Wild kamperen

Ik las onlangs een oudere versie van De Oud-Hagenaar. Daarin staat een artikel over wild kamperen. Dat is iets wat ik ook altijd graag gedaan heb en daar kan ik dus ook wel iets over vertellen.

Ik kocht mijn eerste tent in de jaren zeventig en ik oefende het opzetten ervan in de duinen bij Kijkduin. Daarna ging dat tentje mee in de rugzak en toen ik éénmaal de smaak van het reizen te pakken gekregen had, werd ook er ook flink gebruik van gemaakt.

Meestal ging het goed, er waren geen bijzondere omstandigheden en ik kon de slaap best vatten. Soms stond ik op een kampeerterrein, vaak ook gewoon in een bos, ergens in de bergen of aan een strand. Dan maar weer alléén onderweg, dan iemand onderweg leren kennen of met een goede bekende of vriendin op pad. Bijvoorbeeld tentje opgezet op een klein eilandje in de rivier te Avignon, waar ik een paar dagen met een Marokkaan onderweg was en hem slaapgelegenheid aanbood, of aan de rotskust bij Rijeka waar het met een paar noorse Dames ook best vertoeven was. Je leert zo héél veel mensen kennen.

Soms echter, ging het niet zo goed en die herinneringen blijven natuurlijk wat langer hangen. Zo ging het bijvoorbeeld wel eens mis. In de Algarve had ik mijn tent op einige afstand van het water opgezet op een strand, maar toen ik de volgende ochtend wakker wird stond het water tot aan de tent! In de USA, is er ook géén gebrek aan een goed voorbeeld. In Florida, waar een plotse tropische regenstorm de tent blank zette en ik naar een kroeg moest vluchten waar ook andere mensen werden opgevangen.

Een andere keer kwamen we na een lange dag reizen aan in de buurt van Miami, géén slaapplaats gevonden, het was al donker dus we besloten de tent op te zetten op een vlak terrein aan het strand. We stonden vroeg op, liepen in ons ondergoed rond en zagen toen pas dat we bij iemand in de tuin voor het huis ons kamp hadden opgeslagen!

Californië
Aan het strand bij In een bos in Californië werd ik diep in de avond wakker gemaakt door luid toeteren en het geroep van ‘beer, een beer’. En jawel, er kwam een grote donkere massa in de richting van mijn tent, dus nam ik de benen om in de huurauto veilig de boel van een afstandje te bekijken. In de ochtend had een familie iets verder op een ontbijt klaargezet op een groot kleed, toen er een jong beertje verscheen die prompt alles ging verwoesten, eten en drinken. Een ranger kwam kort daarop kijken en waarschuwde ons dat er ook een moeder beer in de buurt was, dus we moesten oppassen.

In Mexico is er de Copper Canyon, vergelijkbaar met de Grand Canyon in de USA. Met de trein ga je naar het hoogste punt, de Divisadero. Dan krijgt men de keus, ofwel na een uurtje pauze verder reizen, of uitstappen en blijven tot de volgende dag om weer de trein nemen. Ik had een Amerikaan leren kennen die ook wel wilde kamperen, dus we bleven op het hoogste punt, zetten twee tentjes op en gingen wat lopen. Het weer was goed, er waren geen problemen, dus dat ging prima. Ik moest diep in de nacht even wat water afgieten, dus stond ik op en keek naar de prachtige hemel. Ik deed wat stappen en stond opeens in een koeienvlaai! Tja, de voet moest dus eerst worden gereinigd, en de slaaphervatting moest even wachten!

Israël
In Israël kampeerde ik met twee Amerikanen en een Zuid-Afrikaan op de ruïne van een kruisvaarderskasteel. Dit is in Banyas, het grensgebied van Israël, Libanon en Syrië. Een prachtig uitzicht, een reusachtige ruine met onderaardse water reservoirs. Ineens kwam er een Arabier op een wit paard uit het bos. Het leek wel een fata morgana. Hij groette ons en reed weer verder. Wat later kwam er een Palestijn met een ezel vol handelswaar. Hij bleef staan en hij begon zijn waren te tonen. Er was een wandkleed wat ik wel mooi vond, diep blauw met een wulpse buikdanseres in een trance. We onderhandelden, na wat gehachel en heen en weer bieden, dacht ik een goede deal gemaakt te hebben, maar toen we een paar dagen later op een markt liepen vonden we hetzelfde ding voor een véél lagere prijs! Niet al te ver daar vandaan, kwam ik in een kibbutz terecht. Hoog boven ons lag het stadje Safed, ik besloot dus de berg op te gaan en er te kamperen. Het werd me afgeraden, te veel wind en slangen, zei men. Maar omdat ik al zoveel slangen had gezien en geen problemen had gehad, besloot ik toch te gaan. Niemand wou mee, dus trok ik alléén de bergen in. Ik vond halverwege een grote rots waar ik een beschutte plek kon benutten voor de nacht. Mijn tent stond, het weer was goed en ik zag géén slangen, dus ging ik slapen. Diep in de nacht stortte mijn tent in vanwege de storm! Ik moest de hele tijd de stokken hoog houden en toen ik de voorkant opende om te zien wat er loos was, zag ik véél slangen die zich daar ook een beshut plekje hadden gevonden!

In de jaren tachtig woonde ik twee jaren in Australia. Daar zijn er ook vele mogelijkheden om vrij te kamperen, maar ook daar moet men altijd rekening houden met spinnen en slangen. In Queensland woonde ik tien dagen op een onbewoond eilandje. Men wordt dan per zeilschip afgezet met een voorraadje water en voedsel en de belofte weer terug te komen voor de terugkeer naar het vaste land. Ik was met een Duitse vriendin, dus er was in het begin géén gebrek aan entertainment, maar dan wordt het wat moeilijker, door het zoute water gaan de haren rechtop staan, de huid droogt uit en men ruikt ook niet meer zo fris. Er is géén vers water op het eiland, wat men meeneemt is niet genoeg om zich elke keer goed te kunnen wassen. Dan blijft er niet veel over om de tijd door te komen, zwemmen, snorkelen, zonnen, slapen, lezen, dat is het wel. Ruzie maken levert niets op, men heeft elkaar nodig want alles wordt gedeeld, bestek, eten, etc. Er zijn weinig interessante dieren te zien op zo’n eilandje, maar er is altijd wel ongedierte, bijvoorbeeld ratten die er met jouw eten vandoor willen, dus dat eten wordt aan een boomtak opgehangen.

Lubertus Neijmeijer
lubertus.neijmeijer@privat.auswaertiges-amt.de

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann