die direct gesteld werd. “Ik ben op zoek naar een tweedehands versterker met box, meneer Servaas”, was het voorzichtige antwoord. “Heb je daar wel centjes voor?”, was de wat vernederende vervolgvraag. En als je daar dan bevestigend op antwoordde, drukte Nico op een knop op een paneel, waarna de potentiële klant toegang werd verleend tot het mekka voor de muzikant.

Met wat buikkrampen van de spanning loop je het enorme magazijn in, met die karakteristieke geuren van hout en skai, die zo kenmerkend zijn voor een muziekwinkel. Torenhoog doemen de London City, Sound City en Marshall-kabinetten met versterker op, met prijskaartjes die voor geen meter ook maar in de buurt van je budget komen. In een aparte hoek is ruimte ingericht voor de presentatie van Orange, een nieuwe merk dat door Creedence Clearwater Revival bekend is geworden. We kijken hier maar geeneens naar de vraagprijs, want die komt in de buurt van een tweedehands auto.

Dan is er reuring in de winkel: Rinus Gerritsen is gespot van de Earring, terwijl hij een Rickenbacker-gitaar uitprobeert en zo onopvallend mogelijk lopen de bezoekers van Servaas om de BN’er heen om een glimp op te vangen van de beste bassist ooit. Dat duurt even totdat bij de keyboards Supersister-toetsenman Robert Jan Stips wordt gespot, waarna de goegemeente zich richting de vleugels spoed.

De rust keert weer in de winkel, maar dan is er sensatie. Wederom blijkt dat Nico met argusogen, nee Arendsogen, de bezoekers scant. Hij springt over de desk en verlaat de winkel voor enige tijd. We zien hem een spurt maken richting de Driehoekjes, waarna hij tevreden terugkeert met een volumepedaal voor gitaar. In de winkel is het hem niet ontgaan dat een beginnende ster geen centjes had voor het gewraakte artikel en derhalve een poging heeft gewaagd het kleingoed ongezien mee de winkel uit te smokkelen. Servaas heeft geen poortjes, labels en alarmlampen nodig, hij lost het zelf op. De dader is tijdig in de kraag gegrepen en het artikel gaat terug de schappen in. Nico kennende heeft hij de delinquent op het netvlies, en deze zal voortaan een pandverbod hebben.

Inmiddels is er een keuze gemaakt uit het gebruikte aanbod, en met een 100 watt-geluidsbox, in vaktermen ‘kabinet’, wordt aangesloten in de lange rij bij de kassa om te onderhandelen over de aanschafprijs. De box heeft duidelijk een zwaar leven gehad, het skai is deels afgescheurd en op een van de hoeken ontbreekt de metalen stootrand. Door het vale speakerdoek zijn de contouren van vier speakers zichtbaar, maar op de achterzijde is met een sjabloon in krijtletters de naam ‘LIVIN BLUES’ geschreven.

Bij de kassa moet even gewacht worden. Nico zit over een opengewerkte Dynacord-versterker gebogen terwijl hij een soldeerbout hanteert. Uit de versterker kringelt wat rook en nadat Nico nog wat werkzaamheden in het apparaat verricht, bekijkt hij zijn werk met een tevreden blik, plaatst de soldeerbout op een steuntje en richt zich tot de jeugdige klanten.

Het argument dat de box wel erg beschadigd was, biedt bij Nico geen soelaas. De kast was nagekeken en gaf een uitstekend geluid, precies waar deze destijds voor vervaardigd was. Dus: ‘take it or leave it’.

Nou, dan reken je maar af. En nadat de tonnen wegende box in de lelijke eend is gestouwd, gaat het huiswaarts, op weg naar het eerste of volgende optreden. Als er dan wat verdiend was en je geld had voor wat beters, ging je de aftandse box weer inruilen voor iets duurders en bij het onderhandelen over de inkoopprijs moest het Nico toch wel van het hart dat deze box toch wel erg beschadigd was, maar uit coulance kreeg je er dan nog 50 gulden voor. Vooruit dan maar, want twee boxen gingen niet in de eend, dus moest de oudste in de winkel blijven.

Servaas is al lang niet meer. In 1994 wordt met een muzikaal feest in de Marathon afscheid genomen van Nico. De zaak gaat nog enige tijd door met Feedback.

Ruurd Berendes
r.berendes@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann