Een omstreden Haagse illegaal

W.J.K. Kicken (15 mei 1916), was in de oorlog een verzetsstrijder in Den Haag, die volgens de naoorlogse media “zijn revolver losjes in zijn zak had.” De doden die bij zijn “stunts” (roofovervallen) vielen leken meer op slachtoffers die van nabij geëxecuteerd waren. De één noemde hem een trouw vaderlander de ander een psychopaat. Na de oorlog werd hij voorzitter van de Haagse tak van Landelijke organisatie van oud illegale strijders (LOOIS) en was hij verwikkeld in diverse geruchtmakende affaires.

Kicken kwam in 1935 al in het nieuws: “De slager W. Kicken uit Vaals wonende Lindenstraat 11 oud 29 jaar bevond zich in arrest in Aken. Toen hij voor de rechtbank moest verschijnen, wist hij te ontvluchten. Wegens diefstallen met braak en kleinere diefstallen, 16 keer wegens bedrog en andere delicten kreeg hij twee jaar gevangenisstraf.”

“Een wachtmeester van de marechaussee Erasmus die Kicken als jongen in zijn geboorteplaats had meegemaakt, zei dat hij (Kicken) toen deel had uitgemaakt van een smokkelbende en met een machinegeweer had geschoten, toen hem belet werd de grens te passeren. Eigenlijk had hij in de oorlog net zo goed aan de andere kant gestaan.” Hij zou het criminele pad gekozen hebben wegens familieomstandigheden. Hij was toen in veroordeeld en in een inrichting opgesloten. Hij brak uit en vluchtte naar Duitsland, waar hij om zich in zijn eigen levensonderhoud te voorzien ging stelen. Opnieuw werd hij veroordeeld tot twee jaar tuchthuis. In het voorjaar van 1944 kwam hij vrij en ging naar Den Haag. Daar zou hij werk hebben gevonden en studeren. Halverwege de zomer organiseerde hij zijn eigen “knokploeg.”

Kicken kwam in contact met ene “Lange Jan” Pepijn en andere verzetslieden die hem wapens en kaarten leverden. Dit luidde het begin in van zijn rol binnen het Haagse verzet. Volgens eigen zeggen had hij in de oorlog “onderduikers en behoeftigen geholpen, veel sneller dan het Nationaal Steunfonds. De resterende voedingskaarten retourneerde hij aan “Lange Jan” Pepijn”. Hij zou als “fel Oranjeman” zich aangetrokken hebben tot het ONR, waarin hij onder kolonel Van Arkel tot majoor opklom.

Het Oranje Nassau Regiment
Kicken was in de oorlog lid van de Knokploeg (KP) W. Hanegraaf totdat hij na een overval op het postkantoor in de Appelstraat een deel van de buit achterover had gedrukt. Met als resultaat dat hij eruit werd gegooid. Vervolgens formeerde Kicken zijn eigen groep en verzon een opdrachtgever, de fictieve ‘kolonel Barends’.

Tegen het einde van de oorlog (februari 1945) voegde Kicken zich als “Braddock” bij het illegale Oranje Nassauregiment (ONR). Het ONR werd in Den Haag opgericht door Nicolaas Marinus Japikse. Het doel van de ONR was het handhaven van de orde na de bevrijding. Japikse trok twee oud kolonels van het KNIL aan voor de operationele leiding: Harko Johannes Schmidt en kolonel J. van Arkel. Het was de bedoeling van Japikse dat een deel van het ONR als versterking van de politie zou dienen. In februari 1945 sloot de groep van Braddock (Kicken) zich bij het ONR. Zijn team bestond uit ongeveer tien man, waarvan de eveneens uit Vaals afkomstige Martin N. Mullenders zijn rechterhand werd. In die periode werd Kicken door J. van Arkel beëindigd als officier.

Kicken en zijn groep pleegden negentien “stunts” (roofovervallen) op postkantoren, juweliers en een postzegelhandel. Bij deze overvallen werden in totaal vijftien mensen vermoord. De buit werd grotendeels gebruikt te eigen bate. Buiten de slachtoffers van de roofovervallen vielen ook drie Nederlanders en vier Duitse militairen die geliquideerd werden vanwege andere redenen. Een van de aanslagen op een ongewapende Duitse militair lokte een desastreuze Duitse represaille uit waarbij twaalf gevangen gefusilleerd en een aantal huizen verwoest werden.

Na de bevrijding liep Kicken rond in een door hem zelf ontworpen militair uniform met distinctieven van grootmajoor. Voor hun acties in de oorlog en vooral vanwege de aanslagen, moesten Kicken en Mullenders uiteindelijk eind 1947 verantwoording leggen. Hierbij zou mr. L.M.C. Prins – Jacobs optreden als de advocaat van Kicken.

In de oorlog ruimde Kicken op eigen initiatief verschillende pro-Duitse figuren (een zevental) uit de weg. “De door Kicken uit de weg geruimde personen waren voor het merendeel wel mensen die op een of andere manier met de Duisters samenspanden of hun belangrijke diensten bewezen. Gewone moorden waren het dus niet”, aldus de verdediging van Kicken. De procureur moest gaan oordelen of Kicken een sadist was die snel naar zijn wapen greep, of een illegaal was die zijn plicht jegens het vaderland had vervuld.

Wie waren zijn slachtoffers? De bekendste gevallen waren Christiaan Jesko (Boendalestraat), mevr. Bakker-Lausch (Genestetlaan), Van Buren (Eerste van den Boschstraat), Jacob Simons, de juwelier R.A. Lehmann en Noor Brevet.

KP-groep
Wat betreft de “stunts” zag de officier van Justitie dat deze voor geen enkele militaire noodzaak bestonden, zodat de daden van Kicken ook niet gedekt werden door de bijzondere rechtsregelen die in Londen werden vastgesteld. Kicken verklaarde dat hij alles deed voor het vaderland. Er moest geld en goederen komen voor de verzorging van onderduikers, voor het bekostigen van illegale acties; hij ging op buit uit met leden van zijn groep die hij een KP-groep noemt. Hij gaf zich dan uit voor SD’er, maar aan het slot maakte hij zich bekend en als er dan moeilijkheden kwamen “schoot ik automatisch, edelachtbare.” Inderdaad veel van zijn slachtoffers kregen een kogel in het hoofd…

De officier van justitie achtte hem [Kicken] echter een gevaar voor de maatschappij en zei dat hij levenslang zou hebben geëist, als niet een psychiatrisch rapport hem sterk verminderd toerekeningsvatbaar had geacht. Met als resultaat dat Kicken tot 4 jaar werd veroordeeld voor roofovervallen die vermomd waren als illegale stunts.

In 1951 werd Kicken in vrijheid gesteld. “zijn psychische toestand was zo, dat opname in de inrichting te Avereest niet langer noodzakelijk werd geacht”. De ex-illegale kringen hadden steeds geprobeerd gratie te krijgen voor Kicken. Kicken benaderde hiervoor zelf de Federatieve Raad van voormalig Verzet met een verzoek tot rehabilitatie.

Voor het proces van Kicken werd de leider van het ON regiment Van der Bergh onder meer verdacht van het plannen van een staatsgreep die in april 1947 in Den Haag zou plaats vinden. Daar bleef het niet bij.

Na de oorlog werd Kicken voorzitter van de Haagse tak van Landelijke organisatie van oud illegale strijders (LOOIS). In die functie raakte hij betrokken bij diverse aanslagen. De eerste betrof de voorbereidingen op de staatsgreep, de tweede de aanslag op de Indonesische militair attaché M.T. Harjono op de vooravond van Hemelvaartsdag 21 mei 1952 aan de Laan van Meerdervoort. Leden van de Haagse LOOIS probeerden belastende documenten in handen te krijgen over Raymond Westerling “de Turk”. Het waren inlichtingenrapporten over de wreedheden die Westerling tijdens de politionele acties begaan had. Hiermee wilde de attaché om zijn uitlevering vragen. De aanslag mislukte echter en de daders werden spoedig opgepakt.

Haagse Dierentuin
In 1956 liet de inmiddels tot voorzitter van de Conservatieve Partij benoemde Kicken weer van zich horen. In een toespraak in de Haagse Dierentuin liet hij weten dat de organisatie over grote hoeveelheden wapens beschikte. In diezelfde reden verklaarde hij dat de Nederlandse regering corrupt was: “Bittere klachten uit de mond van mr. H. Campen die de verschopte Indische Nederlanders als voorbeeld van het naoorlogse Nederlandse beleid stelde. De illegalen waren bereid desnoods geweld te gebruiken om hun standpunten te verduidelijken: ‘Indien aan onze motie – die binnen enkele dagen aan de regering wordt verzonden- geen gehoor wordt gegeven, zullen we de corrupte regeringsfunctionarissen met geweld uit het zadel lichten.’ Wij hebben voldoende gevulde wapendepots. Ik zal er niet voor terugdeinzen om overal in het land de kerngroepen gewapenderhand te laten doortasten.”

Backershagen
In 1957 was het weer raak. De organisatie van Kicken had in november 1957 een overval beraamd op de “Backershagen”, de ambtswoning van de Indonesische diplomatieke vertegenwoordiger in Wassenaar.

De overvallers, waaronder leden van het Veteranen Legioen Nederland (VLN) zouden of de ramen hebben willen ingooien of de Indonesische zaakgelastigde willen ontvoeren. De plannen kwamen aan het licht en de aanslag werd verijdeld.

Kicken roerde zich voor het laatst in 1969. Tijdens een Tweedekamer debat over de vrijlating van De Drie van Breda. De oorlogsmisdadigers Joseph Kotälla, Ferdinand aus der Fünten en Franz Fischer. Er waren geruchten dat een groepje oud verzetsstrijders en oud concentratiekampgevangenen uit Den Haag van plan om de drie bij hun mogelijke vrijlating te executeren.

Daarna werd het stil rondom Kicken. Hij bleef voorzitter van het LOOIS en werkte als makelaar in Den Haag en Vaals.

Jochem Botman
jamebotman@gmail.com

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann