Waar bleven de ‘goede’ manieren van weleer?

Omgangsvormen en plichtplegingen. Wat waren dat ook al weer? Dat waren wonderlijke regels waar je je aan te houden had als je mee wilde tellen in de maatschappij. Als je ze nu op een rijtje zet, spring je een gat in de lucht dat dat allemaal niet meer hoeft.

Wat trok je bijvoorbeeld aan als je een eeuw geleden bij iemand anders ging eten? Dat was nogal simpel: je verscheen in avondtoilet of visitetoilet. Als het heel chique was, verschenen de heren in rok en witte das. En als het niet zo deftig was, deden ze een geklede zwarte jas aan, een pantalon, een zwarte das, een gekleed vest en lichte handschoenen.

Voor de dames lag het een stuk ingewikkelder. Daar speelde het aantal dagen dat verliep tussen de invitatie en het diner zelf, een grote rol. Was je kort van te voren gevraagd, dan kon je als dame gerust in een zwart-zijden japon of in een ander, donker stofje gaan. Maar als er veel dagen tussen de uitnodiging en het diner lagen, moest er wat meer werk van het toilet worden gemaakt. Als dat bijvoorbeeld acht of negen dagen was, dienden de dames zich zelf te decolleteren. En waarom? Wie het weet, mag het zeggen.

En dan is het eindelijk zover. De knecht werpt de deuren van de eetkamer open en roept: ‘Er is gediend!’ Maar dat doet hij alleen als er veel gasten zijn. Anders hoeft dat niet. Daarop gaan de heren naar de dames die zij aan tafel moeten geleiden en aan wie zij van te voren door de gastheer zijn voorgesteld. Als zo’n tweetal elkaar geheel vreemd is, heeft de gastvrouw beiden natuurlijk van te voren ingelicht over de maatschappelijke positie die de man heeft. Waarom? Dat was niet meer dan wenselijk, vond men vroeger. Al was het alleen maar om te voorkomen dat de vrouw domheden zou gaan begaan.

Handboek voor dames
Ik citeer nu uit het boek Vormen, handboek voor damesuit 1896 van Johanna van der Wouden hoe het verder ging:

‘De heer die u aan tafel geleidt, moet zorgen dat ge goed zit. Ge buigt even voor hem, als dank voor zijn geleide, en ziet dan toe of de gastvrouw reeds gezeten is, want eer moogt gij u niet zetten; en vóór gij hebt plaatsgenomen mag uw cavalier zich niet op zijn stoel neerlaten. Voorts moet hij u voortdurend verzorgen, u van alles voorzien, zodat ge niet behoeft te vragen of iets dergelijks. Hij moet daarenboven een enigszins belangwekkend of tenminste amusant gesprek met u voeren om u aangenaam bezig te houden en deze plicht rust ook op u. Al vind ge hem ondraaglijk, gij moet toch vriendelijk en aardig praten.’

Kijk. Dat waren nog eens tijden. De mannen hebben hun handschoenen uitgedaan en natuurlijk niet naast hun bord neergelegd, maar in de zijzak van hun colbert opgeborgen met de toppen uit de zak.

Gespreksonderwerpen tijdens het diner? Opgewekt en aanhoudend dient het over geheel onzijdige onderwerpen te gaan: kunst, literatuur en reizen bijvoorbeeld. Maar absoluut niet over politiek. Dat is voor de dames vervelend en de heren krijgen er maar een slechte spijsvertering van.

Met vallen en opstaan
Gewoon jezelf zijn. Geen fatsoensregels van anderen opgelegd krijgen. Zélf uitmaken wat beleefd is en hoe je soepel met elkaar omgaat. Nu proberen we dat zelf met vallen en opstaan. Maar gaandeweg lukt het. Vroeger schreef de ene mens graag aan de ander voor hoe het hoorde. Rond 1960 nog lazen we in Moderne manieren, uitgegeven door het christelijk damesweekblad Prinses: ‘We zijn allemaal wel eens moe, gedeprimeerd of verdrietig. Dat is wel te begrijpen, doch te verontschuldigen is het niet. Als u werkelijk een goede gastvrouw wilt zijn, dient u er altijd netjes uit te zien. Schoon, verzorgd en met een goed onderhouden kapsel. Niet poesmooi, maar altijd gewoon fris en gezellig. Een goede gastvrouw schenkt geurige kopjes koffie of thee en ze presenteert die op een blaadje, voorzien van een brandschoon kleedje. Een goede gastvrouw verontschuldigt zich niet voortdurend. Ze praat niet van ‘niet naar de rommel kijken’. Nee. Ze zorgt dat er gewoon geen rommel is. Aan de tafel, met schoon tafellinnen en een bloemetje erop, gaat zij als eerste zitten. Pas als ze zit, gaan de gasten zitten en iedereen begint pas te eten als zij het sein geeft.’

En dan volgt er nog een waslijst van andere voorschriften waaraan de gastvrouw dient te voldoen:

– Wees oplettend;

– Wees vriendelijk;

– Wees tactvol;

– Wees bescheiden;

– Ontdek waar uw gasten wel of niet over willen praten;

– Laat uw gasten prettig uit;

– Kijk hen even na; wuif nog even;

– Sluit de deur achter uw gasten niet alvorens zij zich van uw huis hebben verwijderd, het tuinhekje uit zijn, in hun auto zijn gestapt en weggereden.

‘Ingetogen en bescheiden’
Nog even terug naar 1896. Toen bleken jonge meisjes nog een hele vooropleiding nodig te hebben voordat ze werden losgelaten op de maatschappelijke mores. Ze dienden zich in gezelschap ingetogen en zeer bescheiden te betonen. ‘Als zij een oog in het zeil houdt waar ze van dienst kan zijn, of glimlachend een klein offer kan brengen, als zij de opinies van anderen weet te eerbiedigen, als zij de kunst van het luisteren verstaat, dan… jawel, dan kan ze er zeker van zijn een goede indruk te maken.’

Nou, als dat geen indoctrinatie is, weet ik het niet meer. Ik lees nog even verder.

‘Zich beheersende, welke indrukken ook plotseling tot haar komen, zal zij iedere uitroep en ook den schaterlach weten te vermijden. Zij behoort een vervelende spreker met evenveel belangstelling te volgen als een interessante spreker. Zij moet geduldig twee maal dezelfde anecdote aanhoren en bij de pointe de grootste pret betonen. En over haar moeder spreekt een fijngevoelend meisje natuurlijk slechts met den grootste eerbied.’

En wat mag het jonge vrouwtje niet?

– Geen uitroepen slaken als: ‘ajakkes’, ‘hemel’, of: ‘waarachtig’.

– Niet in gezelschap spelen of zingen als zij het stuk niet goed onder de knie heeft of niet zeker is van hare stem.

– Met een dwaas aplomb haar opinie verkondigen. Want daarmee verraadt zij een grote ingenomenheid met zichzelf.

Vroeger was niet álles beter
Het komt over als de leerstellingen van een sekte. Vrouwen dienden zich aan te passen.

En ging dat niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. De mannen eisten als een soort sekteleider of goeroe dienstbaarheid en ondergeschiktheid van de vrouw.

Gelukkig maar, dat vroeger niet álles beter was.

Te kort door de bocht? Mail het naar: julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann