Van dagelijkse gebruiksvoorwerpen die voorbij gaan

Lorgnetten, afwaskwasten, een zakdoek van textiel. Waar vind je ze nog? Sommige handige gebruiksvoorwerpen zijn nergens meer te krijgen. Terwijl andere, bepaald onhandige artikelen niet uit te roeien zijn.

Laten we, om te beginnen, maar eens een lijstje maken van gebruiksvoorwerpen waarvan de lezers van De Oud-Hagenaar nog heel goed weten wat het was, waar het voor diende en hoe het er uit zag. Maar waarvan hun kinderen en kleinkinderen geen idee meer hebben:

– Een papieren vlieger met een staart van reepjes textiel;
– Moffen aan de handvatten van je fietsstuur;
– Een aardappelschilmachine bij de groenteboer;
– Een zuidwester en een oliejas;
– Het schuursponje van staalwol.

Nou, zo kunnen we nog wel even doorgaan. En dat doen we straks ook. Maar laten we eerst even afspreken dat we bepaalde zaken niet in de lijst opnemen. Spullen die cliché-gevoelens van nostalgie opwekken. Spullen, die het ‘weet-je-nog-wel-oudje-gevoel’ oproepen. Zoals bijvoorbeeld:

– Het vestzakhorloge aan een gouden kettinkje;
– De kroontjespen;
– De directoire.

Een durende last
En dan zijn er natuurlijk ook nog een heleboel spullen die het imago met zich meedragen van vroeger te zijn, maar die thans nog in ruime mate aanwezig en verkrijgbaar zijn. Stropdassen bijvoorbeeld. Ik heb nooit begrepen waarom die dingen al niet heel lang geleden zijn afgeschaft. Onhandig. Onnodig. Blijk gevend van poeha en volkomen onterecht conservatisme. Maar ze zijn nog steeds in hinderlijke hoeveelheden te koop.

En zo heb je bijvoorbeeld ook nog steeds:

– Het koordje aan je bril;
– Schoenveters;
– Broeken met knopen aan de gulp.

Allemaal dingen die allang vervangen hadden moeten worden door een modern, slim alternatief. Maar waar we nog steeds mee zitten te klungelen.

Nee. Ik bedoel dus echte, leuke, mooie of gedenkwaardige dingen waarvan het jammer zou zijn als we ze zouden vergeten.

Zoals daar zijn:

– Het gele adresplaatje, dat je onder je zadel van je fiets bevestigde. Of rond je achterspatbord boog als je je fiets per trein naar een andere (vakantie)bestemming liet vervoeren;
– Een pijpje kaneel. Daar zoog je aan, maar kreeg niet veel;
– De kwastjes aan de bovenkant van de lange, gebreide sokken van padvinders;
– Bruin kaftpapier waarmee je aan het begin van het schoolseizoen je schoolboeken omhulde. Wat trouwens nog een hele toer was;
– Witte mannenonderbroeken zonder pijpjes, maar wel met een gulp. Ik zie mijn vader nog voor me. Het zijn niet mijn beste herinneringen aan hem. Vooral als het elastiek rond de beengaten in de loop der tijd kapot was gegaan.

Speelgoed
Een aparte categorie vormt het speelgoed.

Zo hoop ik nooit de volgende zaken te vergeten:

– Pinkelstokjes. Een grote en een kleine. De kleine legde je dwars op een of twee straatstenen. Met de grotere stok wipte je de kleine omhoog en sloeg hem weg. Hoe het verder ging kunnen we alleen nog maar googelen.
– Een tolzweepje aan een houten stok.
– Een katapult. Van inelkaar gehaakte ringetjes, geknipt van een binnenband. Zwart binnenband. Want met rood binnenband sloeg je een figuur. Het mooiste was, als je de uiteinden van je katapult aan een kort, gevorkt stokje bond. Maar waar schoten we eigenlijk mee? Steentjes? Bruine bonen? Schoten we vroeger ook op mensen en dieren? Dat is me helaas ontschoten.

En over schieten gesproken: een papieren pijltje. Het scherpe puntje lijmde je met spuug dicht. En dan in een stuk PVC-buis doen.

Voetballer met groot hoofd
Verder maar weer met het gewone lijstje:

– Een sigarettenstandaard op tafel voor de gasten;
– Een geel afdruiprek van tomado;
– Traproeden. Wie heeft er nou nog traproeden, zou je zeggen. Dat zijn natuurlijk mensen met een traploper. Maar wie heeft er nou nog een traploper, zou je zeggen;
– Een penhouder. Het liefst van hout met een messing kraagje;
– Een pendule;
– Een curvimeter. Dat was een rond klokje met bovenaan een staafje en onderaan een klein wieltje waarmee je over een landkaart kon rijden. Een wijzertje gaf dan aan hoeveel kilometer je had afgelegd;
– Een koperkleurige trekbel;
– Een broekclip om er voor te zorgen, dat je wijde broekspijp tijdens het fietsen niet aan je trapas bleef haken;
– Een tafelpuntenslijper zoals de meester of de juf er een had;
– Briefkaarten en girobetaalkaarten;
– Een pungel. Oorspronkelijk een blauwgeruite theedoek, met de punten aan elkaar geknoopt, die een soort zak voor de plunje van een mijnwerker vormde.

Later een cylindervormige badtas met een koord dat door metalen ringen aan de bovenkant met een haakje bevestigd kon worden aan een ring aan de onderkant van de tas.

– Albums met plaatjes die je kon sparen. Van alles wat groeit en bloeit in Verkade-albums tot en met voetballers met hele grote hoofden en kleine lijfjes in voetbalalbums;
– Het plastic rondje met een doorsnede van circa 4 centimeter voor 45-toerenplaatjes die geen middenstukje hadden;
– Elastieke banden met een haak die de dekens bijeenhielden van een opklapbed (met ombouw).

Nostalgische woorden
En een gootsteentreefje? Hoort dat dan niet in het rijtje thuis? Aan het woord zou je het wel denken. Gootsteentreefje. Dat heeft een echte, onvervalste, nostalgische klank. Maar nee. Een gootsteentreefje is een gewoon metalen filtertje voor op de afvoerleiding in de gootsteen. Daar zijn er nog steeds miljoenen van. En het ziet er naar uit dat dat de komen jaren nog wel even zal duren. Dus alleen het woord is ouderwets. Maar het voorwerp niet.

De lijst van weemoedig makende voorwerpen is natuurlijk nog veel langer. Als u eraan wilt bijdragen, graag. Dat kan met een mailtje naar julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email. Maar dus liever geen cliché-nostalgie, geen ouwe onzin die nu nog steeds leeft en geen mooie, oude namen van dingen die nog steeds ruimschoots te verkrijgen zijn.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann