Tom Poes in de Ahornstraat

De eerste zeventien jaren van mijn leven ben ik opgegroeid in de Ahornstraat, waar vader, moeder en vijf kinderen op nummer 69, driehoog in een vierkamerwoning hun toef hadden. Ik was een broodmager ventje en mijn broers en zusters waren er niet veel beter aan toe, zodat wij in de buurt de bijnaam ‘honger in het Rusland’ kregen.

Mijn lieve moeder deed haar uiterste best om mij met havermoutpap wat gewicht bij te brengen, maar blijkbaar had het gebrek aan voedsel in de oorlog mijn spijsvertering zo lelijk ontregeld dat ik geen trek had in welk voorgeschoteld voedsel dan ook. Met lange tanden nam ik de verplichte kost tot mij. Voor echt lekkere dingen was in die tijd (rond 1952) geen geld in dit grote gezin.

Meent u nu niet dat alles kommer en kwel was. Wij konden nog op straat spelen, waar slechts een enkele auto geparkeerd stond. En… er waren stripverhalen! Mijn leeftijdgenoten kennen ze nog: Akim, kapitein Rob, Eric de Noorman, Dick Bos.

Nu waren de verhalen waar veel geknok in voorkwam niet geliefd bij mijn ouders en zij probeerden ons dan ook op afstand van deze verderfelijke lectuur te houden. Dat werkt natuurlijk averechts, maar uit deze houding van mijn ouders is toch iets moois voortgekomen. De strip die namelijk niet schadelijk leek te zijn voor de kinderziel, waren de avonturen van Tom Poes en heer Bommel. De verhalen van dit tweetal vond ik prachtig en mijn ouders hadden geen bezwaar dat ik de vroege werken van Marten Toonder las en toen ze in boekvorm uitkwamen, kreeg ik ze soms als verjaarscadeautje.

Nu volgt het verhaal voor de oplettende lezertjes, waarin ik meld hoe Marten Toonder mijn leven heeft gered en ik tenslotte geleerd heb te genieten van een eenvoudige doch voedzame maaltijd. Let op!

Havermout van Quaker
In 1952 verscheen er een verhalenboek met avonturen van Tom Poes en heer Bommel, uitgegeven door Quaker Oats Graanproducten te Rotterdam. In het boek was ruimte voor 86 kleurplaatjes die in het boek geplakt moesten worden. In een pak havermout van Quaker zaten steeds twee plaatjes. Het boek werd gekocht en mijn zucht naar de plaatjes was zo groot dat ik mijn tegenzin tegen de havermout overwon en ik de plaatjes – al havermout etende – kon bemachtigen om in te plakken in dit wonderschone en spannende boek.

Het is met mijn spijsvertering toch nog goed gekomen. Wat wel bleef was mijn fascinatie voor het werk van Marten Toonder.

De verhalen van onze heer van stand en zijn jonge vriend verschenen na de oorlog in de NRC en de Volkskrant, maar rond 1955 was het duidelijk dat het hier niet meer om een kinderstrip ging, maar om volwassen literatuur, waarbij Toonders dubbeltalent (tekenaar en schrijver) zich steeds meer ging onderscheiden van de ‘gewone’ stripverhalen.

In 1955 verschenen de avonturen van Tom Poes in het jeugdblad Donald Duck. Ik was toen 12 jaar. Op de achterste twee bladzijden stond het vervolgverhaal, maar in dit blad ging het om ballon strips, leuk voor kinderen (en dus voor mij), maar zonder de pretentie literatuur te zijn.

Veel van deze verhalen zijn in de jaren zeventig als album op de markt gekomen en enkele ervan zijn nu herdrukt en opnieuw uitgegeven.

Op de leeftijd dat ik ging begrijpen dat taal iets meer is dan mededelingen doen (ik woonde toen niet meer in de Ahornstraat) ontdekte ik Toonders’ talenten. Wat een mooie taal en dan die prachtige tekeningen erbij, dit was kunst! Gelukkig had ik studiegenoten die dat ook zo ervoeren. Dat leidde tot een soort onderlinge ‘toondertaal’, die alleen begrepen werd door hen die de verhalen ook lazen.

De volgende stap was het uitknippen van de verhalen uit de krant. In de jaren zeventig was Toonder zo populair dat er honderden lezers waren die de verhalen uitknipten en in schriftjes plakten.

Ook het verzamelen van allerlei boekuitgaven werd een rage.

Toen in 1967 de eerste ‘literaire reuzenpocket’ met drie verhalen van Bommel uitgegeven werd door de Bezige Bij, kon men er niet meer omheen de verhalen van Toonder als literatuur aan te merken. Hier en daar was nog wat gesputter van schrijvers en leraren Nederlands, maar tenslotte werd het stil rond deze minachters.

Op mijn opleiding moest ik veertig boeken lezen. Op mijn vraag of daar ook een verhaal uit de Bommelsaga op mocht staan, werd negatief geantwoord. Toen heb ik een eenenveertigste boek op mijn lijst gezet (ik geloof dat het om het verhaal ‘De kniphoed’ ging). Mijn examinatoren hebben er niet naar gevraagd.

Wat later werd de waardering steeds groter: schrijvers als Gerard van het Reve en Jan Wolkers spraken uit dat Toonder de P.C. Hooftprijs had moeten krijgen. U merkt, ik bevind mij in goed gezelschap.

Zo werd ik een verzamelaar en propagandist van het werk van Toonder. Mijn verzameling breidde zich gestaag uit. In 1998 richtte ik in Zoeterwoude het Marten Toondermuseum ‘De Bommelzolder’ op. Achter deze ludieke naam gaat een belangrijk museum schuil, dat in de loop van jaren een niet weg te denken plaats heeft gekregen voor het werk van Toonder, door rondleidingen te verzorgen, presentaties en tentoonstellingen te organiseren in het land. Verschillende boekuitgaven, waaronder het bekende Bommellexicon, is door het museum uitgegeven. Dit verklarend woordenboek met meer dan 5.000 lemma’s wordt gebruikt door allen die zich verdiepen in de Bommelsaga en als handleiding wordt gebruikt door hen die nader onderzoek doen naar de betekenis van Toonders’ oeuvre.

Toondersymposium
Op 13 juni 2018 bestaat Museum de Bommelzolder twintig jaar. Twintig jaar geleden werd het museum officieel geopend door Toonders’ oudste zoon, Eiso Toonder. Dat jubileum gaan we uitgebreid vieren.

Hoogtepunt wordt een Toondersymposium in de Rijswijkse Schouwburg op zaterdag 7 juli. Bekende Nederlanders hebben zich bereid verklaard te spreken: prof. Dr. Gerard ’t Hooft, Nobelprijswinnaar, Dr. Wim Hazeu, biograaf van verschillende Nederlandse schrijvers, waaronder Toonder en dr. R.H.A. Plasterk, oud-minister van OCW en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Het symposium begint om 14.00 uur (zaal open om 13.00 uur). U bent van harte welkom. Kaarten aan de kassa à 10 euro. Voor alle liefhebbers van het werk van Toonder is deze ontmoeting een uitgelezen kans om samen met andere Toonderliefhebbers een feest te vieren ter ere van deze grote Nederlandse kunstenaar.

Pim Oosterheert

Museum de Bommelzolder
is te bezoeken op afspraak.

Weipoortseweg 33
2381 NC Zoeterwoude
071 5804812
info@bommelzolder.nl
www.bommelzolder.nl

U kunt donateur worden van Museum de Bommelzolder voor 10 euro per jaar.

U ontvangt dan twee maal per jaar ons magazijn ‘Fijne Trillingen’ met artikelen van stand over een heer van stand.

Op welke manier is de Rijswijkse Schouwburg te bereiken?

Generaal Spoorlaan 10
2283 GM Rijswijk
070 3360077
info@rijswijkseschouwburg.nl

Openbaar vervoer: vanaf NS-station Rijswijk: bus 23 richting Duindorp, halte Rijswijkse Schouwburg, of lopend 5 à 10 minuten.

De HTM-lijnen tram 17 en bus 18 en 23 hebben een halte op loopafstand van de schouwburg.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann